Egypte

In 2017 en 2017 trok ik voor Knack en Trouw langsheen de Europese buitenrand. Dit waren de belangrijkste haltes: Brussel  |  Hamburg  |  Berlijn  |  Kopenhagen  | Nuuk  |  Kaliningrad  | Baltische Zee  |  Vilnius  |  Riga  |  Tallin  |  Narva   |  Pskov  | Sint-Petersburg  |  Minsk  |  Odessa  |  Kiev  |  Chisinau, Moldavië  |  Transnistrië  |  Boedapest  |  Belgrado  |  Vukovar  |  Bijeljina  |  Srebrenica  |  Sarajevo  |  Pec  |  Pristina  |  Skopje  |  Thessaloniki  |  Egeïsche Zee  |  Istanbul   |  Tyre  |  Baalbek  |  Beiroet   |  Caïro  |  Luxor  |   Bamako  |  Djerba  |  Sidi Bouzid  |  Dougga  |  Tunis  |  Algiers  |  Tanger  |  Aït-Ben-Haddou

LUXOR – Als er één land aan de Middellandse Zee mee de veiligheid van Europa zal bepalen, is het Egypte. Geopolitiek is Egypte de maritieme poort tussen Europa en Azië. Tezelfdertijd vormt het een dam tussen het geweld in het Midden-Oosten en de onrust in Afrika. Als Egypte het zou begeven, kijken we aan tegen een brandhaard die zich uitstrekt van het Turkse hoogland tot de Golf van Guinee. Dat risico moeten we ernstig nemen. Want hoewel het land sinds 2014 met strakke hand geregeerd wordt door president Abdul Fatah al-Sisi, kreunt het onder de bevolkingsdruk, waterschaarste en economische onzekerheid. Sisi probeert zijn positie te versterken door relaties uit te bouwen met Rusland en China, maar dat lost de binnenlandse problemen allerminst op.

‘Op het Tahrirplein in 2011 hoopten we vrijheid te zaaien, maar we hebben een dictatuur geoogst. Sinds generaal Sisi aan de macht is, werden 60.000 dissidenten achter de tralies gezet, is de oppositie vermorzeld en wordt heel het internet in de gaten gehouden.’ Ik hang nog maar een half uur in de lucht en blijk me tussen enkele politieke activisten te bevinden, onder wie een koppel dat na het aantreden van Sisi naar Europa trok. ‘De geest van de Arabische Lente is niet verdwenen,’ onderstrepen ze, ‘maar hij houdt zich voorlopig schuil in het buitenland. Vroeg of laat keert hij terug en dan zal Egypte veranderen. Sisi probeert van ons land een garnizoensstaat te maken, maar zijn fundamenten zijn wankel. De bevolking zal het niet pikken. Sinds 2011 is zij zich bewust van haar kracht.’

In de hoofdstad Caïro springen drie zaken in het oog: de enorme borden met het portret van de generaal-president, de omnipresente soldaten én de wildgroei aan hoogbouw in rode baksteen en beton die sinds mijn laatste visite opnieuw terrein heeft gewonnen. Caïro is de snelst groeiende metropolis ter wereld. Ze telt elf miljoen mensen en vorig jaar kwamen daar een half miljoen inwoners bij. De verstedelijking graait om zich heen als een vraatzuchtig monster, letterlijk bijna, want elke dag worden percelen vruchtbare kleigrond opgeofferd. Op het platteland zie je tussen de dadelpalmen stenen huizen verrijzen. Naarmate je het stadscentrum nadert, zijn daar steeds meer verdiepingen bovenop geplaatst, tot ze, soms tien hoog, tegen elkaar opkruipen en een labyrint van steegjes vormen.

120 miljoen mensen

De bevolking van Egypte zal aangroeien van 96 miljoen vandaag tot 120 miljoen in 2030. Dat betekent jaarlijks een toename van meer dan een miljoen mensen, ondanks het feit dat er elk jaar slechts 300.000 banen bijkomen. Wat verklaart toch dat hoge geboortecijfer? Mensen in Egypte verdienen gemiddeld 180 euro per maand en toch hebben ze veel kinderen. Ik rijd naar Dasjoer, een satellietstad van Caïro. Een regenbui heeft onverharde straten tot slijksporen doorweekt. Er hangt een weeë geur van afval. De theehuizen, vaak niet meer dan een donkere caverne op het gelijkvloers, zitten tjokvol rokende mannen. Jongens op scooters trekken uitbundig op door de modder.

Ik heb afspraak met Amina Omar, een sociologe die me mee op sleeptouw neemt door Dasjoer. Hoe legt zij de bevolkingsgroei uit? ‘Je hoeft het niet te zoeken in de religie. Er zijn conservatieve predikers die niet van voorbehoedsmiddelen willen weten, maar in de meeste gemeenschappen wordt daar niet moeilijk over gedaan.’ Wat zijn dan de verklaringen? ‘De bevolkingsgroei heeft te maken met verschillende factoren. Door de politieke onrust van het voorbije decennium is nauwelijks wat gedaan aan geboortebeperking. Door de armoede zien veel ouders kinderen als een vorm rijkdom, want ze helpen op het veld, zetten de zaak verder en bieden zorg op hun oude dag. Tot slot werkt slechts tien procent van de vrouwen buitenshuis, zodat er geen gebrek is aan opvang.’

De Nijlvallei is een ader die op springen staat: gezwollen en pulserend. De groene vallei slibt dicht tot een grauwe sleuf van mensen, modder en armoede. Enkel de omliggende woestijn biedt stilte. Op het plateau van de Rode Piramide ben ik alleen met de drieduizend jaar oude brok megalomanie, afgezien van een soldaat in een te groot uniform en enkele honderden plastic zakjes die ritselen in het zand. Egypte is een demografische snelkookpan, bedenk ik. De president-generaal probeert met militaire macht het deksel op de pan te houden, maar, zo leert me de geschiedenis, vroeg of laat wordt die situatie onhoudbaar en ploft het deksel eraf. Ik moet denken aan een uitspraak van de Grieks-Egyptische heerser Ptolemaeus II uit de 3e eeuw voor Christus: ‘Geen enkel leger kan een hongerige bevolking in bedwang houden.’

Moslimbroeders

Was de opstand op het Tahrirplein in 2011 een voorbode van grotere onrust? Toen stonden vooral jonge stedelingen op de barricade. Sindsdien zijn de grieven ook op het platteland toegenomen. Sisi’s overheid heeft er paal en perk gesteld aan subsidies en brooddotaties. Een gezin geeft hier tot veertig procent van het budget uit aan voeding en de voedselprijzen zijn vorig jaar met twintig procent gestegen. Alle ingrediënten voor revolutie zijn aanwezig: werkloze mannen, inflatie en een overheid die de middelen niet heeft om de ontbering te verlichten. En toch. Zodra het tijdens mijn bezoek aan Dasjoer ophield met regenen, werden de zeilen van de marktstalletjes weggetrokken en verscheen een overdaad aan fruit, groenten en brood. Ezelskarren manoeuvreerden zich opnieuw tussen de brommers en de auto’s. Het straatbeeld was er een van uitbundigheid, eerder dan van onveiligheid.

Dat geldt ook voor de buitenwijken van Caïro. Ze zijn overbevolkt, maar de smalle stofstegen zijn ordelijk en gonzen van bedrijvigheid. Hier heb ik afspraak met een jonge bakker, Amr. Amr bakt baladibroden die als hete deegblazen heerlijk geurend zijn oven uitrollen. We drinken thee op wankele krukjes voor zijn werkplaats. In een mum van tijd schuiven zeven andere mannen bij. Waarom zijn de Egyptenaren niet meer opstandig? Waarom komt er geen nieuwe revolutie? ‘Het leven is zwaarder en vooral duurder geworden, maar de mensen lijden geen honger’, zegt Amr. ‘En onderschat niet hoe iedereen elkaar helpt. Als iemand uit de buurt mij niet kan betalen, is dat niet erg. Dan betaalt hij later, of doet hij iets anders in ruil. Je vraagt wat de staat voor ons doet? Niets, en dat zijn we gewoon.’ Een oudere buurman valt in: ‘We krijgen geld vanuit het buitenland toegestuurd. Iedere familie heeft wel enkele neven in Saudi-Arabië of Europa werken.’

Worden mensen niet opstandig, probeer ik opnieuw. ‘Heeft het zin om opstandig te zijn?’ riposteert Amr. ‘De vorige opstand is niet gelukt. De regering is vlakbij, maar onbereikbaar. We kunnen onze eigen wijk op stelten zetten, maar dan berokkenen we onszelf schade.’ Het mannengezelschap knikt instemmend. ‘We moeten geduldig zijn. We kunnen niet veel doen. President Sisi zorgt voor veiligheid, maar brengt hij ook welvaart? Vroeg of laat zal er een echte leider opstaan die het land zal hervormen.’ Bedoelen ze daarmee een leider als Mohamed Morsi? Tot hij door de generaal-president in de gevangenis werd gezet, was Morsi de populaire kopman van de Moslimbroederschap, een religieuze beweging die bekendstaat om haar liefdadigheid. Het is een schande dat Morsi werd opgesloten, beaamt het hele gezelschap. ‘Zijn partij wordt gedragen door het volk. De broederschap is aanwezig in onze straten, terwijl de generaals onzichtbaar zijn.’

Farao Sisi

Even erna toets ik mijn ideeën af bij enkele diplomaten op het terras van het Al Gezirah-hotel. Dat werd in de negentiende eeuw als een paleis opgetrokken door de kedive Ismail Pascha, een hervormingsgezinde leider, die zijn land beloofde te industrialiseren. Hier voerde Giuseppe Verdi zijn opera Aïda op, ter gelegenheid van de opening van het Suezkanaal. Het was geen toeval dat president Sisi het jacht van de kedive onlangs gebruikte om een nieuwe vaargeul van dat Suezkanaal te openen. ‘Sisi wil een groot leider worden’, stelt een van de diplomaten met een lange staat van dienst. ‘Hij beseft dat hij aan de macht is gekomen door zich in de regio onmisbaar te maken. Israël en de Verenigde Staten steunen hem in de strijd tegen terreur. Maar hij weet dat hij niet aan kan blijven zonder economisch succes. Hij moet iets doen aan de bevolkingsgroei en aan de werkloosheid.’

‘Sisi meet zich graag het aura van een farao aan’, zegt een andere diplomaat. ‘Je ziet hem zelfs verschijnen op affiches met de sfinx op de achtergrond. Maar we vermoeden dat hij realistisch genoeg is om in te zien dat een personencultus hem niet veel zal opleveren als zijn economische resultaten niet volgen. Daar is haast bij, maar de middelen zijn uiterst beperkt. Egypte kijkt nu al aan tegen een enorme staatsschuld, een flink tekort op de handelsbalans en groeiende buitenlandse schuld. Daartegenover staat dat er een groot aardgasveld voor de kust in ontwikkeling is dat hem jaarlijks miljarden kan opleveren. Egypte trekt ook wat investeringen aan, uit China bijvoorbeeld.’

Mijn gesprekspartners lijken een revolutie onwaarschijnlijk te vinden, maar wat op langere termijn? De Amerikaanse journalist Robert Kaplan drukte me ooit op het hart dat Egypte minder vatbaar is voor het soort van onrust dat men elders in het Midden-Oosten aantreft, omdat het een homogeen land is. Meer dan negentig procent van de bevolking is soennitisch. Ik zelf ben er niet zo gerust op. Radicale moslims worden steeds vaker opgehitst tegen de kleine minderheid van christelijke kopten. Dat zal misschien niet meteen tot een burgeroorlog leiden, maar het destabiliseert het land. De politieke versplintering van Egypte is al aan de gang. President Sisi heeft de macht in handen, maar liefst tachtig lokale partijen dingen naar een zetel in het parlement. Neem president Sisi weg en het is lang niet zeker dat je een democratie in de plaats krijgt.

Winterpaleis

Wat me vooral zorgen baart, is de economische toekomst. De pijngrens is misschien nog niet bereikt, waardoor de massa zich gedeisd houdt, maar de boerenbevolking wordt steeds harder getroffen door schaarste. Watertekort is een gigantisch probleem. Door het veranderende neerslagpatroon zal de Nijl ook steeds wispelturiger worden, met tijden van grote droogte en tijden van hevigere overstromingen. Tezelfdertijd vreet het zoute water van de Middellandse Zee verder en verder in de vruchtbare delta, omdat de zeespiegel stijgt en omdat amper tien procent van het zoete water van de Nijl de kust bereikt. Tegen het einde van de eeuw zou een groot deel van de delta onder de zeespiegel komen te liggen.

‘Ik weet niet meer wat te doen’, zucht Essam. ‘Enkele jaren geleden kon ik hier nog groenten, katoen en klaver verbouwen, maar nu groeit er amper wat. De grond is aangetast door het zeewater. Het is ook veel warmer de laatste tijd en vooral de groenten zien af. Ik weet niet wat te doen.’ Essam is een van de miljoenen keuterboeren in de delta en woont in omstandigheden die, afgezien van een kleurentelevisie, een brommer en een smartphone, niet veel verschillen van die van de Egyptische boeren duizenden jaren geleden. Zijn huis is opgetrokken uit modderbrikken. Zijn perceeltje bewerkt hij met een ezel en zijn eigen spierkracht. In de schaduw van dadelpalmen staart Essam afwezig voor zich uit. ‘Ik zal naar de stad moeten verhuizen, maar niemand wil mijn veld nog kopen.’

Waar zit Europa? Egypte is cruciaal voor ons. Meer dan de helft van de koopvaardij naar Antwerpen en Rotterdam passeert het Suezkanaal. Het falen van Egypte zou ons opzadelen met een geopolitieke nachtmerrie en een nog grotere migratiedruk. Waar zijn onze universiteiten die de landbouw duurzamer kunnen helpen maken? Waar zijn onze bedrijven om banen te creëren? De Europese investeringen nemen af, net nu Egypte ze nodig heeft. De Egyptenaren zelf willen niets liever dan meer Europese aanwezigheid. De gastvrijheid was ontwapenend. Overal klonk ‘welkom’.

De Europeanen, die vond ik vooral goed verstopt in luxehotels, zoals het Winterpaleis in Luxor, bang voor terroristen. Het hotel dat ooit nog een baken van Europese fierheid, invloed en beschaving was, met bezoekers als Winston Churchill en Agatha Christie, werd nu vooral bevolkt door onverschillige hangbuik-Europeanen, voor wie Egypte niet meer betekent dan een tempelbezoek en een iPad-romannetje aan de rand van het zwembad. Die onverschilligheid kan ons wel eens zuur opbreken. Implodeert Egypte, dan kunnen we stabiliteit in de regio vergeten. (Volgende halte: Mali)

Screenshot 2020-11-18 at 10.30.49