Jonathan Holslag On world order and disorder

Het wordt een dubbeltje op zijn kant

Met het toenemen van de migratiedruk op Europa wordt in toenemende mate de machteloosheid van de Europese Unie zichtbaar. De vluchtelingencrisis zou zo maar eens het einde van de EU kunnen inluiden zoals we die nu kennen, vreest de Vlaamse hoogleraar Jonathan Holslag. ‘Het vraagstuk legt alle zwaktes van de Unie bloot: de economische malaise, een culturele identiteitscrisis, een demografische druk en een sterk geërodeerd politiek midden.’ Het tij kan worden gekeerd. Maar dan is het volgens hem wel noodzakelijk dat de EU met een inspirerend vooruitgangsverhaal en een serieus krijgsplan komt. ‘We zitten op een keerpunt in de geschiedenis. Het is ondergaan of overleven. Het wordt een dubbeltje op zijn kant.’ door Pieter Jan Dijkman & Jan Prij (niet gereviseerde werkversie)

Nee, optimistisch is hij niet. Met het vluchtelingenvraagstuk dringt de wereld van de wanorde zich op aan de wereld van de orde. Maar hij heeft nog hoop. ‘Anderen vinden vaak dat ik te doemdenkerig ben’, zegt Jonathan Holslag. ‘Ik ben ook heel somber en ik denk dat ik dat kan onderbouwen. Maar het allerbelangrijkste is om het gevoel van urgentie om te zetten in een noodzaak tot verandering. En mensen uit te leggen hoe die kanteling eruit kan zien. Dan gaat het om de verbeelding van een mogelijke toekomst die rijk is aan perspectief en menselijke kwaliteit.’ In de verbeelding schuilt de hoop.

Bij Holslag (1981), hoogleraar internationale betrekkingen aan de Vrije Universiteit Brussel, gaat somberte over de eigen tijdgeest altijd gepaard met het schetsen van prikkelende vergezichten. Twee jaar geleden schreef hij het vuistdikke De kracht van het Paradijs, over ‘hoe Europa kan overleven in de Aziatische eeuw’, en recent het manifest Vlaanderen 2055. Vlaamse inspiratie voor een sterk Europa. Hij is, jong als hij is, een veelgevraagd spreker en adviseur; hij adviseert tal van internationale beleidsinstellingen, nationale overheden en bedrijven.

Migratiedruk

Wat is uw inschatting voor de aantallen vluchtelingen voor de komende jaren? Zal de migratiedruk toenemen of afnemen? ‘De stroom vluchtelingen zal alleen nog maar toenemen. Wat we nu op ons af zien komen is slechts de voorhoede van een grote groep mensen die leeft in ontbering en geweld in Azië en Noord-Afrika. Er zijn minstens drie factoren die internationaal de migratiedruk de komende jaren en zelfs decennia zullen versterken. In de eerste plaats zal het aantal geweldhaarden toenemen. De prijzen van vrijwel alle grondstoffen zijn gekelderd. De gevolgen zijn groot: staten in ontwikkelingslanden worden fragiel, producenten lijden, er komt een vlucht op gang van het platteland naar de stad en steden worden daardoor nog gewelddadiger. Daarnaast heeft het wegvallen van de dominantie van Amerika gevolgen. Dat leidt tot een nieuwe anarchie. Landen als Saudi-Arabië, Rusland, Iran en Turkije zullen nog opportunistischer gaan proberen politieke realiteiten naar hun hand te zetten, met alle gevolgen van dien. Het autoritarisme, met een rol voor sterke leiders, zonder serieuze machtsdeling, is aan een opkomst bezig. En in de derde plaats is er de precaire economische en demografische context. In Afrika, het Midden-Oosten en Zuid-Azië gaat de demografische groei van de bevolking niet gelijk op met het vermogen om kansen en banen te creëren. In Afrika groeit de bevolking de komende veertig jaar met ongeveer 600 miljoen mensen; in het Midden-Oosten met 100 miljoen en in Zuid Azië met 300 miljoen. We krijgen er dus een miljard mensen bij, terwijl er voor die aanwas nauwelijks nieuwe banen beschikbaar zijn. De migratiedruk op landen met meer baankansen zal daarmee toenemen.’

Voor vluchtelingen geldt dat ze conform het Vluchtelingenverdrag van Geneve moeten worden opgevangen. Voor arbeidsmigranten gelden andere procedures. Moeten deze zogeheten ‘economische vluchtelingen’ niet nadrukkelijker worden onderscheiden van vluchtelingen? ‘Het is de vraag of die scheiding zo scherp te maken is. Want laten we eerlijk zijn: als we geen oplossing vinden voor de economische migratiedruk ontstaat binnen een aantal jaar gewoon een traditionele vluchtelingenproblematiek. Als mensen te lang in steden zitten zonder werk, ontstaan er onvermijdelijk nieuwe geweldhaarden. De groep mensen in nood wordt dan alleen nog maar groter. Er komt een punt dat de conventie van Geneve betreffende de status van vluchtelingen politiek onhoudbaar wordt. Sterker, als er niets verandert aan de huidige migratiedruk is de conventie binnen nu en tien jaar dood en begraven.’

“We hebben onze religie opgegeven, maar laten het na om de ontstane leegte op te vullen.”

Niet alleen de migratiedruk neemt toe, ook de weerstand tegen de komst van vluchtelingen lijkt te groeien. Hoe verklaart u dat? ‘In de eerste plaats speelt het onvermogen van de Europese Unie om met die migratiedruk om te gaan een rol. Steeds duidelijk wordt dat dat vermogen geringer en geringer wordt. Terecht zijn velen kritisch over het falen van het multiculturele beleid en het integratiebeleid van de afgelopen decennia. In Europese samenlevingen is een steeds grotere groep mensen die in moeilijke sociaaleconomische omstandigheden moet zien te overleven, die hun koopkracht ziet dalen en die nauwelijks aan het werk geraakt. Deze mensen zien de vluchtelingen als mogelijke migranten op termijn en dus als mogelijke concurrenten. Zolang die onzekerheid bij de onderlaag van de samenleving heel groot is, zal de weerstand tegen vluchtelingen groot blijven.’

‘Een tweede niet te onderschatten factor is de vergrijzing van de samenleving. De perceptie van vluchtelingen en ook het veiligheidsgevoel onder vooral vereenzaamde ouderen blijkt steeds negatiever te worden. Zij zien alarmerende televisiebeelden over de veranderende wereld om hen heen, en hebben tegelijk te weinig mogelijkheden om daarover mee te praten. De groei van extreem rechts komt voor een deel van deze groep.’

‘Een derde factor is de anonimisering van de samenleving. Mensen zien zich enerzijds geconfronteerd met een verzwakking van de sociale cohesie. Waar dorpen en steden vroeger een bloeiend verenigingsleven en een sterk sociaal weefsel hadden, is dit nu aan het afbrokkelen. Anderzijds zien ze zich geconfronteerd met groepen vluchtelingen die juist getypeerd worden door een sterkte binding op basis van religie of ras. Dat leidt tot onzekerheid.’

‘Een vierde, daarbij aansluitende cruciale factor is identiteit. We zien de groep vluchtelingen en migranten met een islamitische achtergrond en met hele duidelijke waarden en normen en principes toenemen, terwijl wij zelf juist zoekende zijn naar onze identiteit. We hebben onze religie opgegeven, maar laten het na om de ontstane leegte op te vullen. Met als gevolg dat een “negatieve identiteit” de belangrijkste bron is geworden van onze eigen identiteit; we worden schijnbaar niet bijeengehouden door positieve waarden, principes en doelstellingen, maar vooral door “de strijd tegen de islam”. Onze positieve identiteit bestaat uit humanisme, uit mededogen uit vrijheid, compassie en medemenselijkheid. Deze identiteit gaat langzaamaan verloren. Natuurlijk is er reden om bezorgd te zijn over de islamitische religie. De politieke vertaalslag van die religie is bezwaarlijk, om het zacht uit te drukken. Neem alleen al de omgang met minderheden en de bejegening van de vrouw. Maar het wordt problematisch als dat de kern van onze eigen identiteit gaat uitmaken en als we uit angst en onveiligheidsgevoel steeds meer in onze schulp kruipen.’

In het verleden zag Europa zich vaker geconfronteerd met massale vluchtelingenstromen. Wat maakt de komst van deze vluchtelingen uit Syrië en de omliggende landen tot wat is gaan heten een ‘vluchtelingencrisis’ en de grootste politieke uitdaging voor de komende jaren?

‘Deze vluchtelingenstroom is echt anders dan anders. Alles komt samen: de economische verzwakking, een culturele identiteitscrisis, de demografische druk. Voorheen was sprake van een sterk politiek centrum dat het midden hield en nuchter zocht naar oplossingen, gedragen door een stabiele middenklasse en een sterke en egalitaire economie. Maar het politieke en economische midden is geërodeerd. Het gevolg is een verzwakte Europese samenwerking en een verzwakt vermogen van de welvaartstaat om waardigheid en zekerheid te verschaffen aan de meerderheid van de bevolking.’

Is de afwezigheid van een verzoenend, verbindend midden de oorzaak van het gepolariseerde politieke debat? Het debat lijkt voornamelijk in extremen te worden gevoerd. ‘Inderdaad. Dat zegt ook iets over onze politici. Ze zijn speelbal van de bezorgdheid van burgers geworden, zonder dat ze een perspectief kunnen schetsen. Laten we wel wezen: het is een hele begrijpelijke bezorgdheid, daar moeten we onze neus niet voor ophalen. Ga maar naar een willekeurige bruine kroeg in Rotterdam om met mensen te praten. Ook de verzwakte middenklasse ziet de bui al hangen en is terecht bang het gelag te moeten betalen. Het enige antwoord op die specifieke dreiging is een even specifiek toekomstbeeld. Dat is de grote uitdaging voor het centrum. Het gaat erom opnieuw specifiek te maken dat het in de toekomst beter wordt dan het nu is; meer kansen op werk en op waardigheid, op een aangenaam leven, voor zowel de huidige inwoners als voor de nieuwkomers, en het liefst ook voor de landen rondom Europa.’

“De fierheid waar Europa voor staat, de uniciteit van onze waarden en normen, is cruciaal. Noem het een gezonde vorm van patriottisme.”

‘Politiek is een kwestie van macht en machtsevenwicht, dat begrijp ik heel goed. Maar machtspolitiek zonder waarden is opportunisme: dat werkt niet. Macht gaat om een doel buiten haarzelf en dat moeten we opnieuw scherp stellen. Nu gaat het politieke centrum mee in een angstreflex. Het is een doodlopende weg. Middenpartijen kunnen nooit per opbod van het rechts-populisme winnen. Rechts-populistische partijen zullen altijd verder kunnen gaan in het benoemen van de vijand en in het formuleren van vrijblijvende voorstellen. Ze hebben geen regeringsverantwoordelijkheid, ze zijn niet gebaat bij progressie en bij vooruitgang. In een crisissfeer gedijen deze partijen juist.’

Oplossingen

Als het vluchtelingenvraagstuk zo complex, zo omvangrijk, is, hoe is het dan ooit op te lossen? ‘De opdracht is immens, maar niet onmogelijk. Er zal een duidelijke agenda moeten worden ontwikkeld. Allereerst is het uitermate belangrijk dat we weer in onze eigen westerse waarden gaan geloven. Via de opvoeding, via het onderwijs en ook via de media moeten we opnieuw doordrongen worden van de waarden en principes waar onze voorouders met bloed en tranen voor gestreden hebben. Het is onze plicht aan hen om de rechtsstaat, democratie, vrijheid en menselijke waardigheid te koesteren en uit te dragen. Dat is ook een kwestie van eergevoel. Wij profiteren nog altijd van de realisaties en de vooruitgang van het verleden, het is aan ons als burgers om een nieuwe stap vooruit te zetten. Die fierheid waar Europa voor staat, die uniciteit van onze waarden en normen, is cruciaal. Noem het een gezonde vorm van patriottisme.’

‘We zouden een voorbeeld kunnen nemen aan Amerika. Ondanks alle problemen en de opmars van Donald Trump is de culturele frictie in de Verenigde Staten nog altijd iets kleiner door de positieve waardenbeleving die er is, hoewel ze ook daar onder druk staat. Amerikanen weten nog waar hun vlag symbool voor staat, eenvoudigweg omdat dat er via het lager en hoger onderwijs wordt ingehamerd. En mede dankzij die fierheid durfde Amerika altijd een relatief hoog aantal migranten te absorberen. Er wordt geroepen dat nieuwkomers zich moeten aanpassen aan onze waarden en normen, maar als we die waarden en normen niet zelf uitdragen, dan wordt het lastig.’

‘In de tweede plaats moeten we durven te investeren in de sociale cohesie in de samenleving. Dat betekent dat we meer tijd moeten vrijmaken voor sociaal engagement. Nu besteden we meer en meer tijd aan ons werk en aan de pendel tussen huis en werk, maar we zouden juist weer extra ruimte moeten krijgen om onze kinderen op te voeden en om deel te nemen aan het verenigingsleven. Een samenleving die zich eendrachtig voelt, heeft minder problemen met het aanvaarden van nieuwkomers.’

‘In de derde plaats is het van groot belang om te investeren in een economisch perspectief. We zullen moeten bouwen aan een nieuwe economie met een versterkt sociaaleconomisch weefsel rond de middelgrote steden. Ik denk dat dat een sleutel is. De werkgelegenheid en de koopkracht blijven onder druk staan. Maar we kunnen niet verwachten dat mensen positief zijn over de komst van migranten, als we blijven verzaken om meer kansen te creëren voor de meerderheid van de bevolking. De kunst is om meer economisch welzijn samen te laten gaan met meer tijd voor sociaal engagement. Zo is het essentieel dat we kunnen wonen en werken op dezelfde plek. Ik verbeeld mij de economie van de toekomst als een stad waarbij je je deur uitgaat, een kilometer wandelt en dan op je werkplek bent.’

‘Dit zijn voor mij de drie belangrijkste voorwaarden om adequaat met de vluchtelingenproblematiek om te kunnen gaan. Ik wil daar nog een vierde element aan toevoegen: het buitenland- en veiligheidsbeleid. We zullen meer moeten investeren in de preventie van conflicten en in de opvang van vluchtelingen aan de buitengrenzen en in de regio zelf. En we zullen ook meer strategische partnerschappen met Turkije en andere landen aan moeten gaan.’

‘Ik zie niets in het optrekken van hoge muren. Het is een illusie te denken aan een sterke verdediging van de Europese buitengrenzen als de eigen samenleving verzwakt is. Dat is een van de lessen van de geschiedenis. Vele verzwakte samenlevingen hebben geprobeerd met muren de migratie op afstand te houden. Maar muren geven een vals gevoel van veiligheid. Als je binnen die muren niet wordt uitgedaagd om de samenleving en de economie sterker te maken, dan kun je vroeg of laat de beveiliging van die muren niet meer betalen, en dan wordt het opportunisme in de landen en samenlevingen aan de randen van de Europese buitengrenzen, zoals in Griekenland, alleen nog maar groter.’

Fierheid op de eigen waarden en identiteit wordt soms opgevat als een naar binnen gekeerdheid, als een vorm zelfs van uitsluiting van nieuwkomers. Hoe kan dat worden vermeden?‘ Ik zou deze agenda zien als een gezamenlijk project van de Europese bevolking én de nieuwkomers. Als we werken aan een kanteling in de economie en we halen meer maakindustrie naar de middelgrote steden, dan kunnen die steden zo een paar duizend nieuwkomers meer opnemen. Als we onze waarden en normen met een zekere trots uitdragen en een goed integratiebeleid voeren, dan is dat juist aanstekelijk en bevorderend voor de sociale binding met nieuwkomers. We hebben een nieuw gezamenlijk project nodig waarin autochtonen en allochtonen een waardige rol krijgen. Fierheid op onze identiteit hoort daar bij.’

‘Exclusief denken is geen probleem als het gebaseerd is op het geloof in de westerse waarden. Principes als godsdienstvrijheid, de vrijheid van meningsuiting, gendergelijkheid zijn cruciaal. En mensen die dat niet zien zitten, moeten maar naar een andere samenleving gaan. Exclusiviteit wordt wel een probleem als ze gebaseerd is op een gevoel van onveiligheid en op een “negatieve identiteit.” De essentie is: als we zelf geen drager meer voelen van een gemeenschappelijke project, als we geen nieuw beschavingsproject meer hebben, dan is het onrealistisch te verwachten dat mensen zomaar openstaan voor nieuwkomers. Dan regeert de angst.’

‘Ik vind het cruciaal dat de centrumpartijen en de christendemocraten in het bijzonder, zo’n positief traject rond de eigen identiteit centraal stellen. Maar in feite gebeurt het tegenovergestelde. Kijk naar het onderwijs. Zowel in Nederland als in Vlaanderen zijn de christendemocraten mede de doodgravers van het waardengericht onderwijs geworden, als waren ze de boekhouders van een samenlevingsmodel dat deels failliet is. Ook zij zijn meegegaan in het verhaal dat onderwijs en wetenschap in het teken van efficiëntie moeten staan. Meer ethiek, cultuur, geschiedenis, filosofie in het onderwijs zou de inzet van christendemocraten bij elke regeringsonderhandeling moeten zijn. Anders maak je van jongeren ongeleide projectielen. Christendemocraten moeten snoeihard tegen het tij in durven roeien en alternatieven aanreiken.’

Perspectief

Bent u optimistisch over de toekomst van de Europese Unie en de aanpak van het vluchtelingenvraagstuk? ‘Nee, ik ben helemaal niet optimistisch. We doen precies het tegenovergestelde van wat nodig is en verkwanselen onze idealen. In het onderwijs worden waarden en principes waar we voor stonden opgeofferd op het altaar van het plat economische utilitarisme. We investeren niet in de sociale cohesie. Er is een tendens tot economische centralisering en hyperspecialisering met een verzwakking van de periferie en de afbraak van dorpen als gevolg. Economisch is Europa verwikkeld in een race to the bottom. In onderhandelingen met de VS vormen sociale normen en milieubeginselen slechts een randverschijnsel en niet de kern. Dat is verschrikkelijk. Ik zie op deze manier de Europese Unie binnen nu en tien of twintig jaar op haar einde lopen.’

De huidige politieke lijn leidt tot de ondergang van de EU? ‘Ja, daar hoeven we geen doekjes om te winden. Kijk alleen al naar de hedendaagse politieke constellatie: het Duits pragmatisme is zo goed als dood; de Britten of ze er nu wel of niet uitgaan, maken Europa blijvend zwak – blijven ze erin dan wordt de soep nog dunner, gaan ze eruit, dan verliest de EU aan gewicht; de positie van Frankrijk is evenzeer problematisch. Hoe je het ook went of keert: de Europese kern is verzwakt. Waarden als duurzaamheid en solidariteit zijn aan inflatie onderhevig geraakt en Europa is een kapitalistische speeltuin geworden. Intussen durven de bureaucraten in Brussel hun mond niet open te doen.’

De Duitse bondskanselier Merkel probeert in Europa een moreel leidende rol te spelen. Belichaamt zij uw visie op een politiek van waarden? ‘Merkels christendemocratische principes en de moraliteit in het vluchtelingenverhaal vind ik heel nobel, maar ze onderbouwt dat niet met een waardevol economisch beleid en met een verbindend perspectief. Ze voert een beleid dat andere Europese lidstaten afknijpt, dat weigert de koopkracht op een adequaat niveau te brengen en dat weigert om de Europese instellingen een handelsbeleid te laten voeren dat valse concurrentie en dumping uitschakelt. Dat is meten met twee elkaar bijtende maten: een neoliberale voor het economische en een christendemocratische in het vluchtelingendebat.’

‘De vraag is hoe we de kansen in de economie kunnen vergroten en hoe we de baten van de economie beter kunnen spreiden. Dat is een wereldwijd vraagstuk. We zullen hier in Europa mee moeten beginnen door van binnenuit lokale economieën en gemeenschappen op te bouwen en te versterken. Anders worden we echt zelf speelbal van chaos en geweld in onze directe omgeving.’

Op wat voor chaos en geweld doelt u precies? ‘Laten we het op scherp zetten: Er zou bijvoorbeeld opnieuw een oorlog kunnen uitbreken. Waarom niet? Wie kan er in vredesnaam beweren dat dat niet meer zal gebeuren? Vergeet niet: alles wijst in die richting. Het hele idee achter het Europese beschavingsproject staat op instorten; er is een hyperversnelling van de militarisering in de wereld gaande; het nationalisme neemt toe; en er is een sociaaleconomische onzekerheid en turbulentie op de grondstoffenmarkt. We houden het eigenlijk nog redelijk lang vol. Het antwoord zou meer Europese samenwerking tussen de lidstaten moeten zijn, maar, opnieuw, het tegenovergestelde gebeurt. Als de Chinezen komend najaar opnieuw in een echte recessie zouden geraken, dan komt de economie van Duitsland zwaar onder druk te staan, en wordt Europees samenwerken nog lastiger. Nu al voel je de wanhoop zegevieren, ook in Brussel. Is dat negativisme? Onheilsprofetie? Ik zou zeggen: we zitten op een van de formidabele keerpunten in de geschiedenis. Het wordt een gestaag wegkwijnen of een wedergeboorte. Het is een dubbeltje op zijn kant.’

Wat geeft u hoop?

‘Als jonge vader en onderdeel van een gezin heb ik geen andere keus dan te vechten voor het Europese ideaal, voor een toekomst die beter is dan nu. Mijn hoop komt voort uit die noodzakelijkheid, op veel meer dan dat is ze niet gebaseerd. Voor mij is het heel duidelijk hoe Europa beter zou kunnen. Maar wat mij zo somber maakt is het onvermogen van politici en opiniemakers om mensen te overtuigen met een inspirerend verhaal, over hoe we er voor kunnen zorgen dat het dubbeltje de andere kant uit kan vallen. Dan gaat het om de verbeelding van een mogelijke toekomst vanuit een waarden-agenda die rijk is aan menselijke kwaliteit en perspectief.’

‘In de samenleving zelf is veel kracht en vitaliteit aanwezig. De vraag is of het niet een te kleine onderstroom is om werkelijk iets te veranderen, of de grote uitgeblust en moedeloos geraakte massa er door geïnspireerd raakt. Ik geloof  niet in het Hobbesiaanse beeld dat de mens intrinsiek slecht is en gedisciplineerd moet worden; in mensen komt zowel het goede en het liefdevolle als het akelige, de luiheid, de hebzucht en de haat naar boven. Maar ze hebben elkaar wel nodig en ze hebben ook behoefte aan perspectieven om een richting op te kunnen gaan. Een van de problemen in de huidige samenleving is dat de positieve wederkerigheid onvoldoende wordt gestimuleerd. Hoe onze aankopen impact hebben op anderen, wordt aan het zicht ontrokken; als we goedkope schoenen kopen, zien we niet dat die door kinderhanden in Bangladesh zijn gemaakt. Op die manier worden we in feite beloond om mee te gaan in de graaizucht en de welvaartsmaximalisatie. De kunst is te laten zien dat welvaart meer is dan de volle winkelkarretjes, dat het ook om welzijn gaat, om een economie die mensen tot samenwerking en ontplooiing aanzet.’

‘Daar ligt in de eerste plaats toch een taak voor politici. Hun rol is niet te overschatten en zij zullen moreel leiderschap moeten tonen en keuzes scherp moeten stellen. Ten tweede is het nodig dat er een intellectuele frontvorming van opiniemakers plaatsvindt. Ze zullen engagement moeten tonen met wat mogelijk is, in plaats van elkaar te bestrijden met sarcasme en kritiek. In de derde plaats zullen het midden- en kleinbedrijf en de maakindustrie, samen met hun vakbonden en werkgeversorganisaties, druk moeten uitoefenen op de politiek om die omslag mee te maken. Heel veel van deze bedrijven beseffen heel goed dat ze de race to the bottom, de prijzenslag, niet kunnen winnen.’

‘Duidelijk moet weer worden dat Europese samenlevingen wel degelijk verschil kunnen maken als ze groots denken. Samen kunnen Europese steden en regio’s een sterk, veelzijdig, duurzaam en solidair Europa vormen. Lokaal denken met een Europese weerklank: daar gaat het om. Zo’n agenda is het sterkste bindmiddel tussen Europese steden, regio’s en landen, en tussen autochtonen en tussen allochtonen.’