Jonathan Holslag On world order and disorder

De ambities van China leiden vroeg of laat tot een oorlog met de buren

Hij voorspelt een oorlog tussen China en zijn buurlanden. Toch wist VUB-professor Jonathan Holslag de Chinese ambassadeur te strikken voor zijn boekpresentatie. Interview met een specialist internationale politiek met een mening over zijn eigen land. Uplace in Machelen? “Een vehikel van de Chinese machtspolitiek die onze welvaart bedreigt”.

VUB-professor Jonathan Holslag laat zijn licht niet alleen in de aula schijnen. Boeken, columns, colloquia, de specialist internationale politiek is op vele fronten actief. Zeggen dat de wereld luistert als Holslag spreekt, is misschien wat overdreven. Maar de 34-jaar jonge Limburger mocht het toch al mooi gaan uitleggen op nieuwszenders zoals BBC World, CNN en Al Jazeera, en zijn naam valt met enige regelmaat in bladen zoals The Economist en de Financial Times. Een zucht naar reële invloed is hem niet vreemd. Holslag stond mee aan de wieg van de Vrijdaggroep, een denktank waar jonge Belgische talenten piekeren over een betere samenleving. Hij zit haast vanzelfsprekend in de twaalfkoppige club van wijzen, die minister van landsverdediging Vandeput (N-VA) adviseert over de hervorming van het Belgisch leger. Holslag kent de cenakels van de Europese Unie, en zo nu en dan wordt hij door een commissie of werkgroep in Washington aan de mouw getrokken. Een man met een mening over een verrassend brede waaier van onderwerpen, ook dat is Jonathan Holslag. Vorige week nog kraakte hij in een messcherpe column in De Morgen het Uplace-project af.

Het is echter China, zijn grootste dada, dat de aanleiding voor dit gesprek vormt. Holslag, constant pendelend tussen Brussel en het Verre Oosten, heeft al vier boeken geschreven over de opkomst van China en over de impact hiervan op de buurlanden en de rest van de wereld. Volgende week verschijnt zijn nieuwste boek, onder een enigszins verontrustende titel. ‘China’s coming war with Asia’, de Nederlandse vertaling is voor maart.

Be titel klinkt als een voorspelling. Mogen we aannemen dat de auteur zelf hoopt dat die niet uitkomt? Holslag: “Als politieke realist hoop je er altijd op dat een aantal van je verwachtingen niet bewaarheid wordt. Maar als je de Aziatische realiteit analyseert en daar vervolgens nuchter de gevolgen uit trekt, dan kun je niet om de slotsom heen. We stevenen af op een periode van turbulentie en geweld”.

Waarom? Holslag: “China heeft sinds 1949 een onvoorstelbare weg afgelegd, politiek, militair en economisch. Maar het beleid draait nog altijd rond dezelfde kern van harde, nationalistische belangen. Na de communistische machtsovername werden die vastgelegd in wat ik de Vier Grote Aspiraties noem. Veilige grenzen en controle over perifere gebieden zoals Tibet, Xinjiang en Binnen Mongolië. Economische groei, welvaart en stabiliteit om het machtsmonopolie van de Partij te vestigen. Terugwinnen van verloren territoria zoals Taiwan, de betwiste grensgebieden in India, en een resem eilanden in zowel de Oost-Chinese als Zuid-Chinese zee. Ten slotte zou het nieuwe China geen buitenlandse inmenging meer dulden en ten allen tijde zijn soevereiniteit laten respecteren. Die krachtlijnen, sinds 1949 talloze keren herbevestigd, vallen op zich perfect te verdedigen. Het is ook niet zo dat China een uitzonderlijk expansionistische agenda nastreeft, het koestert ambities die heel normaal zijn voor een opkomende grootmacht. Probleem is alleen dat China die ambities onmogelijk kan realiseren zonder met zijn buurlanden in conflict te komen”.

Waar ligt het buskruit? Holslag: “Neem nu het respect voor de eigen soevereiniteit. Op zich valt daar weinig op af te dingen, maar waar ligt de grens? Valt onder die soevereiniteit ook de controle over de grote rivieren van Azië die toevallig allemaal in China ontspringen? Want dat is de geografische realiteit: Peking controleert letterlijk de watertoren van een groot deel van Azië. De Brahmaputra, van vitaal belang voor miljoenen boeren in India en Bangladesh, ontspringt in de Chinese Himalaya. China controleert ook de bovenloop van rivieren zoals de Ili en de Irtysh die een groot stuk van Kazakstan van water voorzien. Voor de Chinezen is het evident: ze hebben het volste recht om die rivieren voor eigen ontwikkeling te gebruiken. Ze hebben de voorbije decennia naar believen irrigatiekanalen en stuwdammen gebouwd, zonder veel rekening te houden met de buurlanden. Nu al lopen de spanningen over de waterverdeling hoog op”.

Verrassend voorbeeld. Zelf dachten we spontaan aan de territoriale claims als grootste twistappel… Holslag: “Dat is ook zo. Vooral het statuut van Taiwan en de door China en Japan betwiste eilanden in de Oost-Chinese zee zijn explosief. Dat heeft met de geschiedenis te maken, en met decennialange propaganda en nationalistisch gekleurd onderwijs. Ik heb het vaak ondervonden met Chinese studenten of academici. Zelfs al hebben ze jarenlang in de States gewoond, ze maken allemaal dezelfde associaties. Japan is de vijand, en Taiwan een onlosmakelijk deel van het moederland. Binnenkort zijn er trouwens verkiezingen in Taiwan, een spannend moment. Het ziet er naar uit dat de Kuomintang-regering, principieel gewonnen voor hereniging, het onderspit zal delven tegen de nationalisten van de DPP. Die zullen niet meteen alle bruggen met Peking opblazen, maar zich terughoudender opstellen. Gevaarlijk, want in China lopen de frustraties nu al hoog op. De Chinezen vinden van zichzelf dat ze de voorbije tien jaar erg veel in de samenwerking met Taiwan hebben geïnvesteerd, onder meer in de vorm van handelsakkoorden die voordelig zijn voor Taipei. Tijd om te oogsten, is hun redenering. China is nu aan zijn vijfde generatie leiders toe. Xi Jinping en co zijn het aan zichzelf en aan de propaganda verplicht om binnen dit en tien jaar een doorbraak te forceren. Helaas voor China zien ze dat in Taiwan niet zitten. Hoe nauwer de economische samenwerking met mainland, hoe sterker de aversie voor een hereniging. Het onderdrukken van het burgerprotest in Hong Kong vorige zomer heeft de zaak natuurlijk geen deugd gedaan. In Taiwan hebben ze nu wel begrepen wat de Chinese beloftes van politiek zelfbestuur waard zijn. Al die spanningen krijgen pas hun volle betekenis als je weet dat in Azië in een duizelingwekkende wapenwedloop aan de gang is. China is de absolute koploper, het land geeft in zijn eentje meer uit aan defensie dan Rusland, Japan, Zuid-Korea en India samen”.

In 2007 poneerde uw eerste boek dat China geen wereldmacht zou worden. Blijft u daarbij? Holslag: “Ik blijf ervan overtuigd dat China het erg moeilijk zal krijgen om de rol van de Verenigde Saten over te nemen. Een supermacht, dat is toch een beetje the king of the hill, de enige die ongenaakbaar en wereldwijd zijn invloed kan doen gelden. Amerika heeft die status in de 19de en 20ste eeuw kunnen verwerven zonder concurrerende of tegenstribbelende buurlanden. Die luxe heeft China niet, vroeg of laat moet de Chinese opkomst botsen met de belangen van de buren. Wat China intussen wel is: een regionale grootmacht met wereldwijde belangen, van petroleumvelden in het Midden Oosten, over plantages in Latijns Amerika, tot ertsen en mijnen in heel Afrika”.

Leggen de Chinezen zich neer bij de rol van tweede viool? Holslag: “Ze zijn realistisch genoeg om te beseffen dat ze het nog niet kunnen halen. Zowel militair als qua bondgenoten lopen de Amerikanen nog ver voorop. Maar zich erbij neerleggen? Als je daarover met hoge officials praat, schermen ze met termijnen van 20 tot 30 jaar. Zo rond 2050 hopen ze de Amerikanen militair bij te benen. In afwachting aanvaarden ze impliciet een G2-scenario, waarbij Peking en Washington in Azië de macht delen. Streven naar een militair evenwicht en tegelijkertijd selectieve samenwerking. De Amerikanen gaan daarin mee, maar het is allemaal erg dubbel. De doctrine van het Pentagon is er immers op gericht in alle geledingen het overwicht te behouden en China in te dammen. De militaire opbouw van de Amerikanen in Azië is dan ook dramatisch. Van Japan tot de Filippijnen hebben ze een keten van sensoren aangelegd om Chinese onderzeeërs te detecteren. Ze hebben hun basis op Guam fors uitgebouwd, extra onderzeeërs en schepen gestuurd, ze zijn volop aan het experimenteren met nieuwe wapensystemen zoals razendsnelle antischeepsraketten en onbemande aanvalsvliegtuigen. De Chinezen reageren daarop, ze ontwikkelen hypersonische raketten en zetten zwaar in op elektronische oorlogsvoering. Toch zijn ze beducht om zich al te ver te laten meeslepen. De Chinezen kennen de geschiedenis, ze hebben gezien hoe de Sovjetunie aan een moordende wapenwedloop met de Amerikanen is ten onder gegaan”.

Het lijkt een paradox. U twijfelt er niet aan dat de Chinese leiders oprecht streven naar vreedzame co-existentie. Toch brengen diezelfde leiders hun land stap voor stap dichter bij een conflict met de buren… Holslag: “Ze zijn zich daar zelf meer dan wie ook van bewust. Ze vinden dat ze de voorbije jaren erg veel in vreedzame relaties met de buurlanden hebben geïnvesteerd. Tegelijkertijd vinden ze het normaal dat China zich militair en economisch verder blijft ontplooien, en dat het zijn territoriale aanspraken probeert hard te maken. Daar wringt het schoentje: op termijn moet er een escalatie van komen. Waar of hoe valt moeilijk te voorspellen, er zijn heel wat scenario’s denkbaar. Japan en India zijn twee landen die nu al kreunen onder de Chinese druk. Niet alleen militair, China speelt ook zijn economische en financiële macht uit. Japan, dat al twintig jaar in een economische stagflatie zit, ziet met de lede ogen hoe zijn industrie steeds meer onder de Chinese concurrentie te lijden heeft. Ooit komt het moment van de waarheid: leggen landen als Japan en India zich neer bij de Chinese suprematie? Of gaan ze in het tegenoffensief, al dan niet met Amerikaanse steun? In zo’n klimaat kan één vonk volstaan om de boel te doen ontploffen. ”

Wat zou die vonk kunnen veroorzaken? Holslag: “Een verdwaalde vissersboot in de Oost-Chinese zee, een vlag in een omstreden stuk van de Himalaya. Zulke incidenten zijn er al veel geweest, maar tot dusver hebben alle partijen het hoofd koel gehouden. Ik maak me zorgen over twee randvoorwaarden. Er is het oplopende nationalisme. In China, maar ook in Japan waar Shinzo Abe bij de voorbije verkiezingen openlijk anti-Chinese gevoelens heeft bespeeld. Peking is trouwens woedend over de Japanse, door Amerika warm gesteunde plannen om zich te herbewapenen. Vele Japanners zijn daar zelf niet over te spreken. Zolang de Chinezen van hun eilanden afblijven, is er voor hen geen groot probleem. India is een ander verhaal. Economisch is dat land geen partij voor China, ook onder de nieuwe president Modi ziet het er trouwens niet naar uit dat India de sprong naar een moderne industriestaat snel zal maken. Tegen die achtergrond flakkert het nationalisme op, met een laag opgeleide bevolking die erg vatbaar is voor de propaganda van heetgebakerde media. Nationalisme is een kracht die een oorlog kan uitlokken, maar dat geldt ook voor interne problemen in China. Wat als de economische motor sputtert? Niets zo gevaarlijk als een opkomende grootmacht die stagneert”.

Stagneren is niet denkbeeldig. China kent veel sociale onrust, een door u geciteerd rapport maakt gewag van 40.000 massa-incidenten in een jaar tijd. Vooral de kloof tussen de rijke, geïndustrialiseerde Oostkust en het verpauperde binnenland genereert frustraties. Is de Volksrepubliek een reus op lemen voeten? Holslag: “De Chinese leiders hebben redenen tot bezorgdheid. De communistische partij heeft haar legitimiteit altijd gekoppeld aan de belofte van een egalitaire samenleving. Dat verklaart de obsessie met economische groei. China moet en zal evolueren naar een hoog inkomen land, met een gemiddeld inkomen per capita van 12.000 dollar. Als dat niet lukt, zal China nooit de middelen hebben om een paar honderd miljoen inwoners in het binnenland en de periferie uit het moeras van de armoede te tillen. Het volk is daarbij bereid tot zware offers, maar wel met de verwachting dat het kan profiteren van de economische strategie. De Partij speelt hoog spel, ze heeft via de staatsbanken minstens 4.500 miljard dollar spaargeld van de gezinnen overgeheveld naar investeringen in industrie en vastgoed. Wat als daar bubbels ontstaan en een deel van dat geld verdampt? Dan zit de overheid met een gigantisch probleem. In zo’n scenario is het allerminst denkbeeldig dat de Chinese leiders de bekende truc van de externe vijand opvoeren om hun vel te redden”.

Aan doemscenario’s geen gebrek. Toch vond u de Chinese ambassadeur in Brussel bereid om de boekvoorstelling met zijn aanwezigheid op te luisteren. Hoe heeft u dat voor mekaar gekregen? Holslag: “Oh maar, mijn boek heeft ook al een warme aanbeveling van een topper van de Centrale Partijschool in Peking gekregen. Kijk, ik ben scherp in mijn analyse. Maar wat ik niet doe, is de Chinezen met de vinger wijzen. Dat is het verschil met heel wat andere China-watchers, vooral Amerikanen hebben de gewoonte om China als boeman af te schilderen. De pogingen van landen als de VS of Japan om hun macht behouden zijn een even belangrijk deel van het verhaal als de Chinese pogingen om aan macht te winnen. Mijn boek heeft ook oog voor de positieve aspecten van het Chinese verhaal. Het is zonder meer indrukwekkend hoe de leiders er tot dusver in geslaagd zijn om tot nog toe spanningen te ontmijnen. De Chinezen spelen het spel meesterlijk. Hoe ze als kredietverstrekker hun financiële macht aanwenden om de landen in Zuid-Oost China tegen elkaar uit te spelen. Hoe ze leiders met de belofte van een gemeenschappelijke harmonieuze toekomst inpakken. Voorlopig is de Chinese boom vooral slecht nieuws voor de ontwikkeling van de buurlanden. Handelstekorten, competitieve nadelen omdat China zijn schaalgrootte exploiteert om grondstoffenprijzen te drukken, noem maar op. Geduld, zeggen de Chinezen, ooit zetten we de stap naar een consumptie-gedreven economie, en dan wordt onze binnenlandse markt de motor om de hele regio te ontwikkelen. Je kunt alleen maar bewonderend toekijken hoe ze het altijd weer verkocht krijgen. De kracht van de Chinese diplomatie is ongeëvenaard. Kwaliteit, mankracht, ze spelen iedereen naar huis. Ook de Europese diplomatie schiet hopeloos te kort, we zijn niet meer in staat de Chinese strategie te doorgronden”.

Is dat erg? Holslag: “Ja, want de Chinezen doen hier net als in Azië, ze buiten onze verdeeldheid schaamteloos uit. De Britten worden gepaaid met de belofte dat de City de exclusieve bestemming wordt voor Chinese beleggingen. Duitsland wordt hofleverancier van machines en auto’s, de Fransen krijgen het monopolie op het bouwen van kerncentrales, en dwergstaat België wordt blij gemaakt met het perspectief dat we de Europese gateway voor Chinese export worden. We trappen er met open ogen in, terwijl de Chinezen ondertussen volop aan alternatieven bouwen door Zuid-Europese havens op te kopen”.

Zijn we naïef in onze relaties met China? Holslag: “Zeer zeker. Chinezen hebben de mond vol van samenwerking, maar de baten zijn vaak ongelijk verdeeld. Westerse bedrijven krijgen pas toegang tot de Chinese markt als ze hun technologie delen. Het omgekeerde gebeurt nooit, en toch rollen we de loper uit voor Chinese investeerders. Onze universiteiten lopen zich het vuur uit de sloffen om Chinese partners te vinden, en uiteraard stellen ze daarbij hun kennis royaal ter beschikking. Andersom is ondenkbaar, de Chinese toplabo’s blijven potdicht. Naïef is ook onze visie op de Chinese industriële politiek die onze welvaart bedreigt. Voorlopig voelen we het nog niet in onze portefeuille, maar dat zal veranderen wanneer ze erin geslaagd zijn onze maakindustrie verder weg te concurreren. Daar zit een strategie achter, maar we willen het niet zien. Ook Europa laat zich betoveren door de belofte dat de Chinese markt op termijn een bonanza wordt. Een fatale vergissing. Als China ooit een consumptie-gedreven economie wordt, schieten er hier als het zo doorgaat nauwelijks fabrieken over om ginder de vraag te bevredigen. Het is ook vanuit die optiek dat ik zo hard ageer tegen fenomenen zoals Uplace”.

Dat moet u even uitleggen… Holslag: “Ik bekijk de realiteit altijd door een strategische bril, meestal vertrekkend vanuit een Aziatische context. Zo borrelt vanzelf de vraag op: hoe kunnen we de welvaart van onze kinderen waarborgen, rekening houdend met de scherpe economische machtspolitiek die vanuit Azië wordt gevoerd? Voor mij is het antwoord duidelijk: we kunnen die ambitie alleen waarmaken als we hier een maakindustrie bouwen die competitief is maar ook meer inzet op duurzaamheid, schoonheid en creativiteit. Ik geloof niet dat we de bestaande industrie kost wat kost moeten proberen te behouden. Het gaat er me om iets beters neer te zetten, een sterkere industrie in functie van een sterkere samenleving. Eigenlijk komt het neer op een nieuw Europees ontwikkelingsmodel. Verstedelijking is daarbij een cruciaal gegeven, zeker in een regio als Vlaanderen. In plaats van onze economie meer afhankelijk te maken van diensten in slechts enkele grootsteden, met alle pendelellende als gevolg, pleit ik ervoor om de economische activiteit opnieuw wat te decentraliseren naar kleinere steden. Ik denk dat dit kan met wat vooruitstrevender standaarden en dat dit zal bijdragen tot een hechtere, bewustere samenleving. Dan moet je niet komen aanzetten met koopparadijzen die steden leegzuigen en zich opdringen als surrogaat voor goede maakindustrie”.

De N-VA reageerde bits op uw column. Touché? Holslag: “Ik maak me erg kwaad om het uitblijven van een volwaardige economische strategie. De regio’s die nu de bevoegdheid hebben moeten durven sturen. Ik hoor van de N-VA dat Vlamingen wijs genoeg zijn om voor zichtzelf uit te maken wat goed voor ze is en waar ze willen gaan shoppen. Ja, zeg ik dan, in een echte vrije markt kan de burger louter op basis van vraag en aanbod rationele keuzes maken. Maar de vrije markt is een mythe, de hele economie wordt door politieke interventies gemanipuleerd, of dat nu e beslissing van de ECB om de geldsluizen te openen betreft of het industrieel beleid van China dat zich een weg dumpt uit zijn overcapaciteit. Wat wordt het aanbod van zo’n Uplace? Negentig procent made in China, 100 procent zelfs als het gaat over Primark, de modeketen die Bart De Wever toch zo graag naar Antwerpen wil lokken. Zien ze het dan niet? Ze verschuiven wat werkgelegenheid en scheppen een vals gevoel van welvaart. Dat zijn eigenlijk vehikels die de economische ambities van landen als China helpen waar maken en die onze welvaart bedreigen. Onbegrijpelijk dat iemand als De Wever met zijn aura van een staatsman dat niet snapt. Dat hij maar eens wat harder probeert om de containerschepen die in Antwerpen aanmeren terug te laten varen met volle containers kwaliteitsgoederen ‘made in Flanders’”.

U schuwt de controverse niet. Uw pleidooi voor een sterk leger met een vloot nieuwe jachtbommenwerpers, maakte veel ophef. Bent u een havik? Holslag: “Ik ben een politiek realist. Een leger blijft noodzakelijk als laatste optie, een redmiddel dat je pas gebruikt als al de rest heeft gefaald. Zoals een brandverzekering. Die kost je elk jaar een stevige duit terwijl hoopt ze nooit nodig te hebben. Maar als het ooit brandt, dan wil je ze niet missen. Kijk ook naar de geopolitieke context. Ik durf echt niet uit te sluiten dat we vroeg of laat onze handen weer moeten vuil maken, zoals we dat in de vorige eeuw een paar keer hebben gedaan. Hoe gaan we onze kinderen uitleggen als we dan weerloos staan, zonder middelen om de opmars van de vijand af te remmen? België heeft nu al het laagste defensiebudget van heel Europa, en toch wordt er de komende jaren nog 1,4 miljard wegbezuinigd. Komaan zeg, schaf de hele krijgsmacht dan meteen af. Ik vind het ook hypocriet dat we ons achter Europa verschuilen. We moeten ons in transportvliegtuigen specialiseren binnen de schoot van een toekomstig communautair leger, hoor ik. Flauwe kul, met het huidige defensiebudget is een grote vloot transportvliegtuigen even onbetaalbaar als jachtbommenwerpers. We kunnen ons ook binnen Europa niet specialiseren in besparingen”.

De geopolitieke barometer staat inderdaad op storm. Het brandt niet in het Verre Oosten, maar veel dichter bij huis. Vindt u net als Timothy Garton Ash dat we Vladimir Poetin in Oost-Oekraïne een krachtig halt moeten toeroepen? Holslag: “De Russen hebben in Oekraïne al verschillende rode lijnen overschreden. Toch geloof ik dat Poetin beseft dat hij zich geen nieuwe Koude Oorlog kan veroorloven, anders dreigt zijn land helemaal het knaapje van China te worden. Want vergis je niet, Peking zal niet nalaten de zwakte van Rusland uit te buiten. Poetin heeft er dus belang bij de boel niet uit de hand te laten lopen, maar de realiteit op het terrein blijft onvoorspelbaar. Ik geloof niet in het leveren van wapens leveren aan Oekraïense. De Russen hebben eindeloze arsenalen om dat tegen te werken. We moeten de Russen de kans geven om een nieuw partnerschap voor te bereiden maar ons ook schrap zetten voor een mogelijke harde confrontatie, waarbij boots on the ground niet uitgesloten zijn”.

Is Europa daar klaar voor? Holslag: “Daar vrees ik voor. Het drama in Oekraïne is toch eerder een uiting van Europese zwakte dan van Russische sterkte”.

Een nog veel grotere brandhaard is het Midden Oosten. IS heeft nu ook delen van Libië ingepalmd, het jihadi-leger staat voor de poorten van Italië en dus ook van Europa. Hoe moeten we daarop reageren? Holslag: “We moeten de harde macht behouden om ons tegen de ergste uitwassen te beschermen en intern werken aan een performant antiterreursysteem. Op lange termijn moeten we ons echter bewust zijn dat Europa nooit voldoende gewicht in de schaal zal kunnen werpen om het met repressie alleen te redden. Alleen al de bevolking in Noord-Afrika en het Midden Oosten groeit daarvoor te snel. Op lange termijn zullen we dus heel hard moeten nadenken hoe die bevolking kansen kan krijgen. Dat brengt ons weer bij dat nieuwe ontwikkelingsmodel dat meer banen oplevert en duurzamer is. We zijn het aan ons zelf verplicht, maar het is ook een geopolitieke noodzaak. Maar op dit moment geloof ik niet dat we ons militair te zeer in dat moeras moeten gaan bemoeien. Afschermen is de boodschap”.

Klinkt wat cynisch. Heet dat niet de Somalië-aanpak? Holslag: “Dat is een platitude, maar in zekere zin past ze wel. Noord-Afrika en het Midden Oosten zijn aan het verworden tot één groot Mogadishu”.