Jonathan Holslag On world order and disorder

Onze samenleving is een mosselbank

Joël CEULAER – “Of de Chinezen nu boos op mij zijn?” Jonathan Holslag moet lachen. “Integendeel”, zegt hij. “Ik ben ervan overtuigd dat ik in hun achting gestegen ben. Zij begrijpen heel goed dat ik bedenkingen had bij de Eandisdeal, vanuit mijn bezorgdheid over de Vlaamse samenleving. Ik heb woensdagavond de voorzitter van de Chinese academie van sociale wetenschappen nog gezien, en die zei: ‘Je hebt groot gelijk met je verzet.’ De Chinezen begrijpen dat iedereen zijn eigen belangen verdedigt. Zij doen dat namelijk ook.”

Holslag, hoogleraar internationale politiek aan de VUB en gereputeerd China-kenner, was de laatste weken een van de drijvende krachten achter het verzet tegen de Chinese intrede bij energiedistributeur Eandis. “Zodra ik lucht kreeg van die mogelijke deal, heb ik al mijn andere werk laten vallen om mij hier volledig op te kunnen concentreren”, zegt hij. “Als onderzoeker moet je op zulke momenten je nek durven uit te steken. Ik wist meteen dat dit een zeer slechte zaak zou zijn voor Vlaanderen.”

Dat de deal uiteindelijk is afgesprongen omdat de stad Antwerpen geen lagere tarieven uit de brand kon slepen, getuigt van de “bijzonder rommelige manier” waarop alles is verlopen, vindt Holslag. “Ik heb deze week enorm veel gebeld met politici”, zegt hij. “En ik ben blij dat zovelen onder hen hun visie ter discussie durfden te stellen en begonnen te twijfelen. Twijfel is de basis van de wijsheid, zeker in de politiek. Ik heb ook een aantal mensen bij de N-VA aan de lijn gehad, in vertrouwen weliswaar, en tot donderdag waren die not amused dat ze deze deal moesten aanvaarden van de partijtop. Bart De Wever lag niet wakker van Vlaanderen, hij was als Antwerps burgemeester alleen maar bezig met zijn stad. Dat noem ik geen Vlaams-nationalisme meer. Ik zal kritisch en scherp blijven voor de N-VA. Een partij met 30 procent van de stemmen moet waken over de belangen van de Vlaamse samenleving.”

En die belangen staan niet alleen onder Chinese druk, weet Holslag. “Vlaanderen houdt uitverkoop. Kijk naar de komst van Primark, naar het dossier rond Uplace, naar wat de Saudi’s doen in Antwerpen – daar zit een lijn in, een ideologie: de overtuiging bij velen dat de vrije markt het wel zal oplossen. Maar wie dat gelooft, kent de wereld niet. Dat geloof in de vrije markt is even utopisch als het communisme.”

Was uw verzet tegen de Eandis-deal een vorm van nationalisme? “Ik noem het liever patriottisme. Al draag ik nationalisten niet noodzakelijk een wrang hart toe, omdat ik zie dat het nationalisme overal ter wereld aan invloed wint. Ik vind dat niet noodzakelijk prettig, ik voelde mij beter in de open wereld van de voorbije twintig jaar. Maar nu het zo is, moeten wij ook wat nationalistischer zijn, en onze eigen belangen verdedigen. Dat is de invalshoek van de Chinezen: zij waren jarenlang te afhankelijk van buitenlandse investeringen en voeren daarom nu een actieve industrialiseringspolitiek.”

En dat moeten wij ook doen, vindt u. “Precies. Wij kijken op naar China, wij vinden dat land een economisch rolmodel. Wel, laten we eens proberen te begrijpen met welk beleid zij dat succes hebben bereikt. Om te beginnen houden zij alle cruciale sectoren in eigen handen. Onze buurlanden doen dat trouwens ook. Zo moeten wij nu Vlaamse burgers mee laten genieten van het rendement dat een investering in Eandis kan opleveren.”

U zou zich ook verzet hebben als het Fransen of Amerikanen of Duitsers waren geweest die een stuk van Eandis hadden willen kopen? “Ja. In die zin staat mijn verzet los van de Chinezen. Eandis is nog maar het voorproefje van een investeringstsunami die ons de komende decennia te wachten staat, als de kerncentrales sluiten. Wij zullen tussen de 60 en de 300 miljard euro moeten investeren in onze energieinfrastructuur. Als we voor deze habbekrats aankloppen bij de Chinezen, wil dat zeggen dat onze overheid de handdoek in de ring gooit. Dat Engie, het vroegere Suez, in Franse handen is, kost ons een paar miljard euro per jaar. Als we een verdere financiële leegloop willen vermijden, moeten we het eigen kapitaal activeren.”

Maar dat staat nog altijd los van de Chinezen. Zijn zij erger dan de Fransen? Want zo leek het toch: zelfs de staatsveiligheid bemoeide er zich deze week mee. “Engie is even problematisch, omdat ook in Frankrijk het economisch nationalisme steeds sterker wordt. België is een open markt en de landen rondom ons zijn agressief en mercantiel. Dat gaat ten koste van onze welvaart. China gaat nog een stap verder: het bedrijf State Grid, dat een aandeel in Eandis wilde kopen, is 100 procent van de staat, en dus van de communistische partij. Een bijkomend probleem is dat de energiesector in China verboden terrein is voor buitenlandse investeerders. Er is geen wederkerigheid.”

Maar dat maakte de deal toch nog niet gevaarlijk? “Er komt nog iets bij. Bij de Chinezen is alles met elkaar verbonden: zij zetten eerst hun voet tussen de deur en beginnen dan te duwen voor de export van hun kerncentrales en hun windturbines. Zo doen ze het in ontwikkelingslanden: China heeft al 120 miljard dollar geleend aan Afrikaanse landen. En ook van Portugal, Italië en Griekenland maken ze langzaam maar zeker schuldslaafjes. Aan die kredieten zijn zware voorwaarden verbonden, onder meer over contracten met Chinese bedrijven. Dat maakt het voor Europese bedrijven onmogelijk om te concurreren.”

Akkoord. Maar nogmaals: waarom moest de staatsveiligheid zich plotseling ook met de Chinezen en Eandis bemoeien? “De veiligheidsoverwegingen zijn duidelijk: in China bestaat geen onderscheid tussen de staatsbedrijven, de partij en het leger. Aan het hoofd van State Grid staat een secretaris van de communistische partij die onderzoek doet met het volksbevrijdingsleger. En alles is gericht op zelfredzaamheid en overleven in tijden van conflict. De Amerikaanse president Dwight Eisenhower had zijn ‘militair-industrieel complex’ tijdens de Koude Oorlog. In China bestaat dat complex nog altijd. Elke investering in het buitenland heeft als doel om zoveel mogelijk strategische informatie te verzamelen. Zoals de Amerikanen de 20ste eeuw hebben beheerst, zo willen de Chinezen de 21ste eeuw beheersen.”

Zullen ze daarin slagen? “Als wij ons zo zwak blijven opstellen? Zeker en vast. Europa dreigt tussen hamer en aambeeld te vallen. China voert nu al meer uit naar ons dan wij naar hen: zij hebben een handelsoverschot van 8 miljard per jaar met ons land, 100 miljard met Europa. Dat geld, die buitenlandse deviezen, willen ze nu gebruiken voor strategische investeringen. Wij laten China geld verdienen door onze industrie kapot te dumpen, en laten hen met dat geld Volvo kopen, en nu bijna Eandis. Dankzij de overname van Volvo houden we hier weliswaar tewerkstelling, maar we verliezen meer werkgelegenheid aan China dan zij hier creëren.”

Heeft die globalisering de voorbije decennia geen honderden miljoenen Chinezen uit de armoede getild? “Dat is zo. China heeft onevenredig veel geprofiteerd van de globalisering. En dat komt niet door de vrije markt, zoals velen denken, maar door slimme overheidsinterventies van de communistische partij. Ze hebben hun munt gedevalueerd, exportkredieten verschaft, via joint ventures technologie in handen gekregen… Ondanks de stijgende lonen blijft de industrie in China uitbreiden. Dat hebben de Chinezen onder meer geleerd in Singapore, ook een van de meest geglobaliseerde economieën ter wereld, met een overheid die op alle fronten stuurt en de strategische sectoren in de gaten houdt. In Singapore wordt echt dertig jaar vooruitgedacht.”

Een opiniestuk van u over Primark, de hypergoedkope winkel waar alles uit China komt, raakte onlangs een gevoelige snaar. Het werd op onze website meer dan 60.000 keer gedeeld. “De prijzen bij Primark maken industriële productie bij ons onmogelijk. Dat moeten mensen die er gaan winkelen ook beseffen: als je vandaag goedkope rotzooi koopt, mag je niet verwachten dat je later nog een volwaardige job zult vinden. Wij zijn de bodem uit onze eigen economie aan het slaan. We hebben een vierde industriële revolutie nodig. Wij moeten industrie terug naar hier halen, op een duurzame manier.”

Kan dat wel? “Waarom niet? Zelfs de textielindustrie kunnen we terughalen. Als we een jeans hier produceren, kunnen we meer betalen voor de productie, en minder voor transport en distributie, bijvoorbeeld. Goedkope jeans is trouwens vaak erg duur: de draagkost per dag van een jeans van 40 euro ligt hoger dan die van een jeans van 100 euro, omdat die eerste veel sneller verslijt. Wij moeten naar een economie op mensenmaat, waarbij de lokaal ambacht en creativiteit koppelen aan technologie en de globalisering van kennis. Wij mogen ook niet langer aanvaarden dat bedrijven zoals Ikea hier verkopen, maar alles invoeren uit China.”

We moeten multinationals meer voorwaarden opleggen? “Dat is zo. We laten multinationals landen en markten tegen elkaar uitspelen, om zo aan sociale dumping en milieudumping te kunnen doen. De vrije markt bestaat niet meer. Eigenlijk zou boven elk product in de supermarkt een flatscreen moeten hangen waarop wordt getoond hoe het product gemaakt is. Dan zou de consument geïnformeerd zijn en bewuste keuzes kunnen maken. En de milieukosten van een product zouden in de prijs verrekend moeten worden. Dan zou de markt al wat vrijer zijn. Nu hebben we het meest inefficiënte economische systeem dat je maar kunt bedenken. Met alle gevolgen vandien: we kunnen vandaag in onze materiële behoeften voorzien, maar wat samenhorigheid en welbevinden betreft, scoren we heel slecht.”

Is de vierde industriële revolutie een antwoord op het toenemende populisme? “Dat denk ik wel. We moeten mensen een toekomstbeeld kunnen voorhouden. Wij zijn kosmopolieten, wij hebben een job die nog wel een hoog welbevinden creëert. Wij reizen veel. Maar de grote meerderheid van de mensen heeft niet zo’n job, en leeft onder de kerktoren. Slechts tien procent van de Europeanen reist elk jaar naar een ander land. Daar moeten we rekening mee houden. Mensen willen geborgenheid. En daarom moeten we ook lokale creativiteit en lokale productie stimuleren.”

Had u begrip voor de Brexit-kiezer? “Zeker. Ik begrijp Donald Trump ook. Ik denk dat Trump op veel vlakken gelijk heeft. Als hij harde taal spreekt over de handelsrelaties met China, heeft hij het volledig bij het rechte eind. Ook met zijn kritiek op Wall Street heeft hij gelijk. Trump legt de vinger op de wonde, net zoals Geert Wilders en Marine Le Pen dat in Europa doen. Ik hoef niet bang te zijn van een vluchteling die hier komt werk zoeken. Maar als ik elke dag de broek van mijn lijf moet werken in een fabriek, dan moet ik wél bang zijn. Ik begrijp heel goed waarom mensen opstandig worden. Ik vind dat we nog lang niet opstandig genoeg zijn. We zijn comateus geworden, we zijn verslaafd gemaakt aan goedkope spullen.”

U bent een doemdenker. “Ik denk geregeld aan Tacitus, de schrijver die in de oudheid waarschuwde voor de ondergang van het Romeinse rijk. En aan Alexis de Tocqueville, de Franse aristocraat die aan het begin van de 19de eeuw een boek schreef over de democratie in Amerika. De grootste bedreiging voor de democratie, schreef Tocqueville, doet zich voor als mensen in slaap gesust zijn als consumenten en bestuurd worden door een bende bureaucraten. In die fase zitten wij. Wij zijn consumenten geworden, en onze westerse democratie wordt beheerd door grijze mannetjes. Ik noem dat vaak een mosselbank.”

Wat heeft onze democratie met een mosselbank te maken? “Een mosselbank ondergaat de getijden. Zo is dat ook met onze democratie. Wij ondergaan alles, in plaats van onze omgeving zelf vorm te geven. Ik hoor de Antwerpse burgemeester Bart De Wever zeggen dat hij graag een Primark heeft, ik hoor de Vlaamse overheid zeggen dat bij Uplace de rechtszekerheid primeert, ik hoor de N-VA zich niet verzetten als Saudi’s in Antwerpen investeren. Wij verdedigen onze belangen niet.”

Volgens Paul Buysse, die onder meer met Bekaert zaken heeft gedaan in China, zullen de Chinezen ons de Eandisbocht zeer kwalijk nemen. “Dat is onzin. Het probleem is niet dat we terugkomen op ons woord. Het probleem is dat we er een knoeiboel van hebben gemaakt. De Chinezen vinden onze politici maar een bende klungelaars. Het is niet duidelijk wie welke beslissing heeft genomen en waarom. Dat we vandaag onze belangen verdedigen, begrijpen ze maar al te goed. Ik hoop dat we nu eindelijk inzien dat we een toekomstproject nodig hebben. De uitdagingen zijn groot en we zijn ingedommeld. Mensen hebben niet in de gaten wat er aan de hand is.”

Is dat zo? Mensen zijn al zo bang. “Ze zijn vooral bang dat gekke moslims de metro gaan opblazen. En die dreiging is er, maar het is niet de belangrijkste. De grootste dreiging is dat we onze samenleving aan het verarmen zijn, en dat we ons kapot laten polariseren. We zijn onze eigen botsing van beschavingen aan het organiseren, tussen winnaars en verliezers van de globalisering. En bij die verliezers zitten helaas veel mensen met een migratieachtergrond. Met een gemeenschappelijk project maken we nog een kans. Anders worden we een speelbal op de golven, en zullen de andere spelers ons opvreten.”

Gepubliceerd in De Morgen.