Jonathan Holslag On world order and disorder

Uplace is alles wat Vlaanderen niet moet zijn

Hoe laag kan het Vlaams-nationalisme vallen? Zijn politieke vertegenwoordigers hebben mee de handtekening gezet onder wat een oorlogsverklaring is aan alles waar een zelfbewust Vlaanderen voor zou moeten staan. Dit zijn aantrekkelijke steden, een sterke lokale economie en vooral een tomeloze ambitie om in de competitieve wereld een verschil te maken met kwaliteit en identiteit.

Het gaat inderdaad over Uplace, dat stuk vastgoedmegalomanie aan de Brusselse ring. Al even belabberd als dat project, zijn de smoesjes die worden ingeroepen om de beslissingen te vergoelijken. Wat anders moesten we met het stuk vervuilde grond? Waarom kritiek op Vlaanderen nu het Brusselse Gewest zelf ook twee van die projecten plant? Als een partij met 43 zetels in het Vlaams Parlement en 4 ministers in de regering zich nog steeds moet verschuilen achter domme beslissingen van anderen, dan is dat zeer zielig.

Uplace, ook in zijn afgeslankte vorm, is een aanslag op de Vlaamse stad. En zelfs als de economische schade in de Vlaamse steden beperkt zou blijven, hetgeen ik betwijfel, dan moet men zich nog eens afvragen wat de goedkeuring van zo’n project zegt over de stedenvisie van deze Vlaamse regering? Ik heb er de nota van minister van Wonen Homans (N-VA) op nagelezen. Naast een lijst voornemens om de stadsbesturen efficiënter te maken, zijn de vage beloftes om steden leefbaarder te maken beperkt tot één pagina.

De steun voor Uplace is een klap in het gezicht van de Vlaamse zelfstandigen die klem dreigen te geraken tussen kunstmatige koopparadijzen in de stadsrand en de opmars van internetwinkels. Als voorzitter en burgemeester Bart De Wever me dan zegt dat hij er alles aan wil doen om een dumpwinkel als Primark naar Antwerpen te halen, dan getuigt dat ook van een gebrek aan strategische visie. Want zo’n buitenlandse ketens zuigen miljoenen winst uit Vlaanderen weg en propageren bij jongeren de rommelmaatschappij als de ultieme bestemming in hun zoektocht naar identiteit.

Het doet uitschijnen dat Vlaanderen zich nu reeds gewonnen geeft in de internationale economische uitputtingsslag. Is het werkelijk de bedoeling om van de haven van Antwerpen de toegangspoort voor Aziatische fabrieken te maken en lege containers terug te blijven sturen omdat de Vlaamse industrie verdwijnt? Het kan nochtans anders. Door te pleiten voor hogere kwaliteitsstandaarden en jongeren meer bewust te maken van het belang van duurzame producten, zouden de Vlaamse steden opnieuw het uitstalraam kunnen worden voor Vlaamse producenten, Vlaamse mode, Vlaamse designmeubelen… Vlaanderen als kwaliteitsmerk, dat moet het doel zijn!

De toekomst van Vlaanderen ligt in de steden – de grote én de kleine. We moeten die Vlaamse steden versterken en aantrekkelijker maken. Succesvolle Europese steden zijn al lange tijd teruggekomen op megalomane vastgoedprojecten in de rand. Hun stedenbeleid zet niet alleen in op grote projecten, maar ook op de versterking van fijnmazige stadsweefsels: de handel, de horeca, de kleine parken, kunst, de restauratie van oude gebouwen,… Deze Vlaamse regering lijkt dat nog steeds niet begrepen te hebben. Van de schamele 12 miljoen voor stadsvernieuwing, gaat nog steeds het leeuwendeel naar megaprojecten in stadsranden.

De Vlaams-nationalisten zijn natuurlijk niet de enigen met boter op het hoofd, maar moesten we daarom zo hard om meer bevoegdheden bikkelen, als we er niets zinvols mee doen? Het minste dat we van de Vlaamse-nationalisten konden verwachten, was een poging om trotse Vlaamse steden te ontwikkelen, ambassadeurs van een nieuwe sterke Vlaamse maakindustrie die in de wereldeconomie een verschil maakt met kwaliteit, identiteit en schoonheid. Dat is wat anders dan er een stortplaats te maken voor vastgoedbaronnen, betonboeren en prulketens.

Ik voel intuïtief wel wat voor positief nationalisme en ik geloof niet in de mythe van een machteloze overheid. Een samenleving, of dat nu de Europese of de Vlaamse is, hoeft de globalisering niet te ondergaan. Zij kan de globalisering mee sturen en verrijken. Maar dan hebben we zelfbewuste leiders nodig, échte Sinjoren of Stroppen, geen keuterboertjes in pak die bij het zien van een zak geld en een boardroom al hun principes laten varen.

Uplace is een strijddossier, een kleine economische Guldensporenslag aan het viaduct van Vilvoorde. Dat we de slag verloren hebben, doet mij vrezen dat we verder dan ooit staan van een zelfbewust Vlaanderen. Het is een zwaktebod, met de steun van een partij die de ambitie van positief nationalisme heeft laten schieten voor schijnnationalisme.

De ware Vlaams-nationalisten moesten maar eens hun schouders zetten onder de petitie – no place for Uplace – en harder gaan nadenken over hoe alle bevoegdheden nu kunnen ingezet worden om te streven naar een Vlaanderen dat competitiever is, duurzamer, aangenamer én mooier. De kracht van de verandering.

Leave a Reply