Jonathan Holslag On world order and disorder

Tvg-

“Met die mensen komt Hitler terug.” Ik hoor het haar nog steeds zeggen, mijn grootmoeder, zoals steeds aantekeningen plaatsend bij het televisiejournaal. Mijn grootmoeder was een hardwerkende boerin op een kleine boerderij, moeder van wat toen nog een kroostrijk gezin heette. Ze had de oorlog meegemaakt en met mijn grootvader op haar bescheiden manier een bijdrage geleverd aan het verzet. De Vlaams Belang’ers, dat waren voor hen de mannen van de collaboratie, overlopers. In hun kritiek op bepaalde bevolkingsgroepen hoorden zij opnieuw de woede van de geduchte leider in Berlijn. Toen ik deze week keek naar een uitzending van De wissel van de macht op Canvas en ik partijleden te keer zag gaan tegen zwarten en vreemdelingen, begreep ik heel goed wat zij bedoelden. Sommige uitlatingen waren gratuit, wansmakelijk en een beschaafde politiek onwaardig. Patriotten horen barbaarse toestanden te bestrijden en ze niet eigen te maken.

En toch sta ik hier dan, met een voorwoord in het boek van de voorzitter van het Vlaams Belang. Ik heb vaak aan mijn grootouders gedacht voor ik op het verzoek besloot in te gaan. Politiek is de arena van macht en ideeën. Zeker in een democratie hoort eenieder de kans te krijgen om kiezers te overtuigen en zo de macht te verwerven, hoe aanstootgevend die ideeën voor sommigen ook zijn. De kracht van een gezonde democratie zit hem in debat tussen ideeën, niet in het buitensluiten of negeren van bepaalde visies. Het succes van een bepaalde speler zou de anderen niet moeten aanzetten tot politiek protectionisme, maar om met meer kracht hun eigen boodschap te ontwikkelen en uiteen te zetten. Kortom: ik geloof niet dat het een democratie vooruithelpt om een cordon rond bepaalde partijen te plaatsen. Uiteindelijk beslist het volk en zo hoort het. Ik geloof wél in de kracht van een open, inhoudelijk debat. Als dienaar van het volk, als public servant, zie ik het als mijn taak om dat debat mee te voeren.

Er zijn proffen die er een duidelijke politieke kleur op na houden. Dat mag, zolang dit maar duidelijk is. Ikzelf probeer politiek neutraal te blijven. Dit is echter niet hetzelfde apolitieke afzijdigheid. Misschien kan dat ouderwets overkomen, maar prof zijn betekent voor mij dat je in alle vrijheid je onderzoeksvragen formuleert en met de conclusies van je onderzoek probeert duidelijk te maken wat de consequenties zijn voor je uiteindelijke opdrachtgever: in mijn geval de zeven miljoen Vlaamse belastingbetalers oftewel de samenleving. Heb ik daardoor de waarheid in pacht? Allerminst. Maar ik hoop wel dat mijn inzichten het debat voeden. Ik vind het mijn plicht de discussie aan te gaan met alle partijen of dat nu met links of rechts is, met gelovigen of atheïsten, met liberalen of nationalisten.

De enkele keren dat ik met Tom Van Grieken van gedachten wisselde, resulteerde dat in een levendig, scherp en respectvol gesprek. De auteur kwam mij over als een getalenteerde jonge kracht die vanuit een oprechte bezorgdheid over onze samenleving aan politiek doet en daarbij ook persoonlijke risico’s durft te nemen. Hij toonde ook luisterbereidheid naar tegenargumenten en probeerde ze te doorgronden. Dat siert hem. Politiek debat heeft immers weinig zin als we zoals keffertjes aan een leiband rond ons eigen grote gelijk dansen. Politiek leiderschap is niet hetzelfde als zo koppig mogelijk voet bij stuk te houden, maar inzichten constant te blijven verfijnen en de strategie die daaruit voortkomt sterker te maken.

Laten we nu de aandacht vestigen op het boek van Tom Van Grieken. Ik voel veel sympathie voor de strijdlust die uit deze tekst blijkt, de wil om onze samenleving grondig te veranderen. Ik sluit mij volledig aan bij zijn bezorgdheid over de kwetsbaarheid van onze samenleving in een wereld die steeds onzekerder en vijandiger wordt, in een wereld waar Europa voor het eerst in eeuwen niet langer de sterkste, de meest welvarende en militair de meest vernuftige regio is. Want laten we eerlijk zijn: de voorspoed en de vrede die de laatste generaties op ons continent mochten genieten zijn niet zozeer het gevolg van pacifistische idealen als wel van het feit dat wij in tandem met de Verenigde Staten de sterkste waren. Internationale politiek, zoveel is duidelijk, blijft een kwestie van domineren of gedomineerd worden.

Tom Van Grieken geeft een aantal verklaringen voor de verzwakking van onze samenleving. Eén ervan is de globalisering. De globalisering, stelt hij, heeft geleid tot een situatie waarin de economie niet langer ten dienste staat van de mensen, maar waarin steeds meer mensen hun leven moeten inrichten in functie van de economie. Ik ben het daar mee eens. Het is niet normaal dat we door technologische vooruitgang efficiënter kunnen produceren, maar dat mensen opnieuw harder moeten werken, er vaak minder koopkracht aan over houden en dat het werk voor velen saai en afmattend blijft. Als technologische vooruitgang niet gepaard gaat met menselijk vooruitgang, dan klopt er iets niet. In plaats van de handen af te houden, zoals in het verleden te vaak gebeurde, heeft de overheid de plicht erover te waken dat technologische vooruitgang, handel en investeringen de samenleving sterker en leefbaarder maakt.

Dat betekent niet dat de overheid zich verder in de schulden moet werken. Zoals de auteur schetst, houdt het geen steek dat we onze maakindustrie laten kapot concurreren en het gat proberen dicht te rijden door staatsobligaties aan de Chinezen te verkopen. We moeten opnieuw een eigen industriebeleid voeren. De vraag is hoe zo’n beleid eruit moet zien. Tom Van Grieken stelt dat wij kritische infrastructuur, zoals energie, grotendeels in eigen handen moeten houden. Ik ben het daarmee eens. Vlaanderen heeft nood aan een aantal goed georganiseerde nutsbedrijven die gefinancierd worden met publiek geld, maar beloond worden zoals op de markt: meer als ze het goed doen, minder als ze steken laten vallen. Geen blanco cheque dus, zoals bij de overheidsbedrijven vandaag, geen politieke grabbelton zoals onze intercommunales, maar performante en klantvriendelijke spelers. Genoeg buitenlandse voorbeelden tonen dat dit kan.

Tom Van Grieken verwijst voor wat het industriebeleid betreft naar onze tanende automobielindustrie. Renault: dicht. Opel: Dicht. Ford: dicht… In de gloriedagen van de automobielindustrie produceerden we in Vlaanderen bijna een miljoen auto’s. Hier wordt meteen het dilemma van de globalisering duidelijk. De productiecapaciteit van een miljoen was veel te groot voor ons land, dus moesten we uitvoeren naar buitenlandse markten. We profiteerden dus van de globalisering. Terzelfdertijd, evenwel, begonnen buitenlandse markten met ons te concurreren. Globalisering, zoals de Chinese president Deng Xiaoping het ooit zei, is dus een mes dat aan twee kanten snijdt. Vraag is wat de overheid in zo’n situatie doet. De industrie subsidiëren betekent het verlies van belastinggeld, nog meer overcapaciteit en dus nog minder rendement. Niet subsidiëren betekent banenverlies.

Een slimme industriepolitiek zou uit vier componenten moeten bestaan. Allereerst is het niet de bedoeling om oude industrieën halsstarrig te subsidiëren, maar om nieuwe industrieën ruimte te geven. Ten tweede moeten we het spel eerlijk maken: als wij niet als slaven behandeld willen worden, mogen we bedrijven die hier produceren ook niet laten wegwalsen door buitenlandse producenten die met slaven werken. Kortom: we moeten dezelfde regels opleggen aan wat we invoeren als wat we eisen van lokale producenten. Ten derde moeten we cruciale hefbomen als energie en spitstechnologie in eigen handen houden. Tot slot moeten we onze consumenten oog leren hebben voor kwaliteit, zoals bijvoorbeeld in Oostenrijk of Denemarken. De auteur citeer dat we gaan naar een wereldeconomie waarbij producten gemaakt worden door kinderhanden in het Oosten en geconsumeerd worden door steuntrekkers in het Westen. Om dat de stoppen, moeten we die steuntrekkers, net zoals alle andere burgers, ook leren dat elk bedrag dat ze uitgeven een stem is en dat zij dat dus beter spenderen aan eerlijke en lokale kwaliteit.

Een ander belangrijk domein in het boek betreft identiteit: met multiculturalisme hebben we onze identiteit kapot gemaakt, stelt de acteur. Ik volg de hem in de bewering dat mensen niet uitsluitend rationele en economische wezens zijn, maar ook deel willen uitmaken van een groep. Hoe individualistisch men ook wordt, het wij-gevoel blijft cruciaal en dat vraagt om symbolen, waarden, taal, enzovoort. Doorheen de hele geschiedenis is identiteit een bron van inspiratie, kracht en zelfvertrouwen geweest. Ik kan me ook inbeelden dat het voor de meeste Vlamingen bevreemdend of bedreigend overkomt dat zich in en rondom onze steden steeds meer andere en zeer herkenbare groepen vestigen. Als het Vlaams Belang roept dat wijken rond Brussel, Gent of Antwerpen meer beginnen lijken of Tanger of Istanboel, dan heeft de partij een punt.

De cruciale vraag is of die spanning het gevolg is van de sterkte van de identiteit van die nieuwe groepen of net van de zwakte van onze eigen identiteit. Identiteit heeft te maken met normen. We klagen over de Koran, en op een aantal punten is die kritiek misschien terecht, maar in welke mate dragen Vlamingen in het dagdagelijkse leven eigen normen en waarden uit? Heeft het zin om bitter te zijn over een meisje met een hoofddoek als een groot deel van de Vlamingen het respect niet eens meer opbrengt om in een overvolle trein op te staan voor een oude heer of een zwangere dame? Identiteit is ook een kwestie van cultuur. Opnieuw vinden wij het vaak storend dat nieuwkomers vasthouden aan hun klederdracht, hun eten, enzovoort. Maar wat zetten wij daartegenover? De Primark, De Action shop, de McDonalds en de Starbucks? We vinden het vervelend dat wijken op Marokko beginnen te lijken, maar hoe evolueren de gebouwen en de wijken die we zelf neerzetten. Waar we in Vlaanderen ooit kunstige kathedralen, herenhuizen en hallen bouwden, worden onze steden pretparken van ontwikkelaars en monocultuur in beton. Onze witte wijken zijn doods. In Molenbeek praten de Marokkanen nog met elkaar. Wij doen dat nauwelijks nog. Uit de European Social Survey blijkt dat Vlamingen zich systematisch minder engageren in verenigingsleven en liefdadigheid dan onze buurlanden.

De grootste bedreiging voor de Vlaamse samenleving is haar eigen zwakte. Cultuur en identiteit zijn geen verworvenheid. Er is inspanning voor nodig en de Vlamingen zelf zijn niet echt geneigd om die inspanning nog op te brengen. “Ja maar,” zult u misschien reageren, “nu is die Holslag de schuld op ons aan het afschuiven, ons een schuldgevoel aan het aanwrijven. Dat is toch te gek voor woorden.” Ik denk inderdaad dat wij ons best verantwoordelijk mogen voelen voor onze eigen culturele verloedering. Ik denk ook dat er een groot risico bestaat om Vlamingen het gedroomde alibi te geven om de verloedering zich door te laten verzetten door de schuld uitsluitend aan een ander te geven. Hoe meer het Vlaams Belang fulmineert tegen hoofddoeken en hallal-slagers, hoe meer het eigenlijk een signaal geeft aan de Vlamingen dat ze hun gezapige leven lekker mogen voortzetten zonder zelf een inspanning te leveren om de Vlaamse cultuur heruit te vinden, te vernieuwen en te versterken. Het is uiteindelijk toch de schuld van een ander. Haat wordt dan een futloos surrogaat voor echt patriottisme en onze samenleving zal dan blijven verzwakken en versplinteren.

Ik sluit me aan bij Tom Van Grieken als hij pleit voor duidelijke voorwaarden als nieuwkomers onze nationaliteit willen verwerven en deel willen uitmaken van onze samenleving. Ik zie wel wat in een burgerschapsverklaring en een burgerdienst. Ik vind het ook cruciaal nieuwkomers te verplichten onze taal te leren en hen te sanctioneren als ze dat niet doen. Maar we mogen de kar niet voor het paard spannen: nieuwkomers zullen zich enkel overtuigd voelen door onze waarden en normen, door onze cultuur als elke Vlaming ze trots uitdraagt. Een burgerschapsverklaring mag geen schaamlap worden voor onze culturele en civiele impotentie.

De grootste uitdaging voor patriotten is te verhinderen dat burgers zich gaan wentelen in zelfbeklag. Zelfbeklag leidt tot passiviteit en passiviteit bespoedigt de aftakeling. Dit geldt ook voor de houding ten aanzien van politici. “Het volk heeft beslist?” schrijft Tom Van Grieken, “Het volk kan de pot op. Vlamingen voelen zich verraden door de politiek.” Het wantrouwen van de bevolking in de politiek is inderdaad enorm. Minder dan een derde van de bevolking heeft vertrouwen in de regering en het parlement. De vraag is opnieuw hoe we daarmee om gaan. Decennialang ervaarden vele burgers nauwelijks noodzaak om betrokken te worden bij de politiek. Het ging ons redelijk voor de wind, dus waarom zouden we ons druk maken? In die context is het burgerschap verzwakt en hebben politici ruimte gekregen om van politiek een lucratief beroep te maken en politiek vooral zo moeilijk te maken dat je er als burger niet meer aan uit geraakt zonder voltijds politieke wetenschapper te zijn. Nu het ons minder voor de wind gaat, maken mensen zich wel druk en zien zij een politiek elite die amper in staat is om antwoorden voor hun problemen te formuleren, een politieke elite ook die zich uitdrukt in een onbegrijpelijke taal, een politieke elite die zich zelfs voor een stuk heeft vervreemd geraakt van de bevolking.

De kloof tussen burgers en politiek is té groot, zeer zeker. Maar willen burgers zelf ook tijd steken in de politiek? Zijn zij bereid om, in plaats van meteen naar de sportpagina’s van de krant te bladeren of door te zappen naar de strapatsen van Temptation Island, zich effectief te informeren, om kritisch na te denken? Zijn zij bereid om als er in een stad of dorp gesproken wordt over een nieuw zwembad of een nieuwe weg ook even te gaan luisteren naar de gemeenteraad? Zijn zij bereid om bij de volgende verkiezingen even verder te kijken dan het vermeende George Clooney-gehalte van de ene minister, of de sympathieke glimlach van de andere? Democratie werkt pas als we allen opnieuw onze taak als burger ter harte nemen. Wij zijn de politiek!

Er is weinig leiderschap, zeer zeker, maar zouden burgers echt leiderschap tolereren? Ik heb geen pasklaar antwoord op de vraag, maar heb mijn twijfel. Stel dat ik burgers morgen uitleg waarom zij best niet langer shoppen bij dumpwinkels als de Primark of Action omdat dat onze economie op lange termijn verzwakt: word ik nog verkozen? Stel dat ik, zoals Tom ook voorstelt, het hoger onderwijs veeleisender wil maken: zou ik als politicus nog kans maken bij jongeren? Stel dat ik voorstel om minder te consumeren en meer te sparen om zo de achterstand in de ontwikkeling van onze kritische infrastructuur in te halen: zouden mensen daar oren naar hebben? We zijn beland in een situatie die door vele geschiedschrijvers wordt beschreven als decadentie: veel mensen willen gewoon liever niet geconfronteerd worden met de argumenten die wijzen op de holheid van hun voorspoed. In plaats van te participeren, zijn velen, vrees ik, eerder geneigd om zich op sleeptouw te laten nemen door leiders die de verantwoordelijkheid uitsluitend elders leggen, bij de graaipolitici, bij de multinationals, etc. Mensen worden zo opnieuw bevestigd in hun ongelukkige passiviteit.

Tom poneert dat Vlamingen zich verraden voelen. Ik vrees dat veel Vlamingen zichzelf of toch minstens hun kinderen aan het verraden zijn door in externe vijandsbeelden een gemakzuchtig alibi te vinden om zelf niets te moeten doen, om hun verantwoordelijkheid te ontlopen. Echt leiderschap is voor mij vooral een kwestie van dat te doorbreken. Aux armes, citoyens!

Tot slot wil ik het hebben over Europa en grenzen. We moeten de buitengrenzen van Europa beter beveiligen. Zoveel is duidelijk. Onze militairen zouden langs de Mediterrane kust of aan de Poolse Oostgrens moeten patrouilleren in plaats van in onze steden. De Europese buitengrens is onze eerste verdedigingslinie. Maar met defensie en muren alleen redden we het niet. De grootste bedreiging voor beschavingen is het molm binnenin. Kijk naar het Klassieke Rome. Wanhopig probeerde het de barbaren weg te houden door fortengordels, maar decadentie, spilzucht en slecht bestuur maakten dat de Romeinse legioenen geleidelijk werden ingewisseld voor onbetrouwbare foederati of auxiliares. Kijk naar China. Het bouwde gigantische muren, maar wereldvreemdheid en slecht economisch bestuur zorgden ervoor dat het alsnog onder de voet gelopen werd. Muren alleen werken niet!

De Europese landen moeten kiezen voor het offensief. Zij moeten opnieuw een eigen invloedssfeer bouwen in hun buitenrand. Wat gebeurt er in Noord-Afrika? De Europese invloed verzwakt en het vacuüm wordt onmiddellijk ingevuld door Russen, Saudiërs, Iraniërs, Turken, Chinezen, enzovoort. Kijk naar de Balkan of Oost-Europa: zij worden de arena van grootmachten zoals de Verenigde Staten, Rusland en China. We kunnen nu wel zeggen dat we on moeten terugplooien en dat landen als Griekenland eigenlijk te zwak zijn om bij de club te mogen horen, maar wat gebeurt er dan? Griekenland zal ten prooi vallen aan ongecontroleerde migratie en ambities van andere grootmachten. En welk land volgt er na Griekenland? Italië? Bulgarije? Alle grote rijken en beschavingen die geen weerwerk boden tegen zo’n onheilsdomino zijn ten onder gegaan. We mogen diezelfde fout niet maken.

Wat dan met de Europese Unie. Tom maakt terecht een onderscheid tussen de Europese Unie en Europa. De Unie met zijn Brusselse bureaucratie werkt thans niet naar behoren. Eurocraten zijn vaak wereldvreemd. Er is te veel regelneverij zonder dat we in staat zijn essentiële waarden en belangen te verdedigen. De Europese Unie is te zeer gebaseerd op een muntunie die op deze wijze niet kan overleven…

De vraag is of de lidstaten het zoveel beter doen. Lidstaten en regio’s hebben nog steeds enorm veel bevoegdheden, maar wat doen ze ermee? Neem onderwijs en cultuur. Daar heeft de Europese Unie een zeer beperkte bevoegdheid. In Vlaanderen is de regionale overheid en enkel en alleen de regionale overheid verantwoordelijk voor de afbraak van de kwaliteit in het onderwijs en de culturele verschraling. Of neem ruimtelijke ordening: dat onze mooie cultuurlandschappen worden ingepalmd door blikkendozen van Nike en andere megabedrijven is wederom een gevolg van lokale keuzes, niet van Europese dictaten? Wat we zelf doen, doen we vandaag beter. Ik denk het niet. Wat ik een beetje mis in dit boek is een helder verhaal over wat Vlaanderen met de bevoegdheden gaat doen als het die van de EU terugeist.

Er is meer. Ik zie de Europese Commissie vandaag veel krachtiger optreden in het behartigen van economische belangen dan de meeste Europese lidstaten. Neem het Verenigd Koninkrijk. We kunnen inderdaad hoera staan roepen bij de Brexit, maar wat doen de Britten: met de bevoegdheden die ze hebben inzake investeringspolitiek verkopen ze hun land gewoon uit: de vastgoedsector aan de Golfstaten, de energiesector aan de Chinezen, de maakindustrie aan de Japanners. Knap staaltje patriottisme is dat. Het is de Europese Commissie die probeert een vuist te ballen tegen bijvoorbeeld de Chinese dumping of de monopolievorming rond multinationals als Google en Amazon. Maar wat doen de lidstaten: de Commissie terugfluiten en zelf fiscale gunstregimes uitrollen.

Gevaarlijker nog vind ik de wijze waarop veel nationalisten dwepen met grootmachten buiten Europa. Het Rusland van Poetin wordt door velen beschouwd als een bondgenoot tegen IS. Maar laten we eerlijk wezen: er zijn de laatste jaren meer Europeanen omgekomen door Russische agressie, inclusief het opblazen van MH17 en de oorlog in het Oosten van Oekraïne, als door het geweld van IS. Het is niet meer dan normaal dat de Russen verdeeldheid in Europa willen zaaien, want dat betekent meer invloed. Al helemaal absurd is het om Donald Trump als een bondgenoot te gaan omarmen. Trump wil inderdaad de strijd aanbinden met IS, maar is er terzelfdertijd op uit om Europese lidstaten politiek aan de leiband te houden en economisch te verzwakken met zijn ambitieuze industriepolitiek. Een vuist ballen tegen de Europese Unie en tezelfdertijd de hand uitsteken naar geopolitieke rivalen is naïef, gevaarlijk en eigenlijk een vorm van verraad.

We moeten de Europese Unie hervormen, zonder meer. Ik geloof dat de Europese Unie veel meer een bewust bondgenootschap van waarden en belangen moet zijn in plaats van een bureaucratisch bastion dat zich met alles bemoeit. Ik zie de Europese Unie vooral als een alliantie die streeft naar veiligheid, welvaart en waardigheid in een onzekere wereld. Daarbinnen moeten we streven naar zoveel mogelijk diversiteit. Als de Britten op vossen willen jagen, is dat hun zaak. Als de Nederlanders zwartepiet willen opvoeren, is dat hun beslissing. Maar de essentie blijft zoals steeds dat vrijheid ook verantwoordelijkheid meebrengt en dat je met bevoegdheden ook iets moet doen. Wat voor samenleving willen we? Wat betekenen cultuur en identiteit voor ons?

Conclusie: dit boek is een oproep voor actie. De auteur maakt een aantal zeer scherpe diagnoses en vertolkt goed het buikgevoel van veel mensen. Er staan tal van belangrijke aanbevelingen in: gaande van een nieuw het uitstekende voorstel om een Vlerick School voor de overheid op te richten tot een meer competitief beleid dat de prijzen van medicijnen moet drukken. Als het Vlaams Belang zijn rol as patriottische partij wil waar maken, of dat nu als zweeppartij of beleidspartij is, dan moet het naast het identificeren van de dreigingen vooral duidelijker maken hoe een veerkrachtig, welvarend en waardig Vlaanderen er dan wel uitziet. Kracht en identiteit kunnen nooit berusten op vijandsbeelden en woede alleen, er is fierheid voor nodig, optimisme ook en verantwoordelijkheidsgevoel, en vooral een rotsvast geloof dat als we onze toekomst in handen nemen, zij ook beter wordt. Patriottisme is een werkwoord!

Jonathan Holslag
22 februari 2017

  • […] besloot in te gaan op de uitnodiging van VB-voorzitter Tom Van Grieken om voor diens boek het voorwoord te schrijven. Dat is niet evident voor een VUB-professor, docerend aan de universiteit waar […]

  • avatar Elke Debie says:

    Beste,

    Dappere tekst. Ergens doet het mij denken aan de theatervoorstelling ‘Wij’ van Laura van Dolron, waarin ze op zoek gaat naar wie ‘Wij’ zijn, om een duidelijke boodschap te brengen naar haar dochtertje van anderhalf die dolenthousiast is om te mogen mee doen, maar ook aan de vele vluchtelingen die staan aan te kloppen en die verondersteld worden te integreren.

    Mvg,
    Elke

Leave a Reply