Jonathan Holslag On world order and disorder

Turkije staat alleen

ITurkijen 2017 en 2018 reisde ik langsheen de Europese buitenrand: van Groenland tot Sint-Petersburg, van Sint-Petersburg tot Caïro en van Caïro tot Gibraltar. Mijn objectief was te evalueren waar we staan vijftien jaar nadat de Europese Unie haar eerste veiligheidsstrategie publiceerde. “Een veilig Europa in een betere wereld,” was toen de belofte. Wat is ervan gekomen? Mijn bevindingen rapporteerde ik aan de Europese leiders, maar voor Knack en Trouw mocht ik om de twee weken ook een uitgebreide reportage schrijven. Dit was de vijftiende aflevering.

ISTANBOEL – “Zie daar, de gezwollen stad, haar Romeinse glorie, haar christelijke koepels, veroverd door barbarij, verdrongen door minaretten, overstemd door de muezzin. Ons Istanboel is niet meer.” Ik vond deze lijnen ooit in de memoires van een Britse diplomaat die in 1718 in Istanboel op post was. De boodschap lijkt ook vandaag nog door te galmen: Istanboel als het epicentrum van de botsing tussen het Westen en de wereld van de islam – met president Erdoğan als de nieuwe sultan. De spanningen tussen Europa en Turkije lopen op. Een meerderheid van de Europeanen zou het land volgens een recente peiling wantrouwen.

Het is vijf uur op het Taksimplein. De muezzin roept op tot het gebed. Europese bezoekers zijn er nauwelijks. De tapijtverkopers om de hoek van de Blauwe moskee bevestigen: ruim de helft minder waar gesleten dit jaar. Terrorisme en Erdoğan. Waar gaat het naartoe met Turkije en Europa? De Europese Unie stopt de Turkse regering jaarlijks 1.5 miljard euro toe om de vluchtelingenstroom te beheersen, maar het vertrouwt zijn staatshoofd voor geen haar. We kunnen Turkije als bolwerk van de islam in Europe beschouwen, maar geopolitiek heeft het ook een rol als bastion tegen de onveiligheid en het extremisme elders in het Midden-Oosten.

Screen Shot 2018-04-13 at 11.56.48

Sultan

Van de Blauwe Moskee wandel ik de oude stad in, voorbij de Grote Bazaar en de universiteit. Hier werden vijftig professoren opgepakt voor medeplichtigheid in de poging tot staatsgreep van 2016 en voor banden met de beweging van Fethullah Gülen. Gülen is een religieuze denker die door zijn politieke invloed bij President Erdoğan persona non grata is geworden. De ene religieuze leider is evenwel de andere niet, zo zal blijken. Ik volg de Macar Kardeşler-laan. Trams en bussen denderen voorbij. Smog hangt tussen de gevels. Wat verder priemen de minaretten van een machtige moskee in de blauwe lucht. Dit is de Fatih-moskee. In de schaduw van het gebedshuis ligt Mehmed II begraven, de Ottomaanse sultan die deze stad in 1453 veroverde op de Orthodox-Byzantijnse keizers.

Het valt meteen op dat deze buurt de religie zeer strikt belijdt. Hier zie je nauwelijks de ongesluierde vrouwen en mannen in namaak-Armani die elders het straatbeeld uitmaken. Vrouwen zijn gehuld in een zwarte chador of nikab; de meeste mannen dragen eveneens een traditioneel gewaad en zelfs een sarik, een hoofddeksel dat doorgaans alleen voor imams bestemd is. Dit is Çarşamba, de meest conservatieve wijk van de megapolis Istanbul. “In deze buurt zie je de opmars van de radicale islam in Turkije,” werd me voor mijn vertrek op het hart gedrukt, “Hier zie je het kosmopolitische Istanboel de baan ruimen voor de starre religie en president Erdoğan moedigt dat aan.” De eerste indruk lijkt die stelling dus te bevestigen.

De wijk wordt gedomineerd door een orde, de Ismailaga genaamd. Het is een aftakking van het soefisme en typisch voor Turkije. Leden van de Ismailaga zijn de voorbije jaren meermaals in opspraak gekomen omdat ze elders in de stad vrouwen hebben aangemaand zich zediger te kleden en opriepen tot geweld tegen Israël. Het is ook bevestigd dat Erdoğan aan de vooravond van de laatste verkiezing gezien werd aan de zijde van de leider van deze orde. Een oppositielid waarschuwde dat de Ismailaga van de wijk een staat in een staat aan het maken is, met eigen belastingen en een religieuze politie die buitenstaanders op afstand moest houden. Waar de orde echter vooral mee in het nieuws kwam, zijn corruptie en baldadigheid. Er loopt een onderzoek naar financieel geknoei bij de bouw van een nieuwe moskee. De populairste prediker werd vorig jaar gespot toen hij een horloge van 12,000 euro voor zijn vrouw kocht.

Maar is die conservatieve islam ook effectief aan een opmars bezig? “Die orde bestaat al heel lang,” wordt me uitgelegd door een professor, “Het is heel moeilijk om te bepalen of de radicale of conservatieve islam aan terrein wint in dit land. Peilingen geven aan dat ongeveer tien procent van de bevolking de Sharia wil invoeren, maar dat was tien jaar geleden ook al zo. Eerder dan een radicalisering zou je kunnen spreken van een nieuwe institutionalisering. Turkije is nooit de seculiere samenleving geweest die Kemal Attaturk er ooit van wilde maken en de huidige regering zorgt er nu vooral voor dat de meerderheid gematigde moslims ook als meerderheid erkend wordt, scholen mag inrichten en dergelijke. Erdoğan is Turkije heus niet aan het islamiseren, Turkije is altijd al islamitisch geweest.”

Screen Shot 2018-04-13 at 11.57.39

Alleen

Hoe moeten we Erdoğan’s beleid dan interpreteren, bedenk ik me, terwijl ik afdaal van het terras van de moskee naar het water van de Gouden Hoorn? Inmiddels gaat het tegen de negen. De duisternis valt en gezang van de tientallen minaretten galmt opnieuw als een klagerige kakofonie over de stad. Erdoğan zelf is zonder twijfel een overtuigde moslim. In 1998 verbleef hij kort in de gevangenis na het reciteren van een gedicht waarin naar de minaretten verwezen werd als bajonetten. Aan de andere kant van het water liet hij een gigantische nieuwe moskee bouwen. Hij hervormde het beleid zodat islamitische scholen met overheidssteun middelbaar onderwijs mogen aanbieden. Meisjes mogen opnieuw gesluierd naar school. Het Kemalistische ideaal van een seculiere staat, dat moet er dus aan.

Ik nader het treinstation van Marmaray Sirkeci. Het waait hard. Boven het water worstelen meeuwen met de wind en de koks op de deinende kebabschuiten hebben alle moeite om overeind te blijven. Voor het station prijkt een groot bord met een foto van Erdoğan die beter spoorwegvervoer belooft. Wie is die man toch? Erdoğan is een devoot moslim, maar wordt in zijn beleid ook gedreven door politieke overlevingsdrang. In 2003 werd hij eerste minister met drie grote beloften: Turkije uit een lange periode van economische crisis halen, een einde maken aan het oplaaiende binnenlandse geweld en de positie van zijn land te versterken door het als rolmodel van een gematigde islamitische samenleving een brug te laten slaan tussen het Westen en het Midden-Oosten.

Terwijl de Turkse sterke man goed op weg is met het herstellen van de islam, wil het met die andere objectieven minder lukken. Sinds zijn aantreden als eerste minister, is de economische productie van Turkije fors gegroeid en zijn de lonen verdubbeld, maar de meeste Turken merken daar weinig van omdat het leven eveneens twee keer zo duur geworden is. En als er werkelijk iets is dat mijn gesprekspartners in Istanboel willen benadrukken, van de taxichauffeur tot de ambtenaar, dan is het dat de prijzen van eten, de huishuur, van alles veel te snel stijgen en dat ze met een baan niet meer toekomen. “We moeten harder werken en kunnen er minder voor kopen.”

Ook het voornemen om de veiligheid te bevorderen, werd niet ingelost. Het begon nochtans beloftevol. Erdoğan ging praten met de Koerden, de minderheidsgroep die decennialang werd gediscrimineerd en zich daar met geweld tegen verzette. De toenadering was van korte duur en ook de economische achterstand van de Koerden werd niet aangepakt. De werkloosheid in de Koerdische gebieden ligt thans dubbel zo hoog als in 2004. De toestand in Irak en Syrië en de toevloed van vluchtelingen, er zijn er vier miljoen in het land, zorgden voor een groeiend onveiligheidsgevoel. Met het derde objectief verging het ook niet positief. Zelden zat Turkije zo gewrongen tussen de moeizame relaties met het Westen en de anarchie in het Midden-Oosten.

Geopolitiek staan de Turken er alleen voor. De toenmalige buitenlandminister Ahmet Davutoğlu stelde dat Turkije aanspoorde op “zero-problemen” met de buurlanden, maar nu zit het tot over zijn oren in de problemen. De Russen breiden hun invloed uit rondom de Zwarte Zee, Iran rukt op vanuit het Oosten, Koerdische gebieden blijven rusteloos en de Islamitische Staat opereert ondergronds. Meer dan duizend mensen kwamen sinds 2015 om bij terreuraanslagen. “In deze omgeving wil de bevolking dat we hun veiligheid met alle middelen verdedigen en dat is wat we doen. Het is oorlog: oorlog binnen de grenzen en oorlog rondom de grenzen,” vertelt een medewerker van een denktank me, ”Misschien zou u daar in Europa eens wat meer begrip voor op kunnen brengen.” Intussen is Turkije Syrië met groot vertoon binnengevallen, een campagne die de Turkse schatkist miljarden zou kunnen kosten.

Screen Shot 2018-04-13 at 11.55.34

Vicieuze cirkel

“We zitten vast in een vicieuze cirkel. Sinds 2004 is de bevolking met elf miljoen gegroeid, maar we hebben slechts zes miljoen banen gecreëerd. Vier miljoen van die mensen zit dus zonder werk. Vaak zijn het vrouwen die thuisblijven en mannen die door de moskeegemeenschappen gemakkelijk worden overtuigd om vijf keer per dag te gaan bidden. Ze hebben niets anders te doen. Ga dus maar na: vrouwen die economisch geïsoleerd zijn en werkloze mannen die niet veel anders doen dan bidden, roken, tavla spelen en theedrinken: het hoeft toch niet te verbazen dat deze samenleving conservatief blijft en dat het voor politici lonend is om die situatie naar hun hand te zetten. Economische en intellectuele emancipatie moeten hand in hand gaan.” Aan het woord is een steenrijke Turkse zakenvrouw die me samen met een klein gezelschap heeft uitgenodigd voor een diner in haar villa in Sarıyer, net buiten Istanboel.

Wijn en whisky worden genereus geschonken, alsof het een statement is, en de meeste gasten hebben twee of drie IPhones voor zich op het strak gesteven tafellinnen liggen. Overal aan de witte muren hangt moderne kunst. Ik meen een Luc Tuymans te ontwaren en iets van Dan Colen – Sweet Liberty. “Ik vind het verschrikkelijk wat er in ons land gebeurt. Veel ouders worden nu verplicht hun kinderen naar religieuze scholen te sturen en collega’s kunnen geen vrij onderzoek meer doen,” hoor ik van een professor-chirurg, “Maar wat doen we eraan. Je zou kunnen zeggen dat je in onze samenleving aan de ene kant tien procent zeer conservatieve mensen hebt die de samenleving nog religieuzer willen maken en aan de andere kant tien procent seculieren die de samenleving willen moderniseren. In het midden zit de grote meerderheid, aarzelend. Wat hebben wij, progressieven, om hen voor ons te winnen? Kijk eens naar Europa. Voor de oorlog had je op jullie scholen ook tien uur godsdienst, maar na de oorlog verbrokkelde de macht van de Kerk. Hoe kwam dat? Er was industriële groei, mensen werden rijker er werd een echte middenklasse gebouwd. Dat stuwde de drang naar individuele vrijheid. In Turkije hebben we dat te weinig en hoe ongeduldiger de mensen worden, hoe meer de conservatieven op korte termijn zullen winnen.”

Hoe moet het verder? Sinds de poging tot staatsgreep van 2016 zitten tienduizenden mensen opgesloten. De economische groei vertraagt en de relaties met Europa blijven in het slop. Hoewel mijn tafelgenoten wellicht niet voor Erdoğan zullen stemmen, waarschuwen er ook voor eenzijdige kritiek. “Erdoğan is na de staatsgreep te ver gegaan, maar hij is geen dictator en zijn politiek drukt vooral de toestand van het land uit. Er is niet veel dat Europa kan doen, maar zelfs de politieke oppositie in dit land is het beu dat Europa altijd klaarstaat om kritiek te leveren terwijl we wel goed zijn om vluchtelingen op te vangen, dat het er niet mee om kan als Turkije zijn nationale belangen verdedigt maar dat het tezelfdertijd ook niet bereid is om duidelijkheid te verschaffen over welke verstandhouding het dan met ons land wil.”

Europa is niet verantwoordelijk voor het hoogtij van Turks nationalisme, daar is men het hier over eens, maar het heeft er ook geen antwoord op. Een peiling van vorig jaar gaf aan dat driekwart van de Turken nog steeds bij de Europese Unie wil komen, vooral omdat zij Europa beschouwen als hoeder van de rechtstaat. De Turken zijn in dat opzicht misschien optimistischer over Europa dan wij zelf, overpeins ik als mijn taxi me opnieuw naar de luchthaven brengt. Als het de Europeanen op hun beurt kwaad bloed zet dat Turkije zich in graaft in islamitisch conservatisme, dan zijn ze tezelfdertijd ook heel goed bezig om de hervormingsgezinde krachten in het land te ondermijnen, want hoe meer Europa zich van Turkije afkeert, hoe minder dat die hervormers de twijfelende Turkse massa kunnen overtuigen dat er een alternatief bestaat.

(Gepubliceerd in Knack en Trouw)

Leave a Reply