Jonathan Holslag On world order and disorder

Terminus

MaliIn 2017 en 2018 reisde ik langsheen de Europese buitenrand: van Groenland tot Sint-Petersburg, van Sint-Petersburg tot Caïro en van Caïro tot Gibraltar. Mijn objectief was te evalueren waar we staan vijftien jaar nadat de Europese Unie haar eerste veiligheidsstrategie publiceerde. “Een veilig Europa in een betere wereld,” was toen de belofte. Wat is ervan gekomen? Mijn bevindingen rapporteerde ik aan de Europese leiders, maar voor Knack en Trouw mocht ik om de twee weken ook een uitgebreide reportage schrijven. Dit was de laatste aflevering.

TAFEDNA – Europa beschouwt de landen in Noord-Afrika als een dam die de migratie uit het diepe zuiden van het continent intoomt. Terwijl het reservoir erachter volloopt, lijken we echter nauwelijks aandacht te schenken aan de broosheid van de dam. Ik sluit mijn reis langsheen de buitenranden van Europa af met een bezoek aan Algerije en Marokko, twee landen die door onze ministers steeds vaker worden bezocht om er te praten over samenwerking inzake vluchtelingen en migranten. Algerije en Marokko worden beide bestuurd door autoritaire regimes, het ene land door een president-voor-het-leven en het andere door een machtige monarchie. Maar in beide gevallen blijken die sterke mannen bijzonder kwetsbaar.Screen Shot 2018-05-22 at 11.02.52

Moskee

Ik ben in Algiers, de hoofdstad van Algerije. De snelweg die de luchthaven verbindt met het centrum leidt mij langs een gigantische bouwwerf. Hier wordt een nieuwe moskee opgetrokken met een minaret van wel twee honderd meter hoog. Mannen zijn in de weer met lasapparaten en takels. Vrachten stalen balken liggen klaar voor montage. Maar de mannen noch het staal zijn Algerijns. Het zijn Chinezen die de Moskee bouwen met Chinees materiaal en dat op een moment dat de werkloosheid in het land naar schatting oploopt tot vijftien procent. “Een schande,” roept mijn taxichauffeur, “Het is een prestigeproject niet voor de gelovigen, maar op de kap van de gelovigen. Bidden, ja, maar de mensen hier willen vooral werken.”

De toon is gezet en terwijl de chauffeur honderduit praat, flitst het me meteen door de geest dat mijn eerste taxiconversatie in Istanboel, enkele maanden geleden, bijna identiek dezelfde analyse opleverde: mensen hebben het heus wel door dat de politieke klasse religie gebruikt om economische mistoestanden te verdoezelen. De moskee biedt voor veel mensen de geborgenheid en solidariteit die ze elders in de grote steden missen. Het geloof biedt hen de waardigheid die ze in het dagdagelijkse leven niet krijgen. Maar veel van de gesprekspartners op mijn bezoeken doorheen de zuidflank van Europa, van de taxichauffeur over de bakker tot de onderwijzer, toonden zich allergisch aan het politieke misbruik van religie.

Deze luchthavenlaan, mijn eerste kilometers op Algerijnse bodem, voert mij langs bijna alle grote problemen waarmee het land worstelt. Naast de moskee strekt zich een olieraffinaderij uit, maar de inkomsten uit olie- en gasinvoer zijn geslonken van 75 miljard dollar in 2011 naar 27 miljard dollar in 2017. Dat leidde tot een kaalslag op het overheidsbudget en stakingen. Aan de andere kant van de weg ligt de parking van een groot winkelcentrum er verlaten bij. “Wat wil je? Mensen worden hier armer in dit land en alles in de winkels wordt duurder. Wat denkt u dat die barman daar verdient? 30,000 dinar (210 euro, JH) per maand, maximaal, en dat is niet genoeg als je weet dat de maandelijks huur van een klein appartement in de rand van de stad 25,000 dinar bedraagt.”

Aan het woord is Lila Massi, een studenten in de rechten, die ik samen met haar jaargenote, Djamila Taoufik, ontmoet in de buurt van de Kathedraal van het Heilig Hart. De kathedraal heeft de merkwaardige vorm van de koeltoren van een kerncentrale. Rondom heerst bedrijvigheid. Kramen puilen uit met verse vis, groenten en fruit. “Ondanks de olie en het gas is onze economie nooit echt sterk geweest. De regering int het geld en verdeelt dat via overheidsbedrijven. Zo hield zij zichzelf in stand, maar echte privaat ondernemerschap kwam er daardoor nooit. Nu dragen we daarvan de gevolgen.” Wat valt eraan te doen, pols ik? “Op korte termijn, niets,” antwoordt Djamila, “Mensen weten het niet meer. Wie kan vertrekken, die vertrekt.”

Rolstoel

Algerije land telt veertig miljoen inwoners en die bevolking groei snel. Dat de toestand in het land precair is, werd me tijdens mijn bezoek door iedereen benadrukt en niets toont dat dramatischer aan dan de fysieke toestand van zijn staatshoofd: de 81-jarige president Abdelaziz Bouteflika. Bouteflika is aan zijn rolstoel gekluisterd en diplomaten zegden me dat zijn stem zelfs te zwak is om een conversatie te voeren. “Het kan elk moment met hem gedaan zijn en dan breekt de hel los,” waarschuwt een Franse diplomaat, “Er zal gevochten worden om de macht, tussen het leger, de inlichtingendiensten en machtige oligarchen. Nu reeds proberen zij zich de steun van buitenlandse spelers te garanderen: Europa, de Verenigde Staten, Saudi-Arabië, Turkije, Qatar en zelfs Iran. Algerije dreigt opnieuw een strijdperk te worden, met energie, repressie en religie als wapens.”

Gaan we dan terug naar een burgeroorlog zoals tussen 1991 en 2002? De burgeroorlog toen brak ook uit in een context van onzekerheid, hoge werkloosheid, corruptie en inflatie. Het Islamitische Bevrijdingsfront, het FIS, mobiliseerde de bevolking op dat moment ook door in te spelen op de publieke ontevredenheid, maar werd via de Moslimbroeders bewapend, aanvankelijk door Libië en Saudi-Arabië, nadien wellicht door Iran en Qatar. De gelijkenissen tussen de economische problemen aan het begin van de burgeroorlog en de toestand vandaag zijn groot. Tezelfdertijd blijkt de macht van de regering van Bouteflika zowat een weerspiegeling van de curve van de aardgasprijzen: een steile klim vlak na de burgerlooglog, stagnatie sinds pakweg 2012 en snelle verzwakking sindsdien.

Kan de bevolking niet gewoon in opstand komen, zonder achter islamextremisten aan te hollen en middels verkiezingen? Volgend jaar zijn er verkiezingen. “Mensen geloven er niet meer in en gaan gewoon niet stemmen. Aan de ene kant willen ze verandering, maar aan de andere kant willen ze niet terug naar het geweld van vroeger,” verklaart opnieuw Lila Massi, “Het is elk voor zich. De islamitische bewegingen zijn eigenlijk de enige die op voldoende grote schaal mensen op de been kunnen brengen. Soms komen jongeren nog op straat, maar de meeste jongeren willen hier vooral vandaan.” Die boodschap wordt me elders herhaald. Burgers zouden bereid zijn om het bloedbad van de burgeroorlog te herhalen. Grote protesten zijn niet uit te sluiten, zeker als Bouteflika overlijdt, maar daarna zou vooral een proces van politieke fragmentatie en criminalisering volgen, een proces waarin radicalisme zich weliswaar gemakkelijker zal manifesteren.Screen Shot 2018-05-22 at 11.00.17

Tanger

Het is tijd om te vertrekken, naar buurland Marokko. De landsgrenzen tussen de twee landen zijn gesloten, dus moet ik opnieuw het vliegtuig in. In vergelijking met het regime in Algerije lijkt de Marokkaanse koning veel steviger in het zadel te zitten en te blaken van zelfvertrouwen. Koning Mohammed VI wordt in Europa gezien als een verlichte monarch die garant staat voor een gematigde islam. Maar wat is daarvan aan? Ik ben op weg naar Tanger en het Marokkaanse vasteland komt in zicht.

Sinds mijn laatste bezoek blijkt nog meer van de grillige kustlijn te zijn ingenomen door havendokken: havens voor luxejachten, havens voor tankers en havens voor containerschepen. Geografisch is Tanger de synaps tussen het Europese en Afrikaanse continent, alsook tussen de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee. Het is de commerciële poort tussen vier werelden. Tot nog toe zag Tanger de gigantische schepen op weg naar Rotterdam en Antwerpen vooral voorbijvaren, maar nu wil het dus zelf een deel van de koek. “Tanger is de meest favoriete bestemming voor buitenlandse investeringen in heel Afrika,” gesticuleert havenmanager Ahmed El Ftouh enthousiast, “En dit is slechts het begin.”

Marokko groeit. Overal worden kantoorgebouwen opgetrokken. Villawijken schieten als paddenstoelen uit de grond. Het is het meest stabiele land in de regio en politici van over heel de wereld bewieroken de pragmatische hervormingen van het machtige koningshuis. Als kers op de taart, wil Marokko in 2026 het wereldkampioenschap voetbal organiseren. Voorlopig geven de dokken in het noorden van Tanger echter een desolate aanblik. Een enkel bulkschip ligt er aangemeerd. Er zijn genoeg redenen om het Marokkaanse groeimirakel voorzichtig in te schatten. Ondanks het succes van de auto-industrie heeft het land een groeiend handelstekort en ook de overheidsschuld is opgelopen.

De grote investeringszones in Tanger komen mij voor als een oase, een plek van groei die niet gedragen wordt door de rest van de economie. Klopt die indruk? Ik ga te rade bij een Franse ondernemer die hier twintig jaar woont. “Marokko brengt grote offers om investeerders aan te trekken. Ze krijgen grond bijna voor niets en genieten van uitzonderlijke belastingvoordelen. Het beleid is dus op maat van die bedrijven, maar op een klein miljoen inwoners in deze stad leveren ze niet eens 70,000 banen,” klinkt het, “Het oogt groots, maar door een gebrek aan goed onderwijs en door de toevloed van buitenlandse goederen en diensten is er te weinig lokaal ondernemerschap.” De man vult nog aan dat liefst zeven procent van de economie gefinancierd wordt met afdrachten door Marokkanen in het buitenland en dat de helft van de buitenlandse investeringen bestemd is voor vastgoed.Screen Shot 2018-05-22 at 10.59.45

Tevreden

Als ik de situatie in Marokko geografisch probeer samen te vatten, dan prijkt de noordelijke kustvlakte, tussen Casablanca en Tanger, op de kaart als het machtscentrum. Hier situeert zich de thuisbasis van de koninklijke familie en de industrie. Deze groene vlakte staat onder economische invloed van Frankrijk en religieuze invloed van het Saoedi-Arabische koningshuis dat iets buiten Tanger overigens een enorm landgoed bezit. Rondom die microkosmos van marmer, jachten en paleizen, mag zich, ver genoeg verwijderd van de Riviera, een kleine nieuwe middenklasse vlijen, in geordende betonnen blokjes in kunstmatige woonwijken, achter het televisiescherm die zowel Europese merken als een pelgrimstochten naar Mekka promoot. Hier wordt gewerkt om te consumeren.

Rondom dit hartland wonen miljoenen Marokkanen in kleine dorpen, in de heuvels, in het Atlasgebergte en in de voorlopers van de Sahara. Dit is de uitgestrekte periferie van Marokko. Is het hartland welvarend, dan zijn burgers hier een stuk armer. Is het hartland overwegend Arabisch, dan wordt deze periferie bevolkt door Berbergemeenschappen. Eigenlijk is dat een voortzetting van de geschiedenis. Sinds zijn oprichting in de zeventiende eeuw probeert het Arabische koningshuis, de Alaoui, de berbers onder de duimen te houden. De belangrijkste strategie daarbij was steevast om de economische contacten tussen het hardleerse hinterland en de rest van de wereld te controleren. De dynastie doet het vandaag nog steeds. De koninklijke familie controleert met de Nationale Investeringsmaatschappij 5 miljard euro en met monopolies bepaalt zij wie er rijk wordt – en wie niet.

De snelweg van de kustvlakte door het Atlasgebergte is een tijdreis, een weg van twee snelheden, met auto’s in het ene baanvak; ezelkarren op het andere, traag sjokkend, net zoals dat al honderden jaren gebeurt over deze karavaanweg tussen de Golf van Guinee en de Middellandse Zee. Hoe kijken de mensen hier naar de situatie? Over het koningshuis wil niemand veel kwijt en ondanks de armoede hoor je van weinig mensen dat het slechter gaat, in tegenstelling dus tot veel andere Noord-Afrikaanse landen. Heel veel jongeren slingeren echter tussen de traditie van de bergen en de moderniteit van de vlakte, tussen de geborgenheid van de dorpen en de anonimiteit van de steden, tussen de Berberse fierheid op zelfredzaamheid en afhankelijkheid. Het is een soort van sociaal en cultureel niemandsland.

Screen Shot 2018-05-22 at 11.01.05Oceaan

In Ait Ben Haddou, op de brug voor de kasbah opgetrokken bruine modderbrikken, spreek ik met Gwafa Awzal, een gids van in de vijftig. Zijn drie zonen waren naar Casablanca getrokken om er te werken. Twee zijn er teruggekomen. “Je kunt er werken, maar niet genoeg verdienen om er te wonen,” zegt hij me, “Bovendien waren ze eenzaam. Ze hoorden nergens echt bij. Hier helpen we elkaar uit de slag.” Vanuit de Atlas rijd ik via de oude saffraanroute naar de kust. De zwaluwen zitten onder het lentezonnetje klaar om naar Europa te vliegen. Ikzelf ook. Met de oceaan in zicht heb ik het einddoel van mijn reis bereikt, een reis die mij van de Atlantische Oceaan in Groenland via Oost-Europa, de Balkan en het Midden-Oosten terug bij de Atlantische Oceaan bracht, in een klein Marokkaans vissersdorpje.

Ondanks de groei is Marokko kwetsbaar, want de middelen om de stabiliteit af te kopen zijn beperkt en veel Marokkanen voelen zich ongemakkelijk bij de aard van de vooruitgang. Tijdens mijn reis rondom Europa werd ik vaak geconfronteerd met geopolitieke uitdagingen, maar als iets voor mij bijdraagt aan de politieke onzekerheid, migratie en extremisme, dan bleek dat steeds opnieuw een ontwikkelingsmodel dat onvoldoende kansen biedt, kansen op welvaart, kansen op waardigheid en kansen op geborgenheid. Ook Europa zal daarmee in het reine moeten komen, want met prikkeldraad rondom een verdeelde samenleving redden we het heus niet.

En, neen, we hoeven heus niet terug naar de dorpen en de kerktorens van weleer, maar misschien valt in de afgelegen Marokkaanse dorpjes, in de bergen en langs de Atlantische kust toch iets te vinden dat wij in onze drang naar welvaart verloren en stiekem terugwensen: respect tussen de generaties, behulpzaamheid, fierheid op de vruchten van de arbeid en contact met de natuur. Wellicht moeten we vooruitgang wat meer gaan definiëren als een nieuw evenwicht tussen: de weelde van de wereld en de geborgenheid van het dorp. De zon gaat onder. Een laatste vissersbootje trotseert de schuimspattende golven en loopt zijn haven binnen. Een mooier beeld om mijn reis mee af te sluiten kon ik mij niet bedenken…

Voorgaande afleveringen:

Denemarken  -  Groenland  – Baltische Zee & Kaliningrad  -  Litouwen  -  Estland & Letland  -  Sint-Petersburg  -  Wit-Rusland  -  Moldavië  -  Oekraïne  -  Hongarije  -  Servië  -  Bosnië-Herzegovina  -  Kosovo & Macedonië  -  Thessaloniki  -  Turkije  -  Libanon  -  Egypte  -  Mali & Niger  -  Tunesië  -  Algerije & Marokko

Leave a Reply