Jonathan Holslag On world order and disorder

Oekraïne takelt af van binnenuit

OekraineHet komende jaar reis ik langsheen de Europese buitenrand: van Groenland tot Sint-Petersburg, van Sint-Petersburg tot Caïro en van Caïro tot Gibraltar. Het is mijn bedoeling om te evalueren waar we staan vijftien jaar nadat de Europese Unie haar eerste veiligheidsstrategie publiceerde. “Een veilig Europa in een betere wereld,” was toen de belofte. Wat is ervan gekomen? Mijn bevindingen rapporteer ik aan de Europese leiders, maar voor Knack en Trouw mag ik om de twee weken ook een uitgebreide reportage schrijven. Dit was de achtste aflevering.

ODESSA – Ik ben aangekomen in Odessa, de parel van de Zwarte Zee en ongetwijfeld een van de mooiste steden van Oekraïne. Vanuit Odessa zal ik verder naar Kiev reizen. Het is bij dit bezoek niet mijn bedoeling om verslag uit te brengen van de oorlog in het oosten van Oekraïne, een oorlog die reeds aan meer dan 10,000 mensen het leven kostte. Het is evenmin mijn doel om de toestand op de Krim te bestuderen. In de plaats daarvan wil ik een minder belicht aspect van het land onderzoeken: de dramatische economische aftakeling en de verarming. Die verrotting van binnenuit zou weleens een veel grotere bedreiging voor het voortbestaan van Oekraïne kunnen vormen dan de oorlog in de afvallige regio Donbass of de aanhoudende spanningen met Rusland.

Op het eerste zicht lijkt er in Odessa weinig aan de hand te zijn. Als ik vroeg in de ochtend mijn hotel verlaat, benen keurige mannen in maatpak onder de kastanjekruinen van de Puskinskalaan naar hun werk, starend naar hun telefoon of slurpend van kartonnen Starbucksbekertjes. Zware Mercedessen daveren over de kasseien. Odessa blijft even eigenzinnig als bekoorlijk. Er is het keurig onderhouden operagebouw in Franse rococostijl, het standspark met zijn mooie kiosk en nostalgische koffiehuizen en uiteraard het weidse Richelieuplein dat via een arduinen trappenloper uitgeeft op de zee. In tegenstelling tot de meeste badsteden wordt die toegang tot de zee echter bruusk afgesneden door een grote goederenhaven. Hier geen palmbomenpromenade, maar roestige treinwagons, vrachtschepen en hijskranen die als gouden armen in de blauwe lucht grijpen.

Machteloosheid

Wanneer ik het stadhuis nader, blijkt het hele voorplein te zijn afgezet door soldaten en politiemannen in gevechtsuitrusting. Het moeten er honderden zijn. Het lijkt wel alsof ze hier alsnog rekening houden met een Russische invasie, maar uiteindelijk blijkt er die dag een hoorzitting door te gaan over drie meisjes die omkwamen in een gruwelijke brand in een kinderverblijf. De overheid zou het gebouw hebben laten verkommeren. Veel manifestanten dagen er echter niet op. Het hoogtepunt van de demonstratie zijn een vijftal oudere vrouwen die met vellen papier in insteekhoesjes de wacht optrekken. “Mensen voelen zich bedonderd, maar protesteren helpt gewoon niet meer,” hoor ik van Julia Serebriakova, een jonge advocate en activiste, “Kijk maar eens rond. Deze politiemannen zijn gewoon de knokploegen van de burgemeester.”

“Het gaat echt niet goed met Odessa,” vervolgt Julia als we verder wandelen, “De stad zinkt weg in de schulden. Het centrum hier is fraai en dat is goed voor het toerisme, maar wie profiteert er vooral van de verfraaiingswerken? Dat zijn de bedrijven van de burgemeester. Hij is aanbesteder en leverancier tegelijkertijd. Met een deel van de winst koopt hij steun in de gemeenteraad, maar schuwt evenmin geweld. Hij heeft van Odessa een maffiastad gemaakt.” De naam van de burgemeester, Gennadiy Trukhanov, dook vorig jaar inderdaad op in een wereldwijd onderzoek naar belastingontduiking. Miljoenen zou hij in de Maagdeneilanden hebben geparkeerd, maar het openbaar ministerie weigerde een onderzoek. Julia wil dat ik de mening van enkele andere jonge inwoners hoor en leidt mij mee naar de Impact Hub, een hippe plek voor sociaal en ecologisch verantwoord ondernemen, iets buiten het historische centrum.

Het interieur van de Impact Hub houdt het midden tussen een Ikeacatalogus en een Wereldwinkel. Alles is in pastelgroen en hagelwit geschilderd. In het boekenrek prijken meerdere exemplaren van de biografie van Apple-stichter Steve Jobs. Aan goede intenties geen gebrek hier. “Het is onze ambitie om een sociale economie te stichten,” hoor ik van Alexandra, een 23-jarige marketingspecialiste. Dimitry, een IT-leraar treedt haar bij: “Juist, wij willen bijvoorbeeld bijdragen aan digitale democratie en het bestuur transparanter maken.” Ik peil hoe zij de verhouding tussen de hub en het stadsbestuur zien. Riskeren ze niet het schaamlapje te worden, een dekmantel van het soort politiek dat de stad eerder uitbuit dan ze sterker maakt? Wat betekenen hun projectjes van enkele tientallen euro’s als Trukhanov met tientallen miljoenen euro’s blijkt te zijn gaan lopen?

Alexandra en Dimitry kijken me wat beduusd aan. “Wat wil je dan dat we doen? We moeten toch van onderuit starten. We moeten mensen warm maken voor verandering. We mogen ons niet machteloos bij de situatie neerleggen.” Ik loop de hub buiten met gemengde gevoelens. Ik heb mijn gesprekspartners duidelijk teleurgesteld met mijn kritische vragen. De toestand blijft dubbelzinnig: Trukhanov loopt graag te koop met projecten als de hub, maar wat verandert er wezenlijk? Misschien worden de Oekraïense oligarchen gewoon wat slimmer in hun imagocampagnes en incorporeren zij idealistische jongeren in een systeem dat tot op het bot corrupt is.

Zinaida

Van de hub trek ik naar de Pishonivskastraat. Hier is het frisgroen ingeruild voor het vieze, fletse groen van de gevels van enkele oude appartementen. De hele wijk doet mij wat aan de buitenwijken van Peking denken: de betonnen woonblokken, de stoffige straten met kapotgereden borduren, de tralies voor de vensters, de airco-toestellen aan de gevels. Vijf hoog in één van de blokken heb ik afspraak met Zinaida Oleivich, een laborante van rond de veertig. De lift werkt niet, dus klim ik de betonnen trappen op. De gang is donker en riekt naar vuilnis. Het is drie uur ’s middags maar langs bijna alle deurkieren klinkt het geluid van de televisie. In het tweekamerappartement leeft Zinaida met twee kinderen. Ze serveert me oploskoffie in een grote kop zonder oor, zet zich tegenover mij neer aan de keukentafel en glimlacht: “Ik ben blij dat u ook wil schrijven over het echte Oekraïne.”

Het verhaal van Zinaida is tragisch. Drie jaar geleden verloor zij haar man. “Victor had een zwaar ongeval op het werk, waardoor een ruggenwervel barstte en hij niet meer opnieuw aan de slag kon, maar het gebeurde even na de werkuren, waardoor de verzekering zich terugtrok. Jarenlang streden wij voor rechtvaardigheid, maar dat leverde geen resultaat op. We betaalden een fortuin aan advocaten en vroegen zelfs enkele politici om hulp, maar uiteindelijk bleken de twee rechters en het bouwbedrijf van mijn man onder een hoedje te spelen. Victor begon zich steeds meer als een ballast te voelen en ontnam zich uiteindelijk van het leven.”

“Dit is Oekraïne. Het is een jungle. Je bent volledig op jezelf aangewezen. Mensen zijn door en door cynisch want met geld koop je hier echt alles.” Hoe ze dan rondkomt, vraag ik aan de tengere vrouw met de felblauwe ogen. “Tijdens het proces verloor ik mijn baan. Ik weet niet waarom, maar plotseling kreeg ik de bons. Ik probeerde elders en ook in scholen maar tevergeefs. Nu werk ik als kassierster. Ik verdien 105 euro per maand. De helft daarvan gaat naar elektriciteit en verwarming, de andere helft bijna integraal naar eten. Verzekeringen kan ik gewoon niet meer betalen.” Zinaida is ontwapenend open en verteld met zachte stem honderduit. Haar conclusie: “Het gaat slechter en slechter. Ik werk even hard als drie jaar geleden, maar door de stijgende prijzen is mijn wedde is nog maar de helft waard. Het zijn echter vooral de mensen die in dit land niets meer waard zijn. De oligarchen kopen alles voor een prikje: onze stemmen, onze steun en onze arbeid. We moeten ons vooral koest houden en dat doen we ook.”

De economische toestand in Oekraïne is al een tijd belabberd, maar de oorlog in het oosten van het land maakte alles erger. Kiev besteedt nu ruim vier procent van het bruto binnenlands product aan defensie. Door de oorlog verloor het ook enkele belangrijke industrieën. De Hryvnia, de Oekraïense munt, blijft maar in waarde dalen. Zestig procent van de bevolking leeft onder de armoedegrens en een gemiddelde Oekraïner verdient nu minder dan pakweg een gemiddelde Chinees. Oekraïne is het toonbeeld van een land dat niet alleen relatief verliest ten aanzien van andere landen, maar ook in absolute cijfers. De welvaart, de levenskwaliteit, de infrastructuur, de waardigheid: alles brokkelt af in dit land. Wie kan, zoekt andere oorden op. Bijna een miljoen Oekraïners werkt in het buitenland.

Graanschuur

Ik maak me op om naar Kiev te reizen. De oude vertrekhal van de luchthaven is één groot uithangbord voor grote internationale rederijen die hier goedkope scheepsbemanning willen ronselen. Op het tarmac draait een Antonov-propellervliegtuig warm. Het ding ziet er schrikwekkend oud uit. Bij het opstijgen dendert en davert het alsof het elk moment uit elkaar kan vallen, maar eens in de lucht blijkt het ding opvallend stabiel. Het vliegtuig is in het bezit van Motor-Sich, een bedrijf van een oligarch dat omwille van een recent ongeluk op de zwarte lijst staat, maar dat recent door China werd opgekocht omdat het nog wat nuttige technologie uit de Sovjetunie zou bezitten. Het is echter niet alleen Oekraïense technologie waar de Chinezen op uit zijn.

De Oekraïense bevolking dreigt nu ook zijn laatste troef kwijt te spelen: het enorme potentieel aan landbouwgrond. Oekraïne is van oudsher de graanschuur van Europa. Vooralsnog verbood de grondwet de verkoop van die grond. De regering overweegt om aan dat verbod een einde te maken en door de verkoop van grond aan buitenlandse investeerders het overheidstekort te reduceren. Verschillende Golfstaten toonden reeds hun belangstelling: de Verenigde Arabische Emiraten, Qatar, en Saudi-Arabië stuurden reeds delegaties om investeringen in de landbouw te onderzoeken. Viktor Halasiuk, parlementslid en voorzitter van het parlementaire comité voor de economie, erkent de uitdagingen. “De kans is reëel dat buitenlandse investeerders hier onze landbouwgrond komen kopen en de gewassen zonder enige verwerking uitvoeren. Dan riskeren we van Oekraïne een soort Afrika te maken.”

Politici als Viktor zijn oprecht bezorgd over het economische beleid van de regering, maar net zoals de Impact Hub in Odessa niet echt impact leek te hebben op de lokale oligarchen, lijkt zelfs het nationale parlement niet veel greep te hebben op de president en een aantal getrouwen. “De president is vooral bezig met het in stand houden van zijn eigen positie en het bedienen van zijn getrouwen. Het is echt al geen kwestie meer van Afrika te worden; we zijn reeds Afrika met dezelfde clanpolitiek. Politieke postjes bieden toegang tot poen en met poen worden de politieke postjes versterkt. De grondstoffensector en de landbouw zijn onze goudmijnen en de oligarchen willen ze nu te gelde maken”: aan het woord is een ander parlementslid dat evenwel anoniem wenst te blijven.

Het zijn vooral de Chinezen die daardoor hun kans schoon zien. Peking heeft voor ongeveer 6 miljard euro geleend aan de Oekraïense overheid. Dat krediet was cruciaal voor de regering van Petro Poroshenko. Maar de Chinezen willen er wat voor in de plaats. Graan-voor-krediet, zo werd de samenwerking aanvankelijk benoemd. Een deel van het krediet moet gebruikt worden om de zeehaven van Yuzhny te moderniseren. Het contract ging naar een Chinees staatsbedrijf en het doel is vooral om de haven klaar te maken voor het bulkvervoer van landbouwgewassen. China wil ook toegang tot de Oekraïense consumptiemarkt. Op termijn wil Peking ook van het gunstige handelsregime tussen Oekraïense en de Europese Unie gebruik maken om via Oekraïne meer naar de EU uit te voeren.

Opera

De volgende dag ben ik te gast op het Kiev International Economic Forum. Het verkeer zit muurvast, dus ik arriveer een half uur te laat voor de discussie in een bomvol congrescentrum. “Het is cruciaal voor Oekraïense om meer Chinese investeringen aan te trekken,” hoor ik de Amerikaanse expert Jonathan Woetzel nog stellen, “De nieuwe Chinese Zijderoute (de miljardeninvesteringen in infrastructuur waarmee China de toegang tot buitenlandse markten wil verbeteren, JH) is een kans die jullie niet mogen missen.” Patrick Tsang, een investeerder uit Hong Kong stelt dan weer dat Oekraïne vooral moet leren van de Chinese revolutie in digitaal bankieren. Er trekt zich een levendig debat op gang als ik riposteer dat het vooral een kwestie is te streven naar evenwichtige samenwerking. Tijdens de pauze loop ik langs enkele standhouders. Jonge ingenieurs van Antonov presenteren een onbemand vliegtuig dat gewassen kan besproeien: tien keer efficiënter en duurzamer dan een tractor. Wat verder staat een Chinese concurrent, onderdeel van een staatsbedrijf. De stand ziet er piekfijn uit. “We hopen dat als Chinese bedrijven hier gewassen komen telen, zij ook Chinese drones zullen gebruiken,” hoor ik.

’s Avonds volgt dan een indrukwekkende receptie in de vergulde zalen van nationale opera. Een robot dirigeert er een volksorkest. “Vooruitgang,” verkondigt een stem enthousiast. Daarna worden sprekers getrakteerd op oesters, champagne en hapjes geserveerd door blondines met rozenkransen in het haar. Een hoogst aantrekkelijke DJ op hoge hakken staat verveeld plaatjes te draaien. Het ijsblokje in mijn digestief wordt eerst keurig tot een diamant gesculpteerd. Een mecenas richt een woordje tot zijn gasten: “U heeft kunnen proeven van het échte Oekraïne. We hopen dat we op uw steun mogen rekenen om Oekraïne nog sterker te maken.”

(Gepubliceerd in Knack en Trouw)

Leave a Reply