Jonathan Holslag On world order and disorder

Kwetsbare democratie in Tunesië

Tunesie2017 en 2018 reisde ik langsheen de Europese buitenrand: van Groenland tot Sint-Petersburg, van Sint-Petersburg tot Caïro en van Caïro tot Gibraltar. Mijn objectief was te evalueren waar we staan vijftien jaar nadat de Europese Unie haar eerste veiligheidsstrategie publiceerde. “Een veilig Europa in een betere wereld,” was toen de belofte. Wat is ervan gekomen? Mijn bevindingen rapporteerde ik aan de Europese leiders, maar voor Knack en Trouw mocht ik om de twee weken ook een uitgebreide reportage schrijven. Dit was de negentiende aflevering.

TUNIS – Ik ben aangekomen in Djerba, het eiland voor de Tunesische kust, ooit door de Griekse dichter Homerus bejubeld, door de Feniciërs gekoesterd voor de kostbare purperschelp en door de Romeinen uiteindelijk veroverd en met het vasteland verbonden. Thans is Djerba een toeristenkolonie, met gigantische witte vakantiefabrieken en soldaten die de wacht optrekken bij de voormalige Romeinse brug, niet om barbaren op afstand te houden, maar terroristen te weren. Het eiland ligt op nog geen uur rijden van Libië, waar islamextremisten aan het werk zijn en oorlogsheren het land in stukken scheuren. Tunesië is in de greep van het terrorisme. Nergens anders vertrokken zoveel jongeren naar Syrië om er te vechten.

Wat is er aan de hand met Tunesië? In 2010 was dit land de bakermat van de Arabische Lente en sindsdien is het de enige plaats waar de democratisering heeft standgehouden. Om die vraag te beantwoorden rijd ik kriskras van Djerba in het zuiden tot de hoofdstad Tunis in het noorden. Mijn eerste halte is Sfax, een stad met een mooie medina en een kleine haven. Hier heb ik afspraak met twee officieren. We wandelen de kade af. Twee kleine grijze patrouilleboten dobberen tussen plastic flessen en andere rotzooi. “Elke maand pikken we met deze schepen wel een groep vluchtelingen op voor de kust,” legt de jonge militair uit, “Het houdt niet op en dat weegt door op de bemanning. Vele van onze scheepslui hebben voor hun ogen vrouwen en kinderen zien verdrinken.”

Een roestig bulkschip loopt de haven binnen en trekt een walm roet door de blauwe lucht. “Het beveiligen van onze zee is een enorme opdracht, maar dat geldt ook voor het beveiligen van de landgrens. De Islamitische Staat mengt zich onder de vluchtelingen. Er wordt dikwijls gevochten over de grens en dan spreek ik nog niet over de smokkel.” Zijn collega vult aan: “Het zuiden van Tunesië is altijd al armer geweest en vooral dat maakt ons kwetsbaar. Het is grotendeels woestijngebied en moeilijk te controleren. Terroristen opereren bijna straffeloos vanuit steden op de grens, in Libië maar ook in Algerije. Terrorisme en georganiseerde misdaad zijn als een kwaadaardige tumor die zich steeds verder uitzaait. Wees dus maar voorzichtig op uw bezoeken.”Screen Shot 2018-05-22 at 10.48.00

Sidi Bouzid

Met die waarschuwing in het achterhoofd rijd ik van Sfax naar het binnenland. De kust van de Golf van Gabès is prachtig ongerept. In de kwelder ontwaar ik enkele flamingo’s, ooievaars en witte lepelaar. Ik begeef me naar Sidi Bouzid, de stad waar het in 2010 allemaal begon. Langs de hoofdlaan staat een stenen stootkar, een monument ter nagedachtenis van Mohamed Bouazizi, de jonge fruitventer die zichzelf in brand stak uit protest tegen de onophoudelijke corruptie van de lokale politie. Het gaat tegen de namiddag en overal zitten mannen in plastieken stoelen. Ze roken, spelen pitjesbak of staren voor zich uit. Her en der wordt een schaap geroosterd, de vers gestroopte vacht ernaast hangend als keurmerk van versheid en nog wat verder telkens een rist schapen dat gedwee staat te kauwen in de walm van hun garende kuddegenoten.

Als je de Mediterrane zon, de zwaluwen en de warme kleuren van oker even buiten beschouwing laat, dan doet de sfeer hier nogal denken aan pakweg Oekraïne of Moldavië. Somberheid drukt op de stad. Mannen zitten bij elkaar maar praten nauwelijks met elkaar. Oudjes zitten elk voor hun eigen deur te suffen. Bij de jongeren lijkt afstandelijkheid het nieuwe stoer. Wat verklaart die somberheid, pols ik bij Faouzia Abidi, een docente wiskunde. “Somberheid?” mikt ze me terug in elegant Frans, “Gelatenheid, dat is de juiste typering. Mensen zien het niet meer zitten. Journalisten als u komen hier steevast vragen wat er verbeterd is sinds de revolutie, wel, niets is verbeterd.”

Meer vrijheid, probeer ik. “Vrijheid. Wat ben je met vrijheid als je geen eten kunt kopen. Sinds de revolutie is dit land achteruit gedenderd als een kar van een steil bergpad. De prijzen zijn elk jaar met meer dan zes procent gestegen. We betalen bovendien meer belastingen op wat we kopen. Onderwijs en ziekenzorg zijn onbetaalbaar, terwijl leerkrachten en verpleegsters werken voor een hongerloon.” Faouzia hapt adem en vertraagt. “Neem mezelf. Ik geef les, maar kan mijn kinderen niet naar de universiteit sturen. Té duur. Werk in de stad is er ook niet. Mijn oudste rijdt nu met de taxi in Tunis. Hij had ingenieur willen worden. De jongste probeert wat te verdienen door schapen te hoeden.”Screen Shot 2018-05-22 at 10.45.08

Kairouan

Hij is niet de enige. Als ik Sidi Bouzid verlaat, valt het op hoe werkelijk in ieder stukje berm kleine kuddes schapen grazen, soms in het gezelschap van een oude, bruingebrande herder, maar vaak ook van een jonge kerel die staat te prullen met een telefoon. Kairouan komt in zicht. In een ver verleden was deze stad een de uitvalsbasis van Arabische expedities tegen de Berbers en gaandeweg evolueerde zij tot een regionaal machtscentrum. Het is reeds laat als ik de medina binnen wandel en na betaling van een kleine contributie de grote moskee wordt binnengelaten. Het zachte licht in gebedshal is betoverend en doet de honderden zuilen goud oplichten. Deze moskee werd in de zevende eeuw opgetrokken. Ze herbergt een van de belangrijkste bibliotheken in de Arabische wereld, met enkele correspondentiestukken tussen de emir van Kairouan en Karel de Grote, die de Arabieren naar verluidt vroeg om wapens te leveren.

Vandaag figureert de moskee vaak in de propaganda van de Islamitische Staat. In 2013 stonden hier mannen met zwarte vlaggen op de muren te zwaaien nadat de regering een verbod had opgelegd op een radicale beweging die de sharia wilde invoeren. Twee jaar later werden diezelfde zwarte vlaggen tijdens een studentenfeestje van een schoolgebouw gerold. Hoe groot is de bedreiging van de radicale islam? Hikhem Berraes ziet het somber in: “De moskeegemeenschap doet wat het kan, maar veel controle hebben we niet. Laatst liet onze imam zich tijdens het vrijdaggebed kritisch uit over de mistoestanden in Syrië. Veel toehoorders stapten toen boos op. Radicale jongeren komen gewoon niet meer. YouTube is hun gebedshuis. Ze zijn niet met velen, maar ze zijn luidruchtig.”

Het is hetzelfde verhaal dat ik zo vaak op mijn reis aanhoorde, bedenk ik me als ik langs de witgekalkte gevels met blauwe deuren waar, de gematigde meerderheid van de middenklasse verzwakt, is het spoor bijster en wordt verder uit haar evenwicht gehaald door een minderheid radicalen. “Mensen voelen zich verraden. Tijdens het regime van sterke man Ben Ali werd het land leeggezogen door één bandiet, en we kenden hem. Nu, na de revolutie, wordt onze samenleving gecorrumpeerd door meerdere bandieten, maar ze zijn onzichtbaar. We kunnen nu stemmen, maar er verandert niets. Iedereen vertrekt. Veertig procent van onze dokters zit in Duitsland.” Aan het woord is Néjia Sghir, een jonge activiste.

Screen Shot 2018-05-22 at 10.44.46

Néjia

“De revolutie heeft zeker goede kanten. Vrouwen, bijvoorbeeld, hebben nu meer rechten. Eén probleem is inderdaad de armoede, maar minstens even belangrijk is dat we geen politieke maturiteit aangekweekt hebben. Jongeren wordt niet geleerd hoe ze met hun vrijheid keuzes kunnen maken. Dat leidt tot stuurloosheid en conservatisme. Door dat gebrek aan emancipatie zijn jongeren bereid om hun vrijheid opnieuw op te geven om een leven in de luwte te kunnen leven. Sommigen willen terug naar de tijd van Ben Ali, anderen willen een religieuze staat. Alles opdat ze zelf maar niet hoeven na te denken. En net nu er nood is aan vorming en onderwijs, wordt onderwijs onbetaalbaar.”

Néjia is gedecideerd: “Misschien wordt onze generatie wel opgeofferd, maar we moeten er alles aan doen om niet opnieuw in de dictatuur te vervallen. Dictatuur betekent machtsmisbruik, repressie en corruptie, maar in tegenstelling tot vandaag, kan men er niets aan doen. We moeten eerlijk zijn met onszelf. Als we geen corruptie willen, dan moeten we ertegen strijden, en nu wel. Mensen klagen graag over problemen, maar laten het na zich te verenigen en er wat aan te doen. Ofwel leren we van ons land houden en maken we het beter, ofwel leven we tot het einde van onze dagen in deze uitzichtloosheid.”

Ik neem afscheid van Néjia. Een lange reis naar de hoofdstad wacht. De verlaten weg brengt me eerst door ruige zandlandschappen, maar vervolgens worden de valleien steeds groener. Ik houd halt in Dougga. Hoog boven de landerijen torent daar, verbluffend intact, een oude Romeinse stad. Er zijn tempels en een groots theater dat de groene vallei als decor heeft. De bouwsels in warm oker staan tussen eeuwenoude olijfgaarden en tussen de olijfbomen waaiert een weelde aan voorjaarsbloemen. Buiten leeuweriken, een ezel en een koppel bronstige landschildpadden ben ik alleen. Ik moet terugdenken aan Néjia, haar vurige pleidooi voor vaderlandsliefde en haar eigen beslissing om een goedbetaalde baan in de Verenigde Arabische Emiraten op te geven om hier een verschil te maken. “Het leven in de Golf was uiterlijk rijk, maar innerlijk arm. Hier heb ik het gevoel echt te leven.”

Screen Shot 2018-05-22 at 10.43.44Tunis

Tunis kondigt zich in de verte aan als een grijze gordijn van smog tussen deze groene heuvels en de Middellandse Zee. In de hoofdstad heb ik twee dagen lang ontmoetingen met mensen uit de politiek, defensie, de academische wereld en de diplomatie. Wat opvalt, is de kracht van de intelligentsia, die bij momenten overkomt als één grote alumnivereniging van de Franse universiteiten Science Po en de Sorbonne. Vaak kan ik alleen maar eerbied en nederigheid tonen voor de mannen en vrouwen die hun hele bestaan in het teken stellen van de strijd voor democratie en de scheiding tussen kerk en staat.

Faouzia Charfi, bijvoorbeeld, professor in de fysica, legt uit hoe universiteiten steeds meer een gevecht moeten leveren. “Religieus conservatisme is een intellectuele gevangenis. De Verlichting is misschien aan een andere cultuur ontsproten, maar haar waarden zijn universeel. Het perverse is dat we vandaag afglijden in een uniformiseren van de cultuur, overal ter wereld, maar dat we als reactie daarop onze identiteit willen versterken door de universaliteit van onze waarden in vraag te stellen.” Het conservatisme, het relativisme en het creationisme in delen van het Westen en het extremisme in delen van de islam moedigen elkaar daarin in, stelt ze voorts, ze zijn geen rivalen maar bondgenoten.

Ik kan me evenwel niet van de indruk ontdoen dat deze elite afbrokkelt. Faouzia en Néjia blijven dapper strijd leveren voor hun land, maar velen vertrekken als ze dat kunnen. Dat is het universele drama van hoogopgeleiden, tegenwoordig, het zijn degelijke uitvoerders maar zwakke burgers, het resultaat van een onderwijscultuur die jongeren niet meer aanmoedigt kritisch na te denken of uitlegt dat het leven meer inhoudt dan een zwarte Mercedes-SUV voor de deur. Bij gebrek aan emancipatie, strijdbaarheid en liefde voor het thuisland nemen moedeloosheid en cynisme het over.
Met een rammelig treintje steek ik van het centrum door naar de ruïnes van Carthago. Op een eenzame zuil die nog overeind staat na, schiet er niet veel meer van de oude mercantiele stad over, maar door de zoete oranjebloesems en het spiegelende indigo op de achtergrond blijft het een bijzondere omgeving.

Wat wordt er van Tunesië? Het is een klein, maar belangrijk land, voorlopig een baken van democratie op de flank van de moderne stammenoorlogen in Libië. Voorlopig heeft een gematigde islampartij, Ennahdha, het voor het zeggen, maar de steun bij de bevolking kalft af en nu zien de Tunesiërs vooral heil in kleine lokale partijen. Fragmentatie dreigt. Ennahdha zelf heeft zich de voorbije jaren vooral als pragmatisch willen profileren, door bijvoorbeeld joodse kandidaten op de lijst te zetten of door homoseksualiteit uit de banvloek te halen, maar veel diplomaten vermoeden dat de partij zo weer van koers kan veranderen.

Europa lijkt zich bewust van die onzekerheid. De Italiaanse overheid heeft zijn aanwezigheid opgedreven. De Franse President Emmanuel Macron kwam hier in Tunis onlangs nog pleiten voor Europese steun aan de Tunesische democratie en beloofde meteen voor enkele honderden miljoenen aan hulp. “De Fransen kennen het geopolitieke belang van ons land,” had een Tunesische diplomaat het uitgedrukt, “Maar hun macht blijft eerder beperkt. De Franse investeringen zijn geslonken en de Franse toeristen blijven weg. Ik denk overigens niet dat we van Europa veel steun voor ons democratisch experiment moeten verwachten, nu Europa zelf in een democratische crisis verkeert.” (Naar volgende reportage: Algerije en Marokko)

Leave a Reply