Jonathan Holslag On world order and disorder

Kan schoonheid Europa redden?

Een tijdje geleden vroeg men mij een voorwoord te schrijven van een boek. En omdat ik op dat vlak een reputatie hoog te houden heb besloot ik in de pen te kruipen over een thema dat me na aan het hart ligt: wat is schoonheid en wat is het belang ervan in onze samenleving.

“Schoonheid,” zo schreef Johann Wolfgang von Goethe, “Is een uitdrukking van geheime wetten die anders voor altijd voor ons verborgen zouden blijven.” Toch ben ik mezelf steeds blijven afvragen wat die wetten zijn. Wat kunnen de redenen zijn dat wat mensen koesteren door er afbeeldingen van te maken doorheen de geschiedenis niet echt veranderd is. De meest gefotografeerde steden ter wereld zijn de steden die al ettelijke eeuwen worden geschilderd, geschetst en gegraveerd: Rome, Parijs, Istanboel, enzovoort. De bewoners van de nieuwe grootsteden in Azië trekken in dichte drommen naar de oude steden en natuur van Tibet, Europa en Zuidoost-Azië. “Toerisme is een bedevaart van schoonheid,” zei Charles Dickens, maar veel cultuursteden en ongerepte landschappen kreunen onder de toevloed schoonheidsbedevaarders.

Wat is het toch, die verborgen wetmatigheid van de eeuwige schoonheid? De eerste wetmatigheid lijkt mij alvast mysterie: er zijn geen wetten die schoonheid volledig verklaren. Het is de veelzijdigheid en complexiteit van schoonheid die op ons inwerkt als magie, die onze diepe gevoelens bespeelt als de zon een landschap, als Orpheus met zijn lier. Het is die veelzijdigheid ook die bij de schepping van schoonheid ruimte laat voor eindeloze verbeelding.

Naast die veelzijdigheid lijkt mij schoonheid steevast verheffend te werken. Schoonheid wekt respect op voor de kracht van de natuur, voor haar oneindigheid, voor de kracht van het water, de diepte van de wouden. Schoonheid wekt ontzag op voor de kundigheid van de mens, zijn genie, de vaardigheid van zijn handen die we herkennen in de beitelgroeven, de penseelstreken, de kleibedden van rijzige rijstterrassen. Schoonheid is verheffend vaak net omdat het natuurwetten tart, met gigantische koepels, langgerekte bruggen, met microscopische inlegwerk van de ebenist, het vernuftige perspectief van Van Eyck, de tactiele sensatie van Canova’s marmer, de duizelingwekkende sonoriteit van Brendel’s Beethovenuitvoeringen. Hoe wreed de schepping van schoonheid vaak is, hoe gebroken Michelangelo ook was bij het voltooien van de Sixtijnse Kapel en hoeveel duizenden slaven er ook om kwamen bij de bouw van de piramides; het ervaren maakt ons trots om deel uit te maken van die schepping en tezelfdertijd ook erg bescheiden.

Schoonheid is verrassend: de dimensies in een schilderij, de nervenpatronen van een houten meubel, de wendbaarheid van taal, de het spel van contrapunten van Bach, het schaduwenspel van de Japanse architectuur, het lichtspel van de Europese kathedralen… Ook in steden gaan mensen verdwalen mensen graag in kronkelstegen, de organisch gegroeide middeleeuwse kwartieren en geordende wanorde zoals in New York. Schoonheid heeft een zekere grilligheid en spontaniteit nodig, maar mag geen chaos worden. Er blijft een wezenlijk verschil bestaan tussen een schoonheidservaring en ongemakkelijkheid. Er is dus met andere woorden een verhouding noodzakelijk tussen verrassing en regelmaat, zoals die tussen het Verboden Paleis en de omliggende hutongs, de pagode en de rotsformaties, het Sint-Pietersplein en de stegenspaghetti rondom, ritme en variatie, het monumentale en de mensenmaat, het planmatige en het spontane, de gulden snede en de variaties erop.

Werkelijke schoonheid doorstaat verval. Het verklaart waarom Rome ondanks de verloedering nog steeds de eeuwige stad is, waarom een commode in notelaar er na decennia nog steeds meer eerbied ontlokt ziet dan een hippe Ivar in spaanplaat met een laagje plastiek, waarom de tempels van Ankor ook half opgeslokt door lianen en jungle bezoekers met verstomming slaat, waarom mensen nog steeds bereid zijn om vele malen meer geld uit te geven aan een loft in een oude bakstenen fabriekshal dan aan een nagelnieuw gebouw in beton en glimmend graniet. Dat heeft deels te maken met de materialenkeuze: natuurlijke materialen verweren mooier. Ze maken deel uit van de natuurlijke kringloop. Schoonheid heeft geen eindpunt, alleen maar hoogtepunten

Waar is die ambitie om nieuwe schoonheid te scheppen? Waar zijn de kathedralen waar we onze arbeid aan schonken om opnieuw naar de hemel te reiken, de belforten om onze fierheid uit te drukken, de symfonieën om de kanonnen te overstemmen, wanneer rolt Europa opnieuw zijn David naar buiten, zoals de Fiorentijn na een lange periode van tumult, waar blijven de sonnetten die de liefde aan het leven verklaren, het ambacht waarmee we schoonheid naar onze huizen brengen? Ik vind de huidige kunst vandaag te zeer een berusting in lethargie, een weerspiegeling van het lelijke zonder de aspiratie om te verheffen en mensen te laten dromen, te zeer gespeend van vakmanschap en materialenkennis. In de massaproductie wordt creativiteit gereduceerd tot een algoritme in een computerprogramma en wordt arbeid te zeer beschouwd als een last in plaats van een bron van welbevinden, creativiteit en schoonheid.

Dat is erg bizar. Net omdat we over technologie beschikken, zouden we die activiteiten kunnen automatiseren die oninteressant en routinematig zijn en de arbeid inschakelen om schoonheid te scheppen. Net omdat we in Europa zeer efficiënt in al onze basisbehoeften kunnen voorzien en dat met de vierde industriële revolutie nog efficiënter zal gebeuren, zou er opnieuw tijd en ruimte geschapen kunnen worden voor vakmanschap: de ultieme verzoening tussen de menselijke noden en de menselijke vaardigheid.

Ik geloof dat dat streven naar schoonheid onze samenleving opnieuw sterker zal maken. Waar grote delen van de bevolking nu bevreesd kijken naar anderen identiteiten, zullen de identiteit en de ambitie van onze steden opnieuw kunnen versterken. En natuurlijk zal die hybride zijn, onderhevig aan kruisbestuiving, maar een samenleving heeft symbolen en schoonheid nodig om uitdrukking te geven aan haar aspiraties en zelfvertrouwen. Ik geloof ook dat schoonheid vandaag veel meer door de hele samenleving gedragen kan worden. We hebben géén dictator nodig die voor ons tempels bouwt, maar wel het geloof en de kracht om samen te bouwen aan mooie steden, om ruimte te geven aan de verbeelding en wat we koesteren als idealen ook in schoonheid om te zetten. Ik geloof dat we met vakmanschap, ondersteund door technologie, opnieuw een meer inclusieve economie kunnen bouwen en dat we met kwaliteit, design en schoonheid een nieuwe economische revolutie in gang kunnen zetten, kleinschalige nijverheid naar onze steden kunnen brengen, van werk een beter evenwicht tussen handen en geest kunnen maken. Ik geloof dat we daarmee vooral ook uitdrukking kunnen geven aan wat ons als Europeanen onderscheidt: ons humanisme, dat vooruitgang opnieuw het vermogen wordt om als samenleving zoveel mogelijk van onze behoeften te realiseren door zoveel mogelijk van onze talenten en verbeelding in te zetten.

Leave a Reply