Jonathan Holslag On world order and disorder

In Mali, militairen zonder strategie

IMalin 2017 en 2018 reisde ik langsheen de Europese buitenrand: van Groenland tot Sint-Petersburg, van Sint-Petersburg tot Caïro en van Caïro tot Gibraltar. Mijn objectief was te evalueren waar we staan vijftien jaar nadat de Europese Unie haar eerste veiligheidsstrategie publiceerde. “Een veilig Europa in een betere wereld,” was toen de belofte. Wat is ervan gekomen? Mijn bevindingen rapporteerde ik aan de Europese leiders, maar voor Knack en Trouw mocht ik om de twee weken ook een uitgebreide reportage schrijven. Dit was de achttiende aflevering.

BAMAKO – Volgens de historicus Henri Pirenne vormt niet de Middellandse Zee de zuidelijke grens van Europa, maar de Sahara. De Europese veiligheid hangt dus af van ons vermogen om bij te dragen tot de stabiliteit en welvaart van de staten van Egypte tot Marokko, en ervoor te zorgen dat de Sahara als het ware een barrière van zand, hitte en droogte blijft ten aanzien van het broeierige zuiden van Afrika. Het valt hoegenaamd niet te vatten hoe mensen doorheen deze immense zandzee kunnen reizen, bedenk ik me als na het azuur van de Middellandse Zee een strakke lijn oker opdoemt en het vervolgens urenlang van schraal over schraler naar schraalst gaat. Na de aride kust van Algerije volgen kale rotsformaties en pas daarna strekt zich de Sahara uit. Die is zo onmetelijk dat het militair vliegtuig, waarmee ik reis, de overtocht niet zonder twee tussenlandingen kan maken.

En toch: de laatste jaren blijkt die barrière steeds poreuzer geworden. Meer en meer wordt de Sahara een doorvoerplaats van vluchtelingen, migranten, georganiseerde misdaad en terrorisme. Zowel de Islamitische Staat als al-Qaeda winnen er terrein. De Saharawoestijn en de zuidelijkere savanne van de Sahel zijn ook een internationaal strijdperk. Zo zie ik hoe door het zanderige heuvellandschap van Algerije een raster van sporen is getrokken. Hier zoeken grote Westerse en Chinese energiebedrijven naar olie- en gas. Naast de slaperige luchthaven van Niamey, de hoofdstad van Niger, staan imposante grijze transportvliegtuigen van het Franse, Duitse en Amerikaanse leger. Vlak na onze landing stijgt een onbemand vliegtuig op. Bij aankomst in Bamako, de hoofdstad van Mali, hangen overal grote panelen met foto’s van de Turkse President Erdogan die hier op bezoek was. De brug over de weidse Niger-Rivier werd gebouwd door China.

Screen Shot 2018-04-13 at 12.44.44

Bermbommen

Ik reis naar Mali om in te schatten wat werkelijk het belang van deze regio voor Europa is. Er zijn thans duizenden Europese soldaten ontplooid: Franse, Duitse, maar ook Nederlandse en Belgische. Nederlandse soldaten voeren in het kader van een operatie van de Verenigde Naties patrouilles uit, tot diep in de woestijn, terwijl Belgische NH-90-helicopters luchtsteun bieden. Wat doen zij daar? Wat staat er op het spel? Ik leg mijn oor te luisteren in het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in Bamako, een gigantische basis omgeven door een metershoge zandwal en concertinadraad. Overal staan witgeschilderde pantserwagens, antennes en containers, en alles ligt onder een dikke laag rood stof, onvoorstelbaar veel stof.

“De uitdaging is tweeërlei,” legt een kolonel uit in een vergaderruimte die niet meer is dan een container met plastic stoelen en een projectiescherm. Hij wijst naar een kaart. Het grondgebied van Mali heeft de vorm van een zandloper. Aan de ene kant van de vernauwing, in het zuiden, heeft de overheid het nog te zeggen, maar aan de andere kant, in het noorden, maken vooral rebellen en terroristen de dienst uit. “Als we niets doen, dan dreigt het hele zuiden ook onder de voet gelopen te worden en dan is het gedaan met Mali als staat. Maar dat is niet alles. Als Mali valt, zal het geweld onvermijdelijk overslaan naar andere landen, zoals Senegal, Ivoorkust, Niger en Algerije. Dan wordt de hele Sahel een brandhaard en dat zal zich laten voelen tot bij ons. Het wordt een vrijhaven voor extremisten, terroristen en smokkelaars.”

Het had niet veel gescheeld of de rebellen stonden in Bamako. In 2011 werd het vuur aan de lont gestoken in Libië. Dat land deelt met Mali het gigantische woestijngebied dat bewoond wordt door clans van de Toeareg. De dood van de Libische sterke man, Moammar Khadafi, moedigde de Toearegs om de wapens op te nemen. Binnen een half jaar controleerden ze de helft van Mali en riepen ze de onafhankelijke staat Azawad uit. De Toearegs werden gesteund door enkele duizenden strijders van al-Qaeda en de Islamitische Staat. “Terwijl de Toearegs tevreden waren met de controle van het noorden, wilden de extremisten de hele staat veroveren en er de Sharia opleggen. Zonder de Franse interventie in 2013 was het zo onvermijdelijk gelukt,” gaat de kolonel verder, “De Fransen drongen de extremisten terug, maar nu, vijf jaar later is de situatie weer even slecht als toen. De extremisten zijn veerkrachtig, rekruteren vlot onder de jongeren en delen met bermbommen of verrassingsaanvallen op motorfietsen dodelijke speldenprikken uit.”Screen Shot 2018-04-13 at 12.44.18

Parijs

Vaak wordt er met de vinger naar het Westen gewezen. De problemen in Mali zouden uit de hand gelopen zijn na de interventie in Libië en de daaropvolgende val van president Khadafi. Toen zijn veel Libische wapens in Mali beland en kregen oorlogsheren vrij spel. “Wenst het Westen wel stabiliteit in Mali?” stelt de journalist Sambou Diarra, “Is het niet vreemd dat Frankrijk nauwe banden onderhoudt met de Mouvement national de libération de l’Azawad (MNLA) en ogenschijnlijk niet wil dat de Malinese regering de controle terugkrijgt over de belangrijkste uitvalsbasis van de MNLA, de noordelijke stad Kidal? Is het toevallig dat er zich net rondom Kidal belangrijke voorraden uranium zouden bevinden en dat er naar goud wordt gezocht?” Ook een hoge magistraat opperde dat vooral Frankrijk er een dubbele agenda op na zou houden. “Hoe kan het dat Frankrijk hier duizenden soldaten heeft om op terroristen te jagen, terwijl het die terroristen zich steevast laat terugtrekken in de woestijn? Ik denk niet dat Parijs een sterke Malinese staat wilt, want dan zal het zijn zin niet meer krijgen.”

Is die achterdocht terecht? Is het inderdaad zo dat hoewel Europa militair in Mali aanwezig is, het geweld in Mali nét het gevolg is van Europese inmenging? Wat vast staat, is dat de situatie in Mali en bij uitbreiding in de hele regio verslechterde nadat de Fransen het voortouw namen in de militaire interventie in Libië, maar dat ze allerminst een plan hadden om dat land na de val van Khadafi te stabiliseren, laat staan de gevolgen voor buurlanden zoals Mali te beperken. Het argument dat Europa, met Frankrijk op kop, vooral uit is op de Malinese grondstoffen, is veel minder overtuigend. Het Franse bedrijf Areva hangt voor de bevoorrading van uranium af van het naburige Niger en heeft bijgevolg vooral baat bij stabiliteit in Mali. Dat de Franse militaire operatie-Bharkane islamitische terroristen en andere gewapende groepen soms moet laten gaan, heeft alles te maken met de onvoorstelbare uitgestrektheid van het land.

Een en ander wordt me duidelijk na een oncomfortabele reis in een oud, rammelig Antonov-vliegtuigje naar de savannestad Gao, een belangrijke militaire uitvalsbasis. Hier zijn duizenden soldaten van de Verenigde Naties gelegerd, naast een basis van de Fransen, die onafhankelijk doch onder VN-mandaat opereren. In zijn prefab-kantoor legt de VN-bevelhebber van de sector, een generaal uit Bangladesh, uit hoe moeilijk het is om hier te opereren. Een groot deel van zijn VN-troepen is gewoon niet goed getraind of uitgerust. Pantserwagens blijken bijvoorbeeld niet echt gepantserd en vormen een gemakkelijk doelwit. Er is te weinig luchtsteun en patrouilles moeten zoveel mogelijk binnen het bereik van de helikopters blijven, dat wil zeggen enkele honderden kilometers. “Ik heb een sector voor mijn rekening die twee keer groter is dan mijn land en heb een tekort aan alles,” zucht de generaal.

Hoewel de meeste troepen uit Afrikaanse en Aziatische landen afkomstig zijn, hangt alles af van de Europese slagkracht. Het zijn de Fransen die de leiding nemen in de strijd tegen bijvoorbeeld terroristen, maar ook Nederland zit met zijn soldaten voorop en het zijn de Belgische troepentransporthelikopters die operaties buiten de steden mogelijk maken. Maar het blijft onvoldoende. Gewapende groepen maken steeds meer gebruik van springtuigen om het wegtransport aan te vallen en trekken zich na aanvallen snel terug om zich te verschuilen in oases, bergen of dorpen. Het is dus niet zo dat de Fransen en andere landen terroristen laten ontsnappen, maar vooral dat het bijzonder lastig is ze te vatten.

Screen Shot 2018-04-13 at 12.44.00

Strategie

Als de buitenlandse mogendheden iets te verwijten valt, dan is het niet zozeer een hebzuchtige strategie, gericht op het veiligstellen van grondstoffen, maar het gebrek aan een strategie. Het lijkt erop alsof Europa vaag beseft dat het belangen heeft in deze regio, dat het zich geen nieuw machtsvacuüm in dit gebied kan veroorloven, maar dat het er hoegenaamd geen idee van heeft hoe het stabiliteit kan brengen. Het hele engagement van Europa is één grote tegenstrijdigheid. De militaire aanwezigheid is opgevoerd en dat was nodig. De goed uitgeruste Europese soldaten hebben er effectief voor gezorgd dat Mali nieuw Islamitisch kalifaat is. Maar de rest volgt niet. Europa besteedt bijvoorbeeld slechts 400 miljoen euro aan ontwikkelingssamenwerking, terwijl het jaarlijks een miljard euro verdient uit de handel met Mali. De totale Europese investeringen in het land bedragen nog geen 200 miljoen.

Ook de militairen zelf wijzen op dat probleem. “Hoe wil je het Islamitisch terrorisme hier beteugelen als je met een paar dollars zoveel werkloze mannen kunt ronselen als je wil?” stelt een inlichtingenofficier tijdens een diner in een hotel in Bamako. “Het is dweilen met de kraan open zolang er geen coördinatie is tussen veiligheid, economie en politiek.” Dat hotel in Bamako is nochtans goed bezet met expats, personeel vooral van de Verenigde Naties. Maar in alle gesprekken viel het op hoe moeilijk het was voor de internationale gemeenschap om samen te werken aan een toekomststrategie. De coördinatie tussen de VN-operatie en de Fransen loopt lastig, maar ook binnen de VN tussen het politieke departement van de operatie, de militaire component, de politiecomponent, enzovoort.

Soms kwam het me zelfs over dat de VN-missie vooral één gigantische logistieke operatie is. Het bevoorraden van de VN-posten in het land kosten een enorme inspanning. De VN heeft er eigen lijnvluchten en vaak moeten colonnes van soms honderden witgeschilderde vrachtwagens containers met proviand, wisselstukken en andere voorraad van de hoofdstad naar het noorden brengen, over een traject van soms duizend kilometer stofwegen. Die colonnes moeten begeleid worden door helikopters en verkenners die op zoek gaan naar bermbommen. “Er blijven te weinig middelen over om de strijd aan te binden,” stelde de generaal uit Bangladesh, “Daardoor is het soms niet evident om ons ver buiten de basis te begeven.”

Screen Shot 2018-04-13 at 12.44.34

De heer van de mijnschacht

Zonder economische stabiliteit is het bestrijden van terreur in Mali onbegonnen werk. De hoofdstad Bamako baadt permanent in smog en stank die opstijgt uit de troebele Niger. Over de schrale velden rondom de stad ligt vuilnis gespreid als was het zaaigoed. Het gemiddelde inkomen bedraagt hier 1,5 euro per dag. Bamako groeit elk jaar met zo’n honderdduizend mensen, vooral boeren op de vlucht voor geweld en droogte. Net zoals in vele andere delen van Afrika, wordt Mali geteisterd klimaatverandering: langere periodes van verschroeiende droogte afgewisseld met hevige neerslag. Zonder betere landbouwtechnieken, zou dat kunnen betekenen dat de landbouwproductie de komende jaren gemiddeld met een procent afneemt, dat terwijl de bevolking jaarlijks met drie procent groeit.

Deels is de ontbering de verantwoordelijkheid van de Malinezen zelf, of althans van de elite, die zich de grondstoffen toe-eigent en akkoorden bedisselt met buitenlandse partners zonder de opbrengsten te investeren in bijvoorbeeld onderwijs en infrastructuur. Mali is een belangrijke goudproducent. In de dertiende eeuw floreerde er zelfs een Malinees keizerrijk dankzij de goudvoorraden en de steenrijke keizer, Musa, noemde zich “de heer van de mijnschacht”. Maar investeerde keizer Musa nog in universiteiten, in bibliotheken en in infrastructuur, dan is dat vandaag nauwelijks het geval. Het goudgeld vloeit vooral naar banken in Zwitserland en Parijs. Ook in de landbouw is dat zo. Kleine boeren worden onteigend voor grote katoentelers, maar waar de opbrengsten blijven, weet niemand.

Hoe pervers is het, bedenk ik me als ik een groep landbouwers onder de verschroeiende zon zie zwoegen, aan de ene kant zijn we er als de dood voor dat Mali een doorvoerplaats voor migranten, terrorisme en georganiseerde misdaad wordt. Maar hoeveel boeren zouden hier worden onteigend, hoeveel water zou er hier worden opgepompt en hoeveel land worden opgeofferd opdat wij in de winkels goedkoop spulletjes kunnen uitzoeken en onze jeugd er tegenwoordig niet meer voor terugdeinst die spulletjes na enkele keren dragen gewoon weg te gooien. Wat een roekeloosheid thuis, terwijl onze militairen hier risico’s lopen om erger te voorkomen. (Naar volgende reportage: Algerije en Tunesië)

Leave a Reply