Jonathan Holslag On world order and disorder

In China, groeivertraging zonder hervormingen

Vorig jaar klonk het nog stellig bij de Chinese leiders: de economische groei zou niet onder de 7,5% zinken. Vorige maand was Premier Li Keqiang al een stuk minder gedecideerd. We mogen ons niet blind staren op groei, klonk het in Peking, het gaat vooral over duurzaamheid en de kwaliteit van de groei. China wil tegen 2021, wanneer de Communistische Partij haar eeuwfeest viert, officieel bij de club van rijke landen horen. Het gemiddeld inkomen moet dan boven $ 12.000 dollar komen en dat, zo is duidelijk, kan niet met het huidige groeimodel bereikt worden.

Ettelijke richtlijnen zijn er het voorbije jaar uitgevaardigd, waarvan sommige echt baanbrekend lijken: richtlijnen voor meer efficiënt energiegebruik, voor betere verstedelijking, voor het moderniseren van de industrie, de hervorming van de staatsbedrijven, aanpassingen in het belastingsysteem, enzovoort. Zelden heb ik zo’n toevloed van goede voornemens zien passeren. De vraag blijft natuurlijk op welke wijze al die regels in praktijk gebracht zullen worden. Daarover heb ik recent enkele belangrijke beleidsadviseurs van de Staatsraad en het planbureau gesproken.

Allen benadrukten ze dat het nu of nooit is voor China. De voorbije tien jaar, dus onder het leiderschap van de vorige president Hu Jintao, heeft men de zaken te veel op hun beloop gelaten en dat maakt het nu bijzonder belangrijk om snel te handelen. Er is geen tijd meer voor experimenten, zei één van de economen. Nog een jaar aanmodderen en het komt niet meer goed met de overcapaciteit in de industrie en de zeepbellen in de vastgoedsector. Juist daarom, aldus een ander, hebben we een sterke leider nodig. President Xi Jinping is de enige die genoeg doortastend is en hij heeft een missie om de hervormingen te doen slagen.Schermafbeelding 2014-12-08 om 09.03.32

De drie maakten er ook geen geheim van dat dit verklaart waarom Peking tegenstand zo krachtig aanpakt. De censuur is zonder meer toegenomen en politieke dissidenten worden onder Xi zwaarder aangepakt dan onder zijn voorganger. De strijd tegen de corruptie, hoewel die vooral paal en perk moet stellen aan de verkwisting binnen het eenpartijsysteem, schrikt ook economisch behoudende politici af.

Ik moet toegeven dat ik onder de indruk ben van de plannen die nu klaar liggen en de daadkracht waarmee de nieuwe leiders ze doordrukken. Economische planners in de partij die het in de laatste jaren onder Hu en Wen bijna hadden opgegeven, zien het opnieuw zitten en melden dat ze weer een luisterend oor krijgen voor hun hervormingsvoorstellen. Maar komt dat alles op tijd om een harde landing af te wenden?

In een gigantische economie als China zijn alle correcties onvermijdelijk langzaam, maar ik zie voor dit jaar helaas nog geen kantelpunt. Op basis van de cijfers van januari tot november, blijkt dat de binnenlandse consumptie wederom minder snel gegroeid is dan de investeringen. Het is zeker zo dat de groei in de investeringen beperkter was, maar dat deed zich vooral voor in de dienstensector, terwijl het net de bedoeling was die sector, in plaats van de industrie, aan te moedigen.

Binnen de industrie zien we dat de productie in de sectoren die afhangen van de investeringsboom, zoals staal en cement, nog steeds met ongeveer 4% is gegroeid. De sectoren die traditioneel afhangen van de export, zoals elektronica en telecom, registreerden groeicijfers tussen 10% en 18% – meer dan vorig jaar! De productie in sectoren die sterk afhangen van binnenlandse consumptie, zoals voeding, is in vergelijking veel minder gegroeid. Kortom, een tweede bewijs dat de correctie naar een versterking van de binnenlandse markt nog steeds niet in gang is gezet. De exportafhankelijkheid van de Chinese industrie zal daardoor dit jaar onvermijdelijk opnieuw toenemen.

Een derde vaststelling is dat de kapitaaloverdrachten van de gezinnen naar de overheid en de bedrijfssector via de banken wederom is vergroot. Het is wel bekend dat de Chinese staatsbanken hun kredieten ruimschoots hebben afgedekt met vermogen, maar veel interessanter is te volgen wat er als het ware binnen de balans gebeurt. Dit jaar liep het verschil tussen de deposito’s en de kredieten van de gezinnen op tot een recordoverschot van $ 4300 mrd, terwijl het verschil tussen de beide voor de overheids- en de bedrijfssector een nieuw recordtekort van $ 3800 mrd vertoonde – gelijk aan ongeveer 37% van het bbp. De balans van de banken is dus niet zozeer het probleem, maar de balans tussen gezinnen en vooral de bedrijven is een probleem en zet een flinke domper op de veerkracht van de binnenlandse markt.

Economisch beleid blijkt vaak de kunst van het omgaan met onevenwicht, eerder dan dat onevenwicht weg te werken. Nu China opnieuw een jaar van groeivertraging achter zich laat, zal dat voor 2015 meer dan ooit aan de orde zijn. Zal Peking erin slagen om de vastgoedsector onder controle te krijgen? Zal de Chinese economische diplomatie opnieuw behendig genoeg zijn om in partnerlanden de kritiek de mond te snoeren over het gigantische handelsoverschot? Dat overschot is dit jaar wellicht goed voor een absoluut record van meer dan $ 280 mrd.

Verscheen in het Financieele Dagblad en De Tijd.

Leave a Reply