Jonathan Holslag On world order and disorder

Hoe we ‘de Russische dreiging’ moeten aanpakken

Een aantal snelle lezers wezen me erop dat mijn vorige stuk de Russische dreiging minimaliseerde. Rusland, zo benadrukten ze, is nog steeds een militaire grootmacht en zijn bevolking neigt leiders nogal gehoorzaam te volgen. Dat klopt voor een stuk. Mijn punt was vooral dat Rusland bij een verdere escalatie van het geweld in Oekraïne niets te winnen heeft en dat er grotere uitdagingen aan de horizon opdoemen dan Rusland, maar dat neemt niet weg dat het nationalisme van Poetin de veiligheid van Europa wel degelijk bedreigt. Hoe moeten we dan wel om met Rusland? Enkele gedachten op een rij.

1) Om te beginnen moeten we onder ogen blijven zien dat Rusland een rijk op de terugweg is. Haar opstelling naar het Westen toe is eerder het resultaat van een gevoel van frustratie én neerbuigendheid ten opzichte van het geplaagde Europa dan van echte macht. Op korte termijn is het nieuwe nationalisme van Poetin de belangrijkste bron van onzekerheid, maar op lange termijn is de grote vraag hoe de aversie ten opzichte van het Westen de Russen verder in een strategische as met China drijft en of de economische zwakte kan leiden tot politieke onstabiliteit.

2) Voor wat Oekraïne betreft, moet Europa de leiding nemen in de zoektocht naar stabilisatie en een oplossing. Het moet een expliciete erkenning van alle partijen bekomen voor de soevereiniteit van Oekraïne. Het moet de garantie bekomen dat er geen wapens geleverd worden aan de rebellen, dat er waarnemers naar de grens met Rusland worden gestuurd om dat te verifiëren en mogelijk ook naar de havens aan de Zwarte Zee. Er moet een waarnemersmissie kommen met Europese landen en niet-Russische troepen van de Verdragsorganisatie voor Collectieve Veiligheid (CSTO) die een neutrale zone bewaakt en toeziet op de demobilisatie van gewapende groepen.

3) Laten we komaf maken met de idee om wapens te leveren aan Oekraïne. De Russische arsenalen bulken nog van Koude Oorlogstuig en daardoor zijn de mogelijkheden om tegenzetten te doen eindeloos. Ik sluit het overigens bijna uit dat het Oekraïense leger gesofistikeerd luchtafweergeschut of onbemande vliegtuigen zal opereren zonder dat het Westen “specialisten” of “adviseurs” meestuurt. Wapenleveringen zijn het slechts mogelijke antwoord.

4) Er komt een niet-erkenningsbeleid van de afscheiding van de Krim. Er zijn talrijke juridische redenen om de aanhechting bij Rusland niet te erkennen, maar ook strategische, zoals de Russische weigering om de autonomie van Kosovo te erkennen.

5) De Europese landen moeten de crisis in Oekraïne aangrijpen om hun eigen huis op orde te brengen, de economische malaise aan te pakken en te investeren in een militaire slagkracht die het hele spectrum van dreigingen de baas kan – van nucleaire afschrikking tot hybride oorlogvoering. Zelfs kleine landen als België moeten daar een bijdrage aan leveren. Europa moet opnieuw investeren in harde macht en het moet geleidelijk aan weg vanonder de Amerikaanse vleugels.

6) Die machtspositie kan uiteraard enkel versterkt worden als ook effectief werk wordt gemaakt van een Europese energie-unie. Net zoals Rusland haar export-afhankelijkheid van Europa tracht te verminderen door pijpleidingen naar het Oosten te bouwen, moet Europa zijn invoerafhankelijkheid reduceren. Dat moet geflankeerd worden met een stevig handelsbeleid, zodat lidstaten minder de neiging hebben om met de bedelstaf naar Moskou te trekken in de hoop daar wat investeringen los te weken.

7) Tezelfdertijd moeten we met Rusland de belangrijke veiligheidsverdragen bekrachtigen en bijvoorbeeld nagaan hoe met Moskou kan worden samengewerkt om een militarisering van de ruimte te beperken, zoals de Russen zelf in hun recente veiligheidsdoctrine bepleiten. Beide partijen hebben op termijn baat bij gezamenlijke militaire oefeningen en meer samenwerking ten aanzien van niet-traditionele dreigingen – terrorisme, georganiseerde misdaad, etc.

8) Het is een zaak om relaties met de Russische samenleving te verbreden, om het Kremlin heen, met ondernemers, academici, journalisten, etc.

9) Tenslotte moet Europa voorbereid zijn op mislukking. Zelfs al is het niet in het belang van Rusland om de relaties met Europa verder te verstoren, we kunnen er niet van op aan dat het zich ook zal laten leiden door die belangen. Het kan dus altijd mislopen en dan moeten we klaar zijn om de hele sequentie van stappen in de escalatie – politiek en militair – mee te zetten en dus ook de veiligheid van de Europeanen te garanderen, zeker aan de oostelijke buitenland.

10) Ik zie een doeltreffende Ruslandpolitiek geleid door strategisch realisme. Tot nu toe is de keuze nog niet beperkt tot appeasement of oorlog. Europa lijkt me het meest gebaat bij een combinatie van balancing – een beheerste poging om vooral de economische en militaire macht in verhouding tot Rusland te versterken – en engagement, d.w.z. vanuit een overleg tussen ‘gelijken’ te zoeken naar mogelijkheden tot overeenkomst en samenwerking. Europa moet dus voorkomen dat de machtsbalans verder in zijn nadeel kentert, het moet paal en perk stellen aan de Russische destabilisatiecampagne, maar het moet ook voorkomen dat Rusland zichzelf compleet isoleert, destabiliseert of in de armen van de Chinezen wordt gedreven.

Leave a Reply