Jonathan Holslag On world order and disorder

Hoe Europa om moet gaan met de Korea-crisis

Europa krabbelt langzaamaan uit zijn vakantie en begint zich te realiseren dat er zich aan de andere kant van Eurazië een crisis voltrekt die kan leiden tot oorlog. Emmanuel Macron en Boris Johnson hebben reeds ferme verklaringen afgelegd. Met de meest recente raketlanceringen en de nucleaire test drijft Noord-Korea de spanningen op tot een nieuw hoogtepunt. Of het in de regio tot een oorlog zal leiden, is niet duidelijk. Voorspellen in de internationale politiek is risicovol. Maar het kan wel degelijk, dat er oorlog van komt, en dus zouden ook Europese landen moeten nadenken over de rol die zij zouden kunnen spelen. Hoe dramatisch de situatie ook wordt, Europa moet het hoofd koel houden en zijn eigen geopolitieke belangen beheerst blijven inschatten.

Geopolitiek blijft de Korea-kwestie een regionaal conflict. De nucleaire plannen van Pjongjang kunnen natuurlijk landen elders op gedachten brengen en als het er komt tot een groot conflict zal dat de hele wereld destabiliseren, maar de rechtstreekse gevolgen op het gebied van veiligheid blijven beperkt. Theoretisch zou Pjongjang met enkele wapens West-Europa kunnen treffen, maar het Noord-Koreaanse arsenaal langeafstandsraketten is voorlopig beperkt en Noord-Korea zelf toont weinig belangstelling voor West-Europa in zijn nucleaire afschrikking. In vergelijking met de weinige raketten beschikken Europese landen over diverse opties om ze te intercepteren, als zo’n Noord-Koreaanse raket al niet meteen in zijn klim-fase wordt uitgeschakeld. Let wel: ik schrijf nu over de korte termijn. A de VS en zijn bondgenoten in Azië Noord-Korea niet stoppen, dan zou een groter arsenaal op lange termijn wel degelijk een probleem kunnen vormen.

De dreiging van Noord-Korea ten aanzien van Europa is gering, zeker als we die dreiging in de context plaatsen van veel urgentere uitdagingen: terrorisme, de ontvlambare situatie in het Midden-Oosten, de onveiligheid in de Middellandse Zee, de spanningen met Rusland, de verslechterende relaties met Turkije, de onzekerheid in Egypte, Sub-Sahara-Afrika, de Balkan, enzovoort. Gezien Europa vandaag niet eens bij machte is dergelijke nabije kwesties te beheersen, is het bijna potsierlijk om een Europese rol in Noordoost-Azië ook maar te overwegen. Economisch hebben we nauwelijks gewicht in de schaal te werpen, politiek zijn we zo goed als betekenisloos in de regio en militair zitten zelfs landen als Frankrijk en Verenigd Koninkrijk nu al op het tandvlees. Londen en Parijs zijn de voorbije jaren amper in staat gebleken hun militaire aanwezigheid rondom Europa te handhaven.

Nu begrijp ik wel dat dergelijk landen willen blijven tonen dat ze wereldspelers zijn, maar in werkelijkheid zijn ze dat al lang niet meer, zeker niet op militair gebied. Europa riskeert uitputting als het zich engageert in Oost-Azië op een moment dat het terrein verliest in nabijgelegen gebieden.

Wat staat ons dan wel te doen? De Europese P5-landen moeten in de VN ruggensteun geven tijdens discussies over Noord-Korea, maar dat zal eerder symbolisch blijven. Een nabuurschaps-eerst-beleid, dat is cruciaal, net zoals alle andere grootmachten dat nastreven. We moeten ons blijven concentreren op onze achtertuin: van de Azoren tot de Arabische Zee en van de Noordkaap tot de Golf van Guinee. We moeten in dat gebied vooral meer doen, onze militaire aanwezigheid uitbreiden en samenlevingen ondersteunen in hun zoektocht naar welvaart en stabiliteit. Op die manier zouden we landen als de VS en Japan wat kunnen ontlasten, zodat zij zich kunnen concentreren op hun achtertuin, alsook door onze aanwezigheid op strategische plaatsen zoals de Perzische Golf, de Rode Zee, die de poorten tot de Indische Oceaan zijn, en de Noorse Zee, de poort tot de Arctische Zee, meer invloed kunnen uitoefenen op de Aziatische grootmachten, want daar zijn zij doorgaans het kwetsbaarst. Een strategische arbeidsdeling, heet zoiets.

Verder moet Europa meer investeren in een eigen afschrikkingscapaciteit. Heel Europa heeft er baat bij dat Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hun nucleaire afschrikking op peil houden, alsook dat de NATO een moderne doctrine en capaciteit inzake nucleaire afschrikking blijft nastreven. Raketverdediging is eveneens belangrijk. Europa is hier te afhankelijk van de Verenigde Staten, zeker gezien de VS zijn eigen capaciteit meer zal afstemmen op Oost-Azië. Nederland is in dit gebied reeds onmisbaar en ook België zou meer moeten doen. Tot slot is het urgent dat wij onze krijgsmacht meer inzetten voor de beveiliging van de buitenrand van Europa, dat we investeren in wapens die ons toe laten dreigingen in het hoge geweldsspectrum af te slaan en daarvoor de budgetten vrijmaken. Stop met het inzetten van militairen om de gaten te vullen in een tekortschietend binnenlands veiligheidsbeleid. Een goed veiligheidsbeleid gaat minstens evenzeer om onbekende dreigingen van morgen als om de bekende dreigingen vandaag. Eén zaak is zeker: de speeltijd is definitief voorbij.

We hebben geen nood aan politieke brulboeien zoals Trump die willen scoren door angst op te kloppen, maar aan nuchtere leiders die de wereld op een realistische wijze uitleggen aan de bevolking en voor wat de veiligheid van hun land verder kijken dan de volgende verkiezingen.

Leave a Reply