Jonathan Holslag On world order and disorder

Het slagveld van de toekomst

“Mijn eerste objectief is tijd kopen. Het Pentagon zal proberen om bestaande wapensystemen beter te gebruiken en te moderniseren. Tezelfdertijd echter zullen wij de basis leggen voor een nieuwe militaire revolutie. Amerika moet de meest geduchte wapensystemen blijven ontplooien en zijn vijanden afschrikken.” Aan het woord is William Roper, de directeur van het departement voor strategische wapensystemen van het Amerikaanse Ministerie van Defensie. Hij is de man die mee bepaalt hoe het slagveld van de toekomst eruit zal zien. Ik ontmoet Roper op een grote defensieconferentie in Den Haag. Hij praat honderduit over zijn nieuwe projecten: een elektromagnetisch kanon, onbemande onderzeeboten die in zwermen aanvallen, ja zelfs een militaire versie van Pokémon Go.

Harde macht

De Verenigde Staten laten er geen twijfel over bestaan. “De vraag is niet of we zullen blijven leiden, maar hoe we zullen leiden,” formuleerde Barack Obama in de Nationale Veiligheidsstrategie van 2015, “Een sterke krijgsmacht blijft de hoeksteen van onze nationale veiligheid en zelfs een kleinere krijgsmacht moet in elk domein dominant blijven.” De huidige President Donald Trump zit op dezelfde lijn: “Amerika zal nooit de plaats van nummer twee aanvaarden. Ik zal onze krijgsmacht zo sterk maken dat we nooit of te nimmer een andere mogendheid zullen moeten vrezen.” Goed 45 procent van de Amerikanen vindt dat het leger niet sterk genoeg is en de meerderheid van de Amerikanen is gewonnen voor een nog groter defensiebudget.

x47-sunset-runway

X-47, Verenigde Staten

Wat de Amerikanen bezorgd maakt, is het verlies van militaire ongenaakbaarheid. “Eens je het gewoon bent de nummer één te zijn,” vertelde de voormalige Defensieminister Colin Powell me ooit, “Wordt het ondenkbaar die positie op te geven. Het gaat om trots, status, prestige en patriottisme.” Daar blijft het niet bij. Zelfs in de best beveiligde en meest afgelegen vesting ter wereld, het Amerikaanse hartland, wordt gevreesd voor islamitisch terrorisme, cyberaanvallen en de dreiging van Iran. Verder kijken veel burgers met argwaan naar de toekomst: hun land is economisch kwetsbaar en Euraziatische grootmachten zoals China, Rusland, Turkije en Iran stellen zich steeds assertiever op.

In het Pentagon is men vooral bezorgd over strategische autonomie. President Obama sprak nog over het belang van internationale partners, maar de calculatie is steeds geweest dat Amerika alle slagkracht moest hebben om zelf in te staan voor zijn veiligheid. “Onze middelen zijn niet langer toereikend om het brede spectrum van dreigingen te controleren,” legde een generaal van de defensiestaf me uit, “Aan de ene kant zijn er niet-traditionele dreigingen die steeds groter worden, zoals de opwarming van de aarde, migratie, georganiseerde misdaad, pandemieën en de mogelijke verstoring van het internet. Aan de andere kant zijn er steeds grotere traditionele dreigingen: staten die de bestaande orde willen verstoren en af willen van het Amerikaanse leiderschap.”

De officier vestigde mijn aandacht op een grafiekje: “Vijf jaar geleden vertegenwoordigden de Verenigde Staten nog 40 procent van de wereldwijde defensie-uitgaven. Vandaag is dat nog maar 32 procent.” Traditioneel willen de Amerikanen autonoom kunnen antwoorden op het hele dreigingsspectrum: van kleine conflicten tot rivaliserende grootmachten. Voor die laatste heeft het Pentagon een duale strategie. Het wil grootmachten zoals Rusland en China vooral ontmoedigen de strijd aan te binden door Eurazië verdeeld te houden, door de oceanen te domineren met ongeëvenaarde machtsprojectie en middels nucleaire afschrikking. Uiteindelijk blijft het doel ook om twee grootmachten militair gelijktijdig te kunnen verslaan.

Strategen als de huidige defensieminister James Mattis redeneren dat grootmachtenpolitiek iets is als duurloop: een lange, uitputtende inspanning om aan de leiding te blijven. Het allerbelangrijkste, zo gaat de redenering, is een goede conditie: een sterke economie, een samenhangende maatschappij, patriottisme en goed staatsmanschap. Maar in de sprint moet het vermogen er zijn om de vijand te kloppen. “Economische slagkracht is cruciaal om oorlog te kunnen voeren; maar militaire suprematie blijft onmisbaar om oorlogen en beslissende gevechten te winnen.”

Raketten

Rusland en China zijn voor Washington revisionistische mogendheden, landen die een einde willen maken aan de wereldorde geleid door de Verenigde Staten. Ze schuwen de directe confrontatie, maar ondermijnen de Amerikaanse suprematie op een andere wijze. Een eerste aspect daarvan is hybride oorlogvoering. Hybride oorlog is er thans vooral op gericht om Amerika’s eerste verdedigingslinie, de maritieme buitenrand van Eurazië, te ondermijnen. Hybride oorlog bestaat uit informatiecampagnes om het aanzien van de Verenigde Staten verder te verzwakken en bondgenoten uit elkaar te spelen. De Russen doen dat voornamelijk door extremisme in de Europese politiek te voeden; de Chinezen door via hun staatsmedia de Amerikanen als agressor op te voeren. Hybride oorlog impliceert ook economische machtsmiddelen. Rusland voert een verdeel-en-heers-politiek door Europese landen aan zich te binden middels drie nieuwe energiecorridors. China gebruikt investeringen om de tegenstand te vermurwen. Verder heeft hybride oorlogvoering te maken met de sluikse militaire machtsopbouw langsheen de buitenrand van Eurazië, net gedoseerd genoeg om geen Amerikaanse tegenaanval uit te lokken. De annexatie van de Krim is daarvan een voorbeeld, maar ook de wijze waarop China gestaag zijn aanwezigheid in de Zuid-Chinese Zee opbouwt, of in Zuidoost-Azië en de Indische Oceaan.

1030805102

Rusland, S-400

Hybride oorlogvoering is de guerrilla voor grootmachten. Zij wordt geflankeerd door een tweede strategie, hetgeen de Amerikanen benoemen als anti-access and area denial, A2AD. Dit is het opdrijven van het risico voor de Amerikanen om militair tussen te komen door het bouwen van een exclusieve militaire invloedssfeer. Die invloedssfeer krijgt gestalte door een netwerk van vooruitgeschoven militaire steunpunten. Rusland heeft de laatste jaren zwaar ingezet op de fortificatie van Kaliningrad, een enclave aan de Baltische Zee, de modernisering van Moermansk aan de Arctische Oceaan, de uitbouw van faciliteiten op Kamtsjatka in het Verre Oosten en op de Krim in de Zwarte Zee. China transformeert eilanden in de Zuid-Chinese Zee in snel tempo tot militaire steunpunten.

De capaciteit die hier wordt opgebouwd om de Amerikanen af te schrikken, is vooral asymmetrisch. Moskou en China weten zeer goed dat de Amerikaanse slagkracht superieur blijft. Het objectief is vooral om de rivaal op afstand te houden door middel van raketten. Op de Krim heeft Rusland bijvoorbeeld S-300 batterijen gepositioneerd. Dit is een groep vrachtwagens met een krachtige radar en raketten die vliegtuigen tot op honderd kilometer kunnen neerhalen, de laatste varianten ook stealthvliegtuigen die vooralsnog moeilijk te detecteren waren. Voor nabije luchtdoelen werd de Pantsir ontwikkeld, een voertuig met twaalf raketlanceerders. Amerikaanse schepen worden vanop de Krim afgeschrikt door mobiele K-300 Bastion-batterijen, uitgerust met raketten die twee keer sneller dan het geluid doelen tot op 250 kilometer kunnen treffen. Dan is er de Iskander, een truck uitgerust met een hypersonische raket die doelen tot op 500 kilometer raken. Rusland heeft waarschijnlijk reeds 150 van dergelijke tuigen langsheen de grens opgesteld, ook aan de Baltische Zee, de Zwarte Zee en de Kaspische Zee.

China doet hetzelfde. Het heeft meer dan duizend korteafstandsraketten ontplooid, vooral langsheen de kust. Deze Dong Feng-11 en -15 raketten zijn bedoeld om Amerikaanse bases in Japan en elders in Oost-Azië te neutraliseren. De Amerikaanse marine moet op afstand worden gehouden met de geduchte Dong Feng-21D, een raket die een Amerikaans vliegdekschip kan doen zinken tot op 2,500 kilometer buiten de kust, maar ook met supersonische kruisraketten. Vooral zorgwekkend is de combinatie van ballistische raketten, die eerst hoog in de atmosfeer worden geslingerd en waarvan de kop vervolgens met een ontzagwekkende snelheid neerkomt, en kruisraketten die zeer laag over het wateroppervlak hun doel benaderen. Op de opgehoogde eilanden in de Zuid-Chinese Zee staat nu ook reeds de Chinese variant van de S-300 luchtdoelbatterijen.

Het voordeel van dit rakettenarsenaal is dat het relatief goedkoop te ontplooien is, maar dat het enorm veel kost om je ertegen te verdedigen. Ook andere Amerikaanse rivalen als Iran en Noord-Korea volgen dit voorbeeld, zei het op een kleinere schaal. Iran heeft bijvoorbeeld raketten bedoeld om vliegtuigen en schepen de toegang te ontzeggen tot de Straat van Hormuz, die de Indische Oceaan met de Perzische Golf verbindt.

Dan zijn er de tuigen die de vijand moeten verblinden: elektronische- en cyberwapens. Bijna niemand weet hoe sterk de Chinese, de Russische of de Iraanse capaciteit is, maar net omdat de Amerikanen zo afhankelijk zijn van hun satellieten en datalinken, zijn ze fragiel. Tot slot wordt naarstig gewerkt aan de modernisering van kernwapens die Amerika in het hart kunnen treffen. Kernkoppen worden meestal op hun doel afgeslingerd met ballistische raketten. Die raketten zijn kwetsbaar voor preventieve aanvallen en daarom worden ze steeds meer op vrachtwagens gezet en verborgen in tunnelcomplexen. De raket kan ook worden uitgeschakeld door een andere raket als zij vertraagt nabij haar zenit. Om dat te vermijden, worden decoys geïnstalleerd en ingezet op spoofing om de detectiesatellieten te verschalken. Na haar zenit ontkoppelt de kernkop van de draagraket en stort zij naar beneden. Om de laatste afweersystemen te omzeilen worden er meerdere kernkoppen op een raket geplaatst, tot vijftien stuks. De zonet operationeel geworden Russische RS-28 en de Chinese Dong-Feng 41, bijvoorbeeld, heeft een reikwijdte tot 15,000 kilometer en kan tot 15 kernkoppen dragen ofwel 24 hypersonische miniraketten. Die miniraketten zijn manoeuvreerbaar en flitsen op hun doel af aan een snelheid tot tien keer die van het geluid.

Flipperkast

De Verenigde Staten hebben zonder twijfel de meest ambitieuze en dure veiligheidsstrategie ter wereld: met name het opsluiten van rivalen op het Euraziatische continent en het voorkomen dat zij bewegingsvrijheid krijgen in de Atlantische en Stille Oceaan. Die strategie is per definitie globaal, terwijl de tegenstanders hun inspanningen vooral regionaal houden. Dat heeft als voordeel dat Peking, Moskou en Teheran met relatief goedkope wapens Amerika kunnen dwingen om zeer veel geld uit te geven, zeker als die rivalen dan ook nog eens samenwerken. “De uitdaging,” stelt William Roper, “Is onze vijanden te verslaan met zoveel mogelijk spitstechnologie aan een zo laag mogelijke prijs. Het is mijn taak in het Pentagon om dat mogelijk te maken.”

“Onze benadering is vooral om bestaande systemen dodelijker te maken en ze beter te laten opereren in complexe systemen, kill chains.” Roper geeft me een aantal voorbeelden. “Neem de SM-6, een raket bedoeld om luchtdoelen uit te schakelen: ik heb deze raket zo aangepast dat we er ook schepen mee kunnen treffen. Onze destroyers kunnen daardoor voor hetzelfde geld dus meer taken aan. Of neem de MGM-140, oorspronkelijk bedoeld om Sovjetdoelen op het land uitgeschakeld. Ik heb die raket nu gemodificeerd zo dat we ook bewegende schepen voor de kust kunnen raken. Onze gevechtsvliegtuigen: zeer duur om hen in te zetten voor verkenning. Zelfs onze grote onbemande vliegtuigen blijven duur. Ik heb nu zeer kleine, goedkope en autonoom opererende onbemande vliegtuigjes ontwikkeld die ik in grote zwermen kan loslaten boven vijandig gebied.”

Deze tuigen zijn echter niet de grote technologische omwenteling waar het Pentagon naar streeft. De Third Offset Strategy, zo wordt het grote spel door ingewijden benoemd. Het is een strategie die de huidige voordelen van China, Rusland en anderen moet neutraliseren. “Nu worden we gedwongen om onze middelen bloot te stellen aan grote risico’s en het spel te spelen zoals anderen het willen,” verklaart Stefanie Tompkins van het onderzoeksagentschap van het Pentagon, het DARPA. “We moeten de oorlogvoering naar onze eigen voordelen ombuigen zodat de risico’s opnieuw aanvaardbaar worden.”

Kill chains: heel Eurazië moet worden omgord met een netwerk van gesofisticeerde en trefzekere wapens. Dat begint met accurate sensoren. De kustwateren rondom Eurazië zijn vaak ondiep, troebel en luidruchtig waardoor onderzeeërs moeilijk kunnen worden opgespoord. Daarom worden er nieuwe, zeer gevoelige sonarnetwerken ontwikkeld die elke beweging kunnen detecteren. Raketten en vliegtuigen worden gedetecteerd met een keten van hypergesofisticeerde X-band-radars op het land en op schepen die zich uitstrekt van Noorwegen tot Japan. Verder zijn er de spionagesatellieten die steeds accurater worden in het detecteren van de hittepatronen van raketten of motoren, het volgen van schepen en het afluisteren van communicatie. Alles wordt aaneengeregen door snelle datalinks, datastations en datacentra waarin tienduizenden uiterst krachtige servers staan opgesteld.

Dit systeem moet op zijn beurt gekoppeld worden aan nieuwe generaties onbemande tuigen. Onbemande vliegtuigen zijn al een tijd in gebruik. Ze kunnen veel langer in de lucht gehouden worden dan de meeste bemande vliegtuigen en hun inzet is ook goedkoper. Het Pentagon werkt nu aan een systeem waardoor deze drones autonoom kunnen worden bijgetankt en dus nog langer in de lucht blijven. Tegen 2030, wil de luchtmacht ruim honderd onbemande bommenwerpers, de zogenaamde LRS-B, inzetten. De marine experimenteert met de X-47, een onbemand gevechtsvliegtuig, waarvan er wellicht honderden gebouwd zullen worden. Toestellen zoals de F-35 en de F-22 moeten de komende decennia de overgang van kisten uit de Koude Oorlog naar onbemande vliegtuigen overbruggen.

Op en onder zee gebeurt net hetzelfde. Dit jaar pakte het Pentagon uit met de ACTUV, een onbemand oppervlakteschip dat in de ondiepe kustwateren naar onderzeeboten moet gaan zoeken: kleiner, autonomer en goedkoper dan traditionele fregatten. Onder het wateroppervlak worden krachtige torpedo’s in rust geplaatst. Zij kunnen vanop afstand geactiveerd worden en vijandige schepen uitschakelen. Er komen gigantische onbemande onderzeese lanceerinstallaties die eveneens in rust op de zeebodem worden gepositioneerd. Elke installatie zal tot 28 raketten bevatten. Het voordeel is dat het de vijand enorm veel moeite zal kosten om deze statische systemen te detecteren en dat zij door de afwezigheid van bemanning voor lange duur en in grote aantallen kunnen worden ontplooid. Upward falling payloads zijn van hetzelfde principe. Het zijn silo’s die op de zeebodem worden geplaatst en in tijden van conflict naar het oppervlakte worden gestuwd om daar bijvoorbeeld onbemande vliegtuigen te lanceren. Het komt eropaan om de A2AD-strategie ontvouwd door China en Rusland nu tégen de vijand te gebruiken.

“Waar het op aan komt,” zegt Robert Martinage, een voormalige Onderminister van Defensie, “Is te blijven doen wat we vooralsnog deden, maar dan in zeer vijandige omstandigheden. Wat onze strategische rivalen nu in stelling brengen, is niet te vergelijken met de schade die bijvoorbeeld Saddam Hoessein of de Islamitische Staat ons konden aanrichten.” Heeft bemande oorlogvoering dan afgedaan? Het antwoord dat ik krijg, is dubbelzinnig. Enerzijds wordt uitgegaan van een knock-out-effect: het Pentagon ziet het niet als zijn missie om pakweg China te gaan bezetten, maar wel om het volksbevrijdingsleger in een regionaal conflict knock-out te slaan, liefst zonder te dicht bij te komen met manschappen. Anderzijds blijven manschappen belangrijk om strategische punten te verdedigen, om te infiltreren en de onbemande toestellen in positie te brengen. Belangrijk is ook dat niet alle vijanden hoogtechnologisch zijn. Tot diep in de eenentwintigste eeuw zullen de grootmachten af te rekenen krijgen met licht bewapende rebellen, terrorisme en stadsguerrilla. Alle strijdkrachten zitten ook met enorme arsenalen waarvoor nog steeds mensen nodig zijn om ze te bedienen en zijn er nog niet helemaal gerust in dat de kill chains zo onfeilbaar zullen zijn.

“We gaan naar een transitieperiode van een aantal decennia, maar ik vermoed dat robots steeds meer het terrein van overnemen van mensen,” stelt Martinage. Of conflicten daarmee voorspelbaarder en minder dodelijk worden, is twijfelachtig. Planners als Roper en Martinage verwijzen naar de snelheid. Waar het vroeger ettelijke uren kostte om een grote raket in stelling te brengen, wordt de aanval nu gelanceerd in een fractie van een seconde. De kans op incidenten wordt groter. Eens een aanval wordt gestart, zal die ook veel sneller escaleren, want de vertraging die aanvankelijk op de communicatielijnen zat, die verdwijnt. Superioriteit komt dus niet alleen aan op vuurkracht, maar vooral ook op de capaciteit om een enorme hoeveelheid data te verwerken, data van detectiesystemen, data van vuurleidingssystemen, enzovoort. Het zal niet meer gaan om een paar honderd gevechtsvliegtuigen, maar misschien wel om duizenden drones. Oorlog wordt een beetje als een flipperkast.

Daarvoor wordt nu reeds gekeken naar artificiële intelligentie. Wapens zullen steeds meer autonomie krijgen in het opvangen en verwerken van data, zelf hun doelen kunnen kiezen en er op de snelste manier op af gaan, als kamikazerobots. De nieuwe wapenwedloop is begonnen. De Verenigde Staten leiden opnieuw. Gemiddeld 150 miljard dollar geven de Amerikanen aan militair onderzoek uit, 150 miljard per jaar. In China wordt dat budget nu reeds tussen 20 tot 40 miljard dollar geschat. Volgens een studie van het Europees Parlement, ligt dat budget in de Europese Unie op een slordige 3 miljard dollar. Een nieuwe wedloop trekt zich op gang en Europa staat niet eens in de starblokken.


Hoe kijkt het Belgisch leger aan tegen deze ontwikkeling? We vroegen de commandanten van de grote componenten om hun inschatting.

Generaal-Majoor Jean-Paul De Conick, commandant van de landcomponent: Bij landeenheden is de soldaat de voornaamste capaciteit. Daarom zet de landcomponent vooral in op het werven en vormen van competente mensen. Technologische ontwikkelingen zoals kunstmatige intelligentie, robotica, nanotechnologie, precisiemunitie, niet-dodelijke wapens, onbemande systemen in de lucht op de grond en onder water, genetwerkte sensoren en commandosystemen samen met nieuwe steunmogelijkheden zoals smart energy of 3D-printing zullen het optreden van landstrijdkrachten ingrijpend veranderen. De landcomponent moet zich daarom verder ontwikkelen tot een veelzijdige en flexibele organisatie.

Divisie-Admiraal Wim Robberecht, commandant van de marinecomponent: Op maritiem vlak maken wij ons zorgen over hoogtechnologische wapensystemen zoals supersonische langeafstandsraketten en onderzeeboten. De marine zal samen met haar internationale partners kiezen voor hoogtechnologische en onbemande systemen. De toekomstige fregatten zullen zich specialiseren in de verdediging tegen onderzeeboten en zullen deel uitmaken van de kill chain tegen ballistische raketten. De nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen zullen onbemande en autonome onderwater met artificiële intelligentie gebruiken. Zij zullen mijnen vanop grote afstand vernietigen, zodat het schip minder gevaar loopt.

Generaal-Majoor Frederik Vansina, commandant van de luchtcomponent: De belangrijkste technologische evoluties in het luchtdomein zijn de evolutie naar de zogenaamde combat cloud en het toenemend belang van onbemande tuigen. Binnen deze combat cloud worden alle nieuwe wapensystemen zoals de vervanger van de F-16 en de onbemande vliegtuigen voor grote hoogte en lange afstanden geïntegreerd en genetwerkt. In dit kader zullen we een AIRC4ISR (Command & Control, Communication, Computer, Intelligence, Surveillance and Reconnaissance) capaciteit ontwikkelen. Die moet toelaten om informatie op een gecoördineerde, efficiënte en effectieve manier te integreren en uit te baten.

Gepubliceerd in Knack.

Leave a Reply