Jonathan Holslag On world order and disorder

Het gevecht voor Groenland

InScreen Shot 2018-05-22 at 18.59.06 2017 en 2018 reisde ik langsheen de Europese buitenrand: van Groenland tot Sint-Petersburg, van Sint-Petersburg tot Caïro en van Caïro tot Gibraltar. Mijn objectief was te evalueren waar we staan vijftien jaar nadat de Europese Unie haar eerste veiligheidsstrategie publiceerde. “Een veilig Europa in een betere wereld,” was toen de belofte. Wat is ervan gekomen? Mijn bevindingen rapporteerde ik aan de Europese leiders, maar voor Knack en Trouw mocht ik om de twee weken ook een uitgebreide reportage schrijven. Dit was de tweede aflevering.

NUUK – Ik had nooit gedacht voet aan de grond te zetten op Groenland. Van zodra mijn propellervliegtuig zich boven de Atlantische Oceaan hijst, begint het echter door te dringen: dit diepblauw, deze noordelijke watermassa, zij is de warmtewisselaar van de wereld. Hier bepaalt de temperatuur van het water de kracht van onze winden, de rijkdom van onze visgronden en zelfs de zuiverheid van onze lucht. Groenland is het meest noordelijke gebied van de Europese Unie en wordt ook als eerste beïnvloed door de opwarming van de aarde. Ik reis naar Groenland om te begrijpen hoe de samenleving er om gaat met die ingrijpende veranderingen in het milieu en hoe het warmere klimaat de regio nog interessanter maakt voor grootmachten.

De bestemming kondigt zich aan met drijfijs dat scherp oplicht op het blauwe rimpellaken en vervolgens besneeuwde kusten als een onmetelijke slagroomtaart. De hoofdstad Nuuk telt twee stoplichten. Er wonen 50,000 inwoners en dat aantal neemt jaar na jaar af. Er zijn gewoon te weinig woningen om een karaktervolle stad te vormen in een landschap dat zo adembenemend is door zijn langgerekte hellingen en de alomtegenwoordigheid van de oceaan. Maar de sombere gebouwen en weerspiegelt ook de sombere gemoedstoestand van haar inwoners. Nuuk worstelt met depressie, vereenzaming, alcoholisme en zelfmoorden.

Screen Shot 2018-05-22 at 19.02.21

Duisternis

Je zou toch net een sterk gemeenschapsgevoel verwachten als het leven maandenlang geprangd zit tussen sneeuw en duisternis, als de krachten van de natuur zo tegenwoordig zijn en de verstrooiing van de grootstad onbereikbaar blijft. “Het leven op Groenland is niet idyllisch en is dat nooit geweest, maar in de hardheid van de natuur putten de mensen kracht en zingeving,” vertelt me, “De visserij was zwaar, maar zelfstandige vissers waren vrij. In de zomer was er het leven op het water, het sorteren van de vangst, het herstellen van de netten en het onderhouden van de motoren. De houten huizen vroegen in de winter altijd wel ergens om onderhoud en de donkere dagen werden gevuld met heldenverhalen, liederen en lange maaltijden. Dat is weg. De vrije vissers zitten nu wekenlang gevangen op grote garnalenschepen en hun vrouwen in de eenzaamheid thuis. Alles trekt samen in appartementen, maar de kameraadschap van vroeger is weg en die leegte wordt opgevuld met gokken en gamen. Vroeger was het lichamelijk zwaarder, maar nu is de psychologische last voor velen ondragelijk.”

Het relaas deed me terugdenken aan Kopenhagen. In Groenland worden mensen door de nieuwe economische realiteit gedwongen hun banden met de natuur en met elkaar door te knippen, terwijl het in de rijke Deense hoofdstad net hip is om opnieuw stadstuintjes te gaan aan te leggen, met vrienden dagenlang gaan vissen, om die vis daarna in hun appartementjes zelf te roken, tot grote ergernis van medebewoners, en er bijna letterlijk een soort tribalisme in de maak is met jongeren die baarden laten groeien, oude Deense tekens laten tatoeëren en er bijna als Vikingen willen uitzien. Veel jonge Kopenhagers zoeken een nieuw evenwicht tussen wereld, stad en natuur; in Groenland wordt dat evenwicht verstoord door opdringerige schaalvergroting tot op het punt dat men hier de collectieve psychose nabij is.

Er zijn jongeren die het proberen te keren. Ik voerde een bijzonder begeesterend gesprek met Anna Skifte die de oprukkende fastfoodcultuur wil stoppen door Groenlanders te wijzen op de smaken van hun eiland. “Er zit zoveel rijkdom in ons land en in het water. De industriële visvangst interesseert zich maar in één soort, maar er zijn zoveel soorten, elk men hun eigen smaak al naargelang het seizoen. Dit land lijkt schraal, maar het is rijk aan bessen, kruiden en wild,” zegt ze, “Wat is welvaart? Garnalen met de tonnen uit de oceaan halen om Europese grootwarenhuizen te vullen of ons eigen leven in te richten – en we hebben er maar één.” Kunnen de Groenlanders dat nog keren, vraag ik me af. Vroeger was er de noodzaak om die diversiteit te koesteren, nu alles voor het pakken in de winkelrekken ligt is die noodzaak verdwenen, met de noodzaak de volharding en met de volharding de voldoening.

En er is meer op komst. Door de opwarming van de aarde smelt de ijskap op Groenland. Het is nu gemiddeld twee tot drie graden warmer dan in de jaren negentig. Hoewel er gemakkelijker groenten geteeld worden is de grasgroei nu zo verstoord dat veetelers er de brui aan geven. Traditionele jagers moeten hun hondensledes opgeven. Een prachtige vaardigheid wordt ingeruild voor brullende quads; het kunstige vervaardigen van sledes voor ingevoerde machines. Voorlopig kan niemand voorspellen hoe de klimaatopwarming de visvangst zal beïnvloeden. De kabeljauw, die trekt meer naar het noorden, maar daar kunnen ze minder gemakkelijk kuitschieten. In de plaats komen makreel, inktvissen en zelfs tonijn. Door de klimaatopwarming wordt het water zuurder en dat zou het hele visbestand verschralen en leiden tot een verstoring van vismigraties die ook Belgische en Nederlandse vissers kan treffen.

Financieel zullen de Groenlanders er niet op achteruit gaan. Door het smelten van het ijs ligt de weg vrij voor de ontginning van grondstoffen en met de grondstoffen komt het geld van de grootmachten. Eén van de meest gegeerde grondstoffen betreft uranium. In 1988 werd een verbod uitgevaardigd op de ontginning van uranium, maar er zijn nu reeds vier vergunningen voor exploratie goedgekeurd. Vooral China toont belangstelling. De Chinezen gaan nog tientallen kerncentrales bouwen en Groenland is een van de meest stabiele plekken waar uranium gedolven kan worden. Er is ook ijzererts en olie. Shell, BP en ExxonMobil zijn allemaal al aanwezig. De Chinezen, de Verenigde Staten en Japan zijn bijzonder geïnteresseerd in mogelijke aders zeldzame aardsoorten die cruciaal zijn voor het vervaardigen van computerchips en van hoogtechnologische wapens.

“Vergeet Noorwegen,” verklaart een ingenieur van Greenland Minerals and Energy, “Groenland is geologisch veel interessanter. Hier heb je werkelijk alles. Beeldt je in hoe rijk de Groenlanders zullen worden. Ze zijn met nog geen zestigduizend en de inkomsten kunnen oplopen tot miljarden per jaar. De Groenlanders worden de nieuwe sjeiks!” Wat betekent dat voor de internationale markt, vraag ik? “De grondstoffen die in het hoge noorden kunnen worden gedolven, zullen de hele geopolitieke kaart hertekenen. Als de ijskap verder smelt en de technologie verder ontwikkelt, zal de ontginning op grote schaal kunnen gebeuren. Vergeet niet: hier zijn geen piraten, geen terroristen en geen onstabiele staten. Deze regio ligt dicht bij alle belangrijke afzetmarkten: Europa, de Verenigde Staten én China – zeker als de Arctische Zee meer ijsvrij wordt en als ook Rusland zijn hoge noorden begint te ontwikkelen. Vergeet grondstoffen op Mars, hier zijn ze veel goedkoper!”

De voormalige Eerste Minister Aleqa Hamond ziet dat alvast helemaal zitten. “We hebben te veel afgehangen van wispelturige visserij in het verleden. Mijnbouw zal ons helpen de economie te stabiliseren. We gaan met de inkomsten een strategisch fonds aanleggen om op lange termijn te kunnen investeren.” In Nuuk zien ze de kassa al rinkelen en dat maakt hen strijdvaardig ten aanzien van Kopenhagen. Nu ontvangen de Groenlanders jaarlijks honderden miljoenen euro’s steun en neemt het Deense leger de verdediging van het eiland voor zijn rekening. In Kopenhagen hoorde ik steevast dat Groenland bijzonder genereus bejegend werd, maar voor steeds meer Groenlanders is het tijd voor onafhankelijkheid. “Betutteling,” is het woord dat ik in de tavernes steeds hoor vallen.

Intrigerend, bedacht ik me, zo door de besneeuwde straten van Nuuk stappend. De Denen klagen over Europese betutteling en de Groenlanders over Deense bemoeienis. Beide willen bevoegdheden, meer bevoegdheden, maar waarom en om wat te doen? Gaat het om cultuurpatriottisme, een poging om in de samenleving opnieuw de passie voor taal, schoonheid, filosofie en natuur aan te moedigen? Ik vrees van niet. Gaat het om liberaal patriottisme, waarbij actief burgerschap en bewustzijn worden geactiveerd tegen onderdrukking? Ik vrees dat dat evenmin het geval is. In de beide gevallen gaat het een beetje om behoudsgezind nationalisme, maar vooral om politiek geëxploiteerde angst en aversie. Denemarken cultiveert dat op het niveau van de staat, Groenland op het niveau van een groot dorp: spierballenpolitiek voor een pygmee.

Thule

De beleidsmakers van Groenland leken mij bij de pinken, maar het is ondenkbaar dat zij met een paar dozijn op kunnen tornen tegen een heel leger van Amerikaanse of Chinese onderhandelaars. Die onderhandelingen zullen trouwens niet beperkt blijven tot economische belangen. Ook geopolitiek wekt Groenland de interesse. Dat was reeds zo in de Koude Oorlog en daar worden de Groenlanders op een zeer dwingende wijze aan herinnerd. In 1968 verloor een Amerikaanse bommenwerper namelijk een kernwapen. Decennialang lag die veilig ingekapseld door ijs en sneeuw, maar dat winterschild verdwijnt dus en het risico op radioactieve straling neemt toe. Helemaal in het noorden, in Thule, houden de Amerikanen nog steeds een cruciale militaire basis open.

Groenland is voor de Verenigde Staten strategisch interessant omdat het dicht bij de Noordpool ligt en de Noordpool, die ligt dichter bij de ruimte omdat onze planeet aan de polen is afgeplat. Daardoor kan men veel gemakkelijker in de ruimte kijken, signalen van satellieten onderscheppen en bijvoorbeeld ook vijandige kernraketten detecteren. Naar de polen toe is de baan van bijvoorbeeld een Chinese of Russische raket immers ook korter dan dichter naar de Evenaar toe. Er zijn tal van sensors opgesteld in Thule, die op hun beurt in verbinding staan met het Noord Amerikaanse Commando voor de Verdediging van de Ruimte (NORAD) die op zijn beurt signalen voedt aan raketafweersystemen op het land, op schepen en in de toekomst wellicht ook in de ruimte. De CIA en de NSA gebruiken de faciliteiten waarschijnlijk ook om telecommunicatie af te luisteren.

Geopolitiek is de locatie ook interessant als steunpunt voor patrouilles in de Arctische Oceaan. Denemarken, Noorwegen, Canada, Rusland en de Verenigde Staten bikkelen daar over de afbakening van de maritieme grenzen en over de interpretatie van de wet van de zee. Alle partijen proberen er een zo groot mogelijke exclusieve economische zone af te bakenen die recht geeft op de ontginning van grondstoffen en visvangst. Net zoals in Oost-Azië vinden vooral de Amerikanen dat die zone echter open moet blijven voor scheepvaart én militaire schepen. Rusland contesteert die visie. In Moermansk, de thuisbasis van de Noordelijke Russische vloot, zullen de komende Jaren meer oorlogsschepen worden gepositioneerd om de belangen in de Noordpool te verdedigen. Er komen minstens vijf nieuw militaire steunpunten. Thule blijft dus onmisbaar.

Groenland is ook een belangrijk steunpunt in de verdediging van de Atlantische Oceaan. Er is de Amerikanen veel aan gelegen om hun militair overwicht in die oceaan te bewaren. “De veiligheid van het Amerikaanse continent kan enkel bewaard worden als de dominantie in de oceanen wordt gehandhaafd,” schreef de negentiende-eeuwse strateeg Alfred Mahan. Sinds kort zijn de Russen echter terug met nucleaire onderzeeërs. Het is een gigantische klus om ze op te sporen eens ze vanuit Moermansk naar de diepe wateren van de oceaan duiken. Tussen Groenland en IJsland gaapt er een grote afstand waar de Russen graag verstoppertje spelen met hun onderzeeër. De Verenigde Staten hebben aangekondigd om hypermoderne P-8A patrouillevliegtuigen te zullen ontplooien boven deze Giuk-gap en ook de Britten zullen meedoen. Washington zal daarvoor jaarlijks 20 miljoen dollar uittrekken.

De noordelijke Atlantische Oceaan is vandaag een binnenmeer van de NAVO-landen en vooral de militaire macht van de Verenigde Staten is overweldigend. Van de negen gevechtsgroepen met vliegdekschip hebben er vier hun thuisbasis in de Atlantische Oceaan. Rusland heeft in vergelijking daarmee een dwergvloot en de Chinese marine is al helemaal nergens te bespeuren. Toch wordt argwanend uitgekeken naar de toekomstige ambities van Peking. Toen een bedrijf uit Hong Kong de verlaten marinebasis van Kangilinnguit wilde kopen, sprak Denemarken zijn veto uit en beloofde de basis opnieuw te activeren. “Met het vliegdekschip ging het ook zo,” hoor ik van een Deense officier, “Een bedrijf uit Hong Kong kocht het van Rusland om er zogezegd een casino van te maken, maar het vaar nu wel rond voor de Chinese marine.” Intussen in Kangilinnguit is het stil. Behalve zonnebadende zeemeeuwen is de enige pier verlaten. Een Chinees vliegdekschip zie ik hier nog niet meteen de trossen uit werpen. (Volgende aflevering: de Baltische Zee en Kaliningrad)

Leave a Reply