Jonathan Holslag On world order and disorder

Er is genoeg met ons gesold

Sint-PetersburgHet komende jaar reis ik langsheen de Europese buitenrand: van Groenland tot Sint-Petersburg, van Sint-Petersburg tot Caïro en van Caïro tot Gibraltar. Het is mijn bedoeling om te evalueren waar we staan vijftien jaar nadat de Europese Unie haar eerste veiligheidsstrategie publiceerde. “Een veilig Europa in een betere wereld,” was toen de belofte. Wat is ervan gekomen? Mijn bevindingen rapporteer ik aan de Europese leiders, maar voor Knack en Trouw mag ik om de twee weken ook een uitgebreide reportage schrijven. Dit was de zesde aflevering.

Ik ben aangekomen in Sint-Petersburg. Het is mijn eerste bezoek aan de stad. Iedere reisgids benadrukt dat tsaar Peter de Grote de stad na zijn omzwerving in Engeland en Nederland in 1703 stichtte als venster op het Westen. Maar staat dat venster nog open? Dat is de vraag die me tijdens dit bezoek leidt. Ik wil doorgronden hoe zeer het wantrouwen ten aanzien van het Westen is doorgedrongen in de stad die het meest Westers overkomt. Verder is het ook mijn doel om in te schatten hoe de Russen naar hun eigen land kijken. Vladimir Poetin manifesteert zich als een sterke leider, maar hoe sterk is het vertrouwen in zijn leiderschap en de toekomst van Rusland?

Op weg naar het stadscentrum bedenk ik me dat Sint-Petersburg misschien wel een nieuw venster heeft geopend, naar het Oosten, want werkelijk alle aanwijzingen zijn vertaald in het Chinees terwijl het zoeken is naar een Engelse versie. “Ja, veel Chinezen, Arabieren ook,” bevestigt mijn taxichauffeur. Anton is zijn naam. “Ze brengen meer geld op.” Chinezen krijgen alvast de kans om te acclimatiseren. De weidse Moskovskylaan naar het centrum lijk wel wat op de hoofdlaan in Peking en is afgeboord met Sovjetarchitectuur. Na de enorme zuil ter nagedachtenis van de heldhaftige verdedigers tijdens Wereldoorlog II volgen Stalinistische kantoren met zware kroonlijsten in gehouwen graniet. Lenin torent struis boven het onmetelijke plein voor het Huis van de Sovjets.

“Er werd ooit overwogen om dit af te breken, maar onze nieuwe leiders zijn te druk met het opbouwen van hun dictatuur.” Anton is op dreef. Hij begon ooit aan journalistiek, maar leerde dat de taxi in Rusland meer oplevert dan de pen. “Je kunt nu op draadloos internet in de taxi, maar het internet wordt gecontroleerd. Er is censuur: niet om het land maar om de corruptie te beschermen. Vladimir Poetin is de nieuwe tsaar. Hij bouwt een rijk om zijn eigen rijk overeind te houden, een onzichtbaar rijk dat bestaat uit geheime fondsen, netwerken van macht en paleizen – zoals het Metzlerhuis in deze stad. En de mensen? Ze malen er niet om. In het dagelijkse leven is er niet veel corruptie en de meesten hopen gewoon zélf ooit in een zwarte Range Rover rondgereden te worden. Ooit naar James Bond gekeken? Wij zijn nu graag de slechteriken.”


Schemerrijk

We arriveren aan het hotel, een nagelnieuw staatshotel dat onder de vlag van het befaamde Hermitagemuseum vaart. Voor de deur staat een politiekordon voor de koning van Maleisië die hier even verblijft én een dozijn kriskras geparkeerde zwarte Range Rovers. In de lobby zitten potige mannen op uitkijk. Ik kan niet uitmaken of ze bij de Maleisische delegatie horen of bij de Gucci-Russen die dure cognac nippen in de gelambriseerde salon. Wat is er van Anton’s sombere proloog? Ruilt Rusland de rechtstaat in voor een gangstercultuur, de democratie voor een schemerrijk met Vladimir Poetin aan de top? Poetin is nu zeventien jaar aan de macht en geeft menige tsaar daarmee het nakijken.

Uit peilingen blijkt een flinke meerderheid de president te steunen. Ik wissel hierover van gedachten met een groep studenten in de faculteit van de sociale wetenschappen, in een vleugel van het Smolnyklooster. Lenin zou de plek nog als hoofdkwartier hebben gebruikt. Vele studenten blijken te hebben deelgenomen aan uitwisselingen met landen als Finland en Zweden. Alleen al het feit dat een Europeaan vragen komt stellen, leidt tot een geanimeerd debat. Verschillende studenten vinden dat Poetin té lang aan de macht is om een democratie gezond te houden, maar stellen dat er geen alternatief is. Het gaat goed met Rusland, vinden de meesten: de economie is erop vooruitgegaan en ieder mag zijn mening uitdrukken – “zolang je maar geen miljoen lezers bereikt.”

Slechts een enkele student ziet zoveel concentratie van macht als een gevaar voor Rusland. De meesten vrezen vooral een impasse als Poetin er na nog eens een nieuwe termijn mee moet ophouden, in 2024. Er wordt ook gewezen naar de Russische burgers. Ze zijn lui, passief en hebben te weinig kritiek. Bij hun ouders is dat een gevolg van de Sovjetpropaganda en bij andere jongeren een gevolg van verdwaasdheid ten aanzien van populaire nieuwskanalen. “Wat is het grootste probleem,” stelt de jonge politicologe Tatyana Kucher, “Poetin of het feit dat de mensen zijn boodschap zomaar aannemen?” De studenten prijzen zich gelukkig met alternatieve media zoals Instagram. Europa wordt zeer kritisch benaderd. Twee standpunten vallen op: Europa is te permissief ten aanzien van bijvoorbeeld de Islam of homo’s én Europa heeft Rusland genegeerd. “Niet Rusland heeft voor een toekomst buiten Europa gekozen,” vat iemand het samen, “Europa heeft ervoor gekozen dat Rusland geen deel uitmaakt van zijn toekomst.”

Katerina

Als ik er de volgende ochtend te voet op uit trek, slaat een frisse wind in het gezicht. Ook in Sint-Petersburg is een kleine dertig jaar geleden op de puinhoop van de Sovjetunie de monocultuur van de globalisering met zijn Mac Donalds en Starbucks beginnen woekeren. Wat de stad onderscheidt, is driehonderd jaar Europese invloed. De Nevski Prospekt, de laan naar het Winterpaleis, is als een tijdlijn van moderne Europese architectuur: van het barokke Winterpaleis zelf, over de classicistische galerijen van Gostiny Dvor, de Kazankathedraal in empirestijl, het modernistische Elisseeff Emporium tot de jugendstil van de Singerboekhandel.

In die historische boekhandel op Nevski Prospekt tref ik Ksenia Kostina, een jonge lerares. We geraken aan de praat en ik pols haar naar de talrijke kalenders met Vladimir Poetin in bloot bovenlijf. “Voor de toeristen,” legt ze uit, “En voor Russen, maar dan als grap.” Ze leidt me naar de afdeling vertaalde werken: Fielding, Brontë, Flaubert. “Zolang jongeren dit lezen, is er hoop.” Ik vertel haar over mijn discussie met studenten. “Houd er rekening mee,” drukt ze me op het hart, “Er zijn wel degelijk veel jongeren die het best vinden om in de kleine dorpen te blijven, dicht bij hun ouders, die helemaal geen boodschap hebben aan studentenuitwisselingen en die in bijvoorbeeld de recente terreuraanslagen alleen maar een bevestiging zien van hun angstige wereldbeeld. Voor hun is Poetin de ideale leider.”

In de schaduw van een zoveelste orthodoxe kerk bezoek ik de Kuznechnymarkt. De markt herinnert met zijn stapels gedroogde vruchten uit Centraal Azië aan de grootse imperiale geschiedenis. Maar zij weerspiegelt ook de vergrijzing en het belang van de tienduizenden dorpen. De Russische bevolking is ouder en landelijker dan in de meeste andere Europese landen. Voor het gebouw verkopen oude vrouwtjes margrieten en korenbloemen: het symbool van het voorjaar. In de overdekte markt verpatsen andere dametjes hun laatste opgelegde kool, uien en look. Dit is het landelijke Rusland van de kooleters dat we kennen uit Dostoevsky’s Gebroeders Karamazov. Dat Rusland van oudjes die overschotten van hun buitenhuisjes aan de stedelingen verpatsen, is dus nog steeds belangrijk.

In een tweekamerappartement naast de markt ontmoet ik Katerina Svetlova. Wat een hel moet het zijn voor de tachtigjarige weduwe om iedere dag de afgesleten granieten trappen te trotseren. Ons gesprek komt wat moeizaam op gang, maar als ik belangstelling toon voor enkele brevetten met hamer en sikkel, begint ze te vertellen over haar werk als ingenieur in een rakettenfabriek. We hielpen Joeri Gagarin op de maan, stelt ze trots. Katerina heeft geen slecht woord voor die tijd. Er was zekerheid en voor hoogopgeleiden waren er uitdagingen zat. Van de verschrikkelijke belegering van Sint-Petersburg door de Duitsers, herinnert zij zich niet veel. Wél van de val van de Sovjetunie en de jaren negentig. “Alles is beter dan die periode, de onzekerheid, de willekeur en het gebrek aan perspectief. Poetin heeft op zijn minst orde gebracht. We moeten Rusland sterk maken, maar we mogen niet terug naar het verleden. Het is belangrijk dat onze jongeren kansen krijgen en kunnen reizen.”

De homo sovieticus is dood, besluit ik als ik later weer op de stoep sta. De afgestompte, kritiekloze en zwijgzame burger beschreven door Aleksandr Zinovyev heb ik in Sint-Petersburg althans niet ontmoet. Katerina gaf mij bijvoorbeeld allerminst de indruk kritiekloos te zijn en dat gold ook voor alle anderen. De Sint-Petersburgers weten van waar ze vandaan komen en willen hoegenaamd niet terug naar de dictatuur. Maar ze willen ook niet terug naar de turbulente jaren negentig, een tijd van vernedering en economische ontbering. Europa moet nabij blijven, maar ze zijn hier realistisch genoeg om te beseffen dat ze er nooit helemaal deel van uit zullen maken. Het heeft veel weg van wat Leo Tolstoy in 1907 schreef: Rusland moet zijn eigen pad bewandelen tussen ontaard Westers kapitalisme en verlammend Aziatisch autoritarisme. Betekent die drang naar autonomie dan meer militaire spanningen?

L’ Europe

Sint-Petersburg was met Europa verbonden middels architectuur, kunst en handel. De allereerste Europese gebouwen zijn echter de bakstenen sterforten, zoals Nieuw Holland en de Peter- en Paulusvesting, die Rusland moesten beschermen tegen Europa tijdens de Grote Noordelijke Oorlog: het bloederige conflict om de Baltische zee tussen Rusland, Zweden, Denemarken en andere mogendheden. Zoals toen bouwt de admiraliteitswerf nog steeds de oorlogsboten die de belangen in de Baltische Zee moeten verdedigen. Onder de roestige kranen werden de voorbije jaren liefst zes nagelnieuwe onderzeeërs voltooid.

“Rusland kan niet zonder een sterke zeemacht. De Verenigde Staten ontplooien ongeziene macht rondom ons en we moeten ons verdedigen.” Aan het woord is Valery Konyishev, professor in de geopolitiek. Ik diner met hem in het fabuleuze restaurant l’Europe. Concentreren op geopolitiek is niet eenvoudig met Osciëtrakaviaar als voorgerecht, dansers die het mooie adagio uit het Zwanenmeer van Tsjaikovski uitvoeren en een sommelier ons geregeld zijn laatste aanwinst komt aanprijzen: Russische wijnen uit de Krim. Formidabel, bevestigt Valery en ik deel zijn enthousiasme.

Valery legt me uit hoe Rusland zijn invloedssfeer heeft zien ingepalmd worden door de Amerikanen. “Eigenlijk hebben wij al jarenlang aangegeven dat wij niet willen dat Amerika via de NAVO oprukt tot onze landsgrens, maar men wilde niet luisteren. Eerst heeft Amerika onze bondgenoot in Joegoslavië gebombardeerd. Daarna is het begonnen met het uitrollen van een antirakettenschild. Vervolgens zijn Polen en de Baltische Staten bij de NAVO gekomen. En alsof dat niet genoeg was, is het zich ook nog eens gaan bemoeien in belangrijke bufferstaten zoals Oekraïne en Georgië. Dat was de rode lijn. Dat heeft vele gematigde Russen gesterkt in de overtuiging dat Amerika alleen de taal van de militaire macht spreekt.”

Maar indien de Amerikanen daar opnieuw op in spelen met harde macht, waar gaat dat eindigen? Valery prikt in zijn Kamtsjatkakrab: “Geen idee. Amerika blijft militair oppermachtig. Onze militaire strategie bestaat nu uit twee componenten. Aan de ene kant willen we meer conventionele wapens om Amerika op afstand te houden: onderzeeboten, moderne gevechtsvliegtuigen, luchtdoelraketten, enzovoort. Aan de andere kant moeten ze in Washington echter beseffen dat we bereid zijn nucleaire wapens te gebruiken als ze aan onze strategische belangen raken. Dit past misschien niet zo goed in de geest van het Westen, maar de Russen zijn een taai volk. Als we echt in het nauw gedwongen worden, zullen we alle mogelijke wapens gebruiken. Er is genoeg met ons gesold. Het hangt van jullie af.”

Oorlog

Valery is één van de gematigde stemmen in Rusland. Onze conversatie in l’Europe duurt lang. We hebben het uitvoerig over de militaire ontwikkelingen in de Baltische Zee en in het Poolgebied, over de Russische ziel en over Leskov. Ondanks de Krimwijn, verlaat ik het restaurant bedrukt. Valery affirmeert wat ik voordien zo vaak van Russische diplomaten hoorde. Rusland heeft een aantal rode lijnen en indien deze verder overschreden worden, kan het Westen zich aan alles verwachten. Een eerste eis is dat bufferlanden als Georgië, Oekraïne en Wit-Rusland niet toetreden tot de EU of de NAVO. Een tweede eis betreft de erkenning van de Russische belangen in de Arctische Zee. Een derde eis is de erkenning van Rusland’s politieke soevereiniteit, wat in de praktijk zoveel betekent als het aanvaarden dat Poetin de lakens uitdeelt en dat de oppositie onder de duimen wordt gehouden.

Het blijft erg dubbelzinnig allemaal. De dag na mijn memorabele diner luister ontmoet ik een officier nabij het statige admiraliteitsgebouw: hét monument van Rusland’s maritieme ambities. Hij informeert me hoe de vloot gemoderniseerd wordt en hoe de marine zich voorbereidt op oorlog. ’s Avonds bevind ik me tijdens een balletgala in het Mariinskitheater tussen vertegenwoordigers van het Russische Gazprom en vertegenwoordigers uit de Duitse bedrijfswereld. Voor hen stonden er geen grenzen op de samenwerking, zolang de roebels maar rolden.

Leave a Reply