Jonathan Holslag On world order and disorder

Een vloedgolf van desillusies

HLitouwenet komende jaar reis ik langsheen de Europese buitenrand: van Groenland tot Sint-Petersburg, van Sint-Petersburg tot Caïro en van Caïro tot Gibraltar. Het is mijn bedoeling om te evalueren waar we staan vijftien jaar nadat de Europese Unie haar eerste veiligheidsstrategie publiceerde. “Een veilig Europa in een betere wereld,” was toen de belofte. Wat is ervan gekomen? Mijn bevindingen rapporteer ik aan de Europese leiders, maar voor Knack en Trouw mag ik om de twee weken ook een uitgebreide reportage schrijven. Dit was de vierde aflevering.

RIGA – Het station van de Russische exclave Kaliningrad ademt de Sovjettijd uit. Een standbeeld van Lenin houdt een oog in het zeil en overal in de buurt zie je hamers en sikkels. Op het perron laden mannen en vrouwen dozen uit met microgolfovens, televisieschermen en koffiezetapparaten, “Made in Germany”. Mijn volgende bestemming is Vilnius, de hoofdstad van Litouwen. Daar wil ik te weten komen hoe groot de angst voor Rusland werkelijk is. Ik wil er ook nagaan of het land zich veiliger is gaan voelen sinds de toetreding tot de NAVO en de Europese Unie. Op slechts een uurtje vliegen, van Nederland en België, is Litouwen is een bijzonder strategisch land, een zogenoemde Baltische Tijger met de ambitie om een welvarend hoogtechnologisch land te worden.

Intussen stuwt een imposante diesellocomotief een diep gegrom door de afgebladerde overkapping. Dit is de trage trein met Moskou als eindbestemming. De smalle gang van de wagon ruikt naar smeerolie en pekelgroenten. In een van de cabines zit een rondborstige vrouw door een zware, krakende radio te schreeuwen. In de cabine daarnaast ligt een technicus languit te kauwen op pompoenpitten. Ik installeer me en wat later komen twee begeleidsters in strakke pakjes dekens en lakens brengen. De trein davert het station uit. Alles kraakt en piept. Het landschap rondom Kaliningrad is groen. Ooievaars hebben nesten gemaakt bovenop de elektriciteitspalen. We naderen de grens. “B-e-l-g-i-e,” spellen de douanebeambten geïntrigeerd en bestuderen mijn paspoort met lampjes en een vergrootglas.

In de verte scheren Sukhoi-27-gevechtsvliegtuigen laag boven de boomtoppen en trekken dan abrupt omhoog. Ze oefenen een aanval op schepen. Langs het grensstation staan wachttorens. Sinds enkele maanden is de Litouwse overheid begonnen met het optrekken van prikkeldraad langsheen de hele grens: naar verluidt om de misdaad te beteugelen. Een week eerder werden hier vier Russische rekruten van de trein geplukt. “Moskou test hoever het kan gaan,” had het buitenlandministerie verklaard, “We mogen deze burgertrein niet laten gebruiken voor een militaire doeleinden.” De eerste Litouwse stad die we voorbijrijden is Kaunas. In de buurt zijn duizend NAVO-soldaten gelegerd, een zogenoemde struikeldraadoperatie, die mogelijke Russische agressie moet vertragen en de bondgenoten toelaten om terug te slaan met een artikel-5-mandaat.


Stalin

Het station van Vilnius ligt in een verpauperd deel van de stad, maar het centrum is een historische parel. Litouwen heeft een langere geschiedenis dan Rusland. De Toren van Gediminas die op een heuvel boven de hoofdstad uitkijkt, werd opgetrokken in de dertiende eeuw, toen het Groothertogdom-Litouwen van start was gegaan met een expansie die zou reiken tot aan de Zwarte Zee. Pas vanaf de vijftiende eeuw probeerde Moskou vanuit de dichte taigabossen de bevaarbare rivieren en handelsroutes naar de Baltische Zee te controleren. De rivaliteit met Rusland begon vijfhonderd jaar geleden, toen Litouwen na de Slag van Orsha gedwongen werd tot een vernederend vredesverdrag.

Om te weten te komen wat de geschiedenis voor Litouwen betekent, trek ik naar het parlement. Betonblokken herinneren aan barricades die onafhankelijkheidsstrijders in 1991 oprichten om Sovjettanks af te weren. Veertien jonge patriotten kwamen toen om. In het cafetaria praat ik met Egidijus Vareikis, een oudgediende die het buitenlandbeleid mee vorm gaf. “Het is oorlog waarvoor we beducht zijn. We zijn vooral bang dat de grootmachten onze soevereiniteit opofferen om de zogezegde stabiliteit te bewaren,” legt hij uit, “Vier keer werden we bedrogen: in 1776 toen ons grondgebied verdeeld werd tussen Pruisen en de tsaar, in 1920 toen de Parijsconferentie ons weigerde te erkennen, in 1939 toen Hitler de Baltische staten aan Stalin gaf en in 1945 toen President Roosevelt geen bezwaar maakte tegen de inlijving van de Baltische staten bij de Sovjetunie.”

Als een diplomaat wikt Vareikis zijn woorden. De angst van de Litouwers kan ik begrijpen, maar hebben we de Russen in de jaren negentig niet te zeer in hun blootje gezet, pols ik. “Ik zie niet hoe een evenwichtig akkoord met de Russen ooit mogelijk geweest zou zijn,” antwoord het parlementslid, “Aanvankelijk drong het Westen er bij ons aan om dicht bij de Sovjetunie te blijven en in de jaren na de onafhankelijkheid zochten Europese landen naar excuses om de deur dicht te houden. Voor ons was lidmaatschap van de NAVO en de EU de enige optie. Michail Gorbatsjov en Boris Jeltsin zegden wel dat Rusland deel moest uitmaken van een Europees huis, maar wat zou dat betekend hebben? Zou Rusland ooit het kleine broertje van de Verenigde Staten willen spelen? Zou Washington ooit aanvaard hebben de NAVO om te vormen tot een tandeloze tijger om de Russen ter wille te zijn? Er bestaat gewoon geen ideale situatie in deze regio. De belangen zijn moeilijk te verzoenen.”

Bedreiging

Maar in welke mate vormt Rusland vandaag dan een bedreiging? De Litouwse president noemde Rusland een terroristische staat en vroeg de NAVO de troepen permanent in Litouwen te houden. “Rusland blijft onvoorspelbaar, maar ik denk niet dat Rusland zo sterk is,” antwoordt Vareikis, “De voorbije dertig jaar heeft het terrein verloren. Kaliningrad is kwetsbaarder dan wij. Hoe meer we op onze hoede zijn hoe minder waarschijnlijk oorlog wordt.” Enkele verdiepingen hoger in het parlementsgebouw klinkt eenzelfde boodschap. “Vandaag vreest Rusland ons succes opnieuw,” stelt Audronius Azubalis die kort buitenlandminister was, ”Als wij Baltische staten het economisch goed doen, is dat een kaakslag voor Moskou. De Russen willen hun nabuurschap zwak houden en wentelen zichzelf graag in een slachtofferrol.”

Van het parlement gaat het naar het presidentieel paleis. Langs de Gediminaslaan staan de eerste terrasjes buiten en kuieren jongeren met softdrinks. Ook hier geen crisissfeer. Het presidentieel paleis zelf is een hagelwit neoclassicistische gebouw. Napoleon resideerde hier nog, alsook verschillende tsaren. Ik heb afspraak met de nationale veiligheidsadviseur. “De veiligheidssituatie is de beste in onze geschiedenis, want nu hebben we bondgenoten,” steekt hij van wal, “Rusland is niet echt stabiel, zal ons niet meteen binnenvallen, wil maar vooral het Westen uittesten en angst opkloppen voor binnenlands gebruik. Het is onze taak dat af te schrikken. De vraag is ook of de Russen wel een echte dialoog willen. De dialoog met de NAVO gebruiken ze vooral om controversiële ideeën te lanceren.”

In een beboste buitenwijk, achter een groot groen hek ligt de Russische Ambassade. Wat zou men daar denken van de verstandhouding? “We hebben het programma van de nieuwe Litouwse regering van nabij gevolgd, maar helaas geeft dit niet meteen blijk van de wens om de relaties met Rusland te verbeteren en zoeken toevlucht tot propaganda.” Tijdens mijn bezoek wezen de Russen vooral op hun pogingen om de spanningen te temperen. Er werden bloemen gelegd op een monument voor vrijheidsstrijders, mild gereageerd op de ontplooiing van NAVO-soldaten en aangeboden om een parlementaire dialoog op te starten. “We staan klaar voor praktische samenwerking.” Litouwse beleidsmakers bleven mij waarschuwen dat de Russen nooit zullen gaan voor volledige toenadering: het wantrouwen zit te diep en net zoals de Russen het nooit hebben aanvaard dat de Baltische staten nu behoren tot de Amerikaanse invloedssfeer, zullen de Balten nooit aanvaarden terug in de Russische invloedssfeer te schuiven.

Kruisenberg

De discussie met diplomaten en politici maakt me vooral benieuwd naar wat de jongeren in Litouwen van de hele situatie denken. Ik vroeg twee studenten om mij mee te nemen naar een plek die mij moest toelaten om het land beter te begrijpen. Dat werd de kruisenberg, een heuvel met tienduizenden kruisen die een Litouwse opstand tegen Rusland in de negentiende eeuw gedenkt. “Deze berg toont aan hoe groot de betrokkenheid van onze bevolking is. Al deze kruisen werden door burgers geplaatst. Onze veiligheid, is iets waar we voor moeten blijven ijveren en zeker onze ouders vertellen nog vaak over de gewelddadige onafhankelijkheidsstrijd in de jaren negentig,” zegt Zygitas Vileiniškis.

“Maar,” gaat hij verder, “Dit monument ligt een eind buiten de stad en het is daar dat we aan onze toekomst moeten bouwen. We zijn op onze hoede voor de Russen, maar we zijn vooral bezorgd over de verzwakking van ons land, over de hoge belastingen, de stijgende prijzen en over de werkloosheid. Heel veel van mijn vrienden zijn vertrokken naar Londen en Berlijn. Onze bevolking krimpt met een procent per jaar. Er wordt gesproken over Litouwen als een tijger, maar heeft de tijger tanden?”

Wat heeft de toetreding tot Europa betekend voor Litouwen, peil ik. Dainus Satkausas heeft zijn antwoord klaar: “Europa bracht hoop, maar voor veel Litouwers ligt die hoop wel elders in Europa. Duitsland en Polen, bijvoorbeeld, dat zijn de landen die het goed doen.” Hoe komt het toch dat Litouwen het dan zo moeilijk heeft? De overheid probeert alles: een ambitieus innovatiebeleid, incubators voor startups, veel cultuur. In Vilnius leek er iedere avond gefeest te worden. “Vilnius is niet representatief. Reis naar de kleinere steden en je ziet dat de omslag van de collectivistische Sovjeteconomie nog steeds niet verteerd is. Veel ouderen leven in de armoede en hun levenswijze botst op de dromen van de nieuwe generatie. Veel jongeren vinden onze samenleving te conservatief en dat weegt even zwaar door als het gebrek aan banen.”

Lichtjes

Ik maak me op om te vertrekken naar het volgende land: Letland, een land met een compleet andere geschiedenis, maar met gemeenschappelijke actuele uitdagingen. De trein naar Riga loopt nog steeds via Minsk, dus neem ik een lijnbus. Die is voor een groot deel wordt bezet door studenten. Het valt me opnieuw op hoe plat en leeg het land is, intrigerend maar stil, een beetje zoals de Balten zelf. Balten kiezen er het liefst voor om ver genoeg van elkaar te leven om een gevoel van autonomie te bewaren, maar dicht genoeg om in de duisternis het licht van het volgende huis te zien. Die drang is misschien niet uniek, maar in dit dunbevolkte deel van Europa is gewoon nog de ruimte, voor dorpelingen om een groot omheind perceel te bezitten en voor stedelingen om zich in het weekend ver in de bossen of nabij de meren terug te trekken in kleine houten huisjes, op elanden te gaan jagen, eindeloze wandelingen te maken of om te gaan vissen.

Langs de hele weg staan borden met de Europese vlag, bij wegeniswerken, natuurparken en windturbines. “Europa blijft echt wel belangrijk,” vertelt de Letse economiestudent Dainis Bass, “Maar de toetreding tot de Europese Unie en de Eurozone leidde tot té hoge verwachtingen. Tussen 2003 en 2008 zag je de wegen vol met Bentleys en verdubbelden de vastgoedprijzen. Er werd te veel geleend en de crash volgde. De overheid heeft nadien de lonen fors laten zakken.” Veel economen waren enthousiast over die loonmatiging, over het terugschroeven van belastingen en over de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Zowel Letland als Litouwen toonden aan dat zo’n interne devaluatie kan leiden tot een snelle groei van de economie en de tewerkstelling. Dat was deels ook zo, maar de groeispurt was kortstondig. Het concurrentievoordeel van de devaluatie inzake export verdween snel en het zette bedrijven slechts zeer beperkt aan om ook meer te investeren. De loonmatiging zorgde er ook voor dat nog meer hoogopgeleide jongeren emigreerden naar rijkere Europese landen en dat zowel Letland als Litouwen blijven zitten met een groot leger relatief oude en weinig geschoolde werknemers.

De impact van het Europese lidmaatschap is dus niet onverdeeld positief. Terwijl veel getalenteerde werknemers verdwenen naar andere Europese landen, kwamen daar weinig Europese economische baten voor in de plaats. Dainis en zijn kompaan leggen in onberispelijk Engels uit hoe Europa geld verschafte voor infrastructuur, maar er vervolgens ook voor zorgde dat bedrijven over de kop gingen. “Door de suikerquota gingen suikerfabrieken over de kop. Het merk Yelga bestaat nog steeds, maar de suiker komt nu uit Denemarken. Europa steunt de Trans-Baltische spoorweg, maar het zijn uitsluitend Finse en Duitse bedrijven die daarvan profiteren. Iedereen spreekt over startups. Maar kijk naar Selenium, een bedrijf dat toonaangevend is in kankerbestrijding. De kans is groot dat het naar Denemarken wordt overgebracht.” Ook nadat we de Letse grens over zijn gestoken, blijven de woorden van Egidijus Vareikis me door het hoofd galmen: “Een vloedgolf van desillusie komt naar de Baltische staten. Wacht de volgende verkiezingen maar af en het zullen heus niet de Russen zijn die daarvoor verantwoordelijk zijn.” (Naar de volgende reportage: Estland en Rusland)

Gepubliceerd in Knack en Trouw.

Leave a Reply