Jonathan Holslag On world order and disorder

Duitsland moet leren delen

Tijdens de G20-top in Hamburg nam de Duitse bondskanselier Angela Merkel het Amerikaanse protectionisme op de korrel. ‘Globalisering kan een win-winsituatie zijn’, oreerde zij. ‘Er hoeven niet altijd winnaars en verliezers te zijn.’ Het zit de Duitsers duidelijk hoog dat Donald Trump hen ervan betichtte als handelspartner vals te spelen. Maar er zit meer achter Merkels loflied op de globalisering. Sinds Trump in het Witte Huis zit, is zij de morele leider van de vrije wereld, de belangrijkste voorvechter van vrijhandel, menselijkheid ten aanzien van vluchtelingen, matiging in de diplomatieke relaties en Europese integratie. Dat engagement siert haar. Maar als zij die leidende rol wil waarmaken, is er vooral behoefte aan meer generositeit. Duitsland moet leren delen.

De politieke denker Hans Morgenthau stelde ooit dat vrijheid in de internationale politiek de ultieme vorm van dominantie is. ‘Er gaapt een wezenlijk verschil’, zo merkte hij op, ‘tussen de wijze waarop intellectuelen vrijheid beschouwen als een voorwaarde voor emancipatie en de wijze waarop vrijheid wordt gebruikt door diegenen die in het bezit zijn van de macht.’ In dat laatste schuilt meteen een groot risico: als vrijheid te zeer leidt tot onevenwichtige partnerschappen, dan groeit het verzet. Dat neemt dan doorgaans de vorm aan van protectionisme, nationalisme en conservatisme.

Vandaag, net zoals goed een eeuw geleden, is Duitsland de dominante macht in Europa. De Bondsrepubliek controleert bijna veertig procent van de Europese maakindustrie en dertig procent van de Europese uitvoer naar landen buiten de interne markt. In Berlijn zijn ze zich goed bewust van dat economische leiderschap, maar té weinig van de politieke gevolgen. Zeer zeker, de Duitsers zijn er voorlopig als de dood voor om die economische macht om te zetten in militaire slagkracht. Dat verklaart ook waarom de Duitsers niet thuis geven als de Amerikanen oproepen om twee procent van het bruto binnenlands product in defensie te investeren. Ik denk niet dat de Fransen en de Belgen dat zouden waarderen, opperde de Duitse generaal Jörg Vollmer recent. Hij verwees daarmee bijna expliciet naar een van de grote thema’s in de geopolitiek: een continentale macht die groeit, wekt steevast argwaan van de buurlanden.

Duitsland heeft dat lesje goed geleerd. De grootste uitdaging van Duitsland vandaag blijft vreedzame groei. Zolang het land terrein wint op de andere lidstaten, zal het zich daarom moeten inspannen om het wantrouwen te temperen. Grondbeginsel daarbij is nog steeds terughoudendheid in militaire opbouw. Vanwege het streven naar vreedzame groei aanvaardde Duitsland de Europese integratie, van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal tot Helmut Kohls beslissing om de Fransen de sterke D-mark te laten neutraliseren middels een gemeenschappelijke muntunie. Duitsland zal niet langer groeien door expansie, maar door integratie, verklaarde Kohl toen. Sindsdien staan de Duitsers mee aan de wieg van vele belangrijke Europese projecten, van technologie tot energie. Het belangrijkste doel: Duitse eenmaking én groei realiseren door zich in het midden van een grote, vrije interne markt te plaatsen.

Niet langer punthelmen dus, maar technocraten en zakenmannen. De muntunie heeft de D-mark misschien geneutraliseerd, maar allerminst de Duitse economische macht. Net dankzij de muntunie blijft de Duitse export disproportioneel profiteren. De spanning blijft dus bestaan. Neem de G20-top in Hamburg. Er werd een handelsverdrag met Japan aangekondigd, maar het wordt vooral Duitsland dat profiteert. Het voert nu reeds meer naar Japan uit dan Frankrijk, Italië, België en Nederland samen. Of neem de Hamburgse haven zélf: het havenbedrijf is erop uit om meer trafiek op andere havens af te leiden door de sterke Duitse industrie te koppelen aan logistiek.

Je kunt het de Duitsers misschien niet allemaal kwalijk nemen, maar de verliezers zullen zich blijven verzetten. Andere lidstaten zullen niet aanvaarden dat Duitsland de baten van de Eurozone opstrijkt, maar de solidariteit jegens andere lidstaten beperkt tot het uitwerpen van een financiële reddingsboei na een crisis. Duitsland moet meer oprechte bezorgdheid tonen voor het wedervaren van de andere landen. Ook bij het kwart van de Duitse bevolking dat nauwelijks heeft geprofiteerd van de groei, kan het liberalisme van Merkel niet op sympathie rekenen. Niets is dodelijker voor vreedzame groei, zo weten we, dan een combinatie van gemor in het binnenland en wantrouwen in het buitenland. Ik hoop alvast dat ze in Berlijn meelezen.

Gepubliceerd in Knack en de Volkskrant

 

  • Dank je. Goede punten. Ik neem ze mee voor een stuk dat ik later deze maand hoop te schrijven.

  • avatar Steve Tjin says:

    Ik heb uw artikel op Facebook (oktober 26, 2016) gelezen alsook het artikel hierboven.

    Ik vroeg me af of u de stelling richting beleidsmakers, politici en bedrijfsleiders kunt onderbouwen dat de West-Europese middenklasse (laat me het even daarbij houden) haar eigen graf aan het graven met de globalisering in haar huidige vorm anders dan met de een intuïtieve redenering zoals: als bedrijven b.v. IT banen outsourcen naar India, dan verdwijnen ook banen waardoor minder inkomen is voor besteding in de economie en dus graaft men haar eigen graf ten gunste van de aandeelhouders. Heeft u data in termen van werkgelegenheid (die verloren is gegaan niet aan digitalisering maar aan globalisering), kwaliteit van de werkgelegen, spaarquotes enz. die zouden kunnen overtuigen?

    Hoe zou Duitsland maar ook Nederland of België een meer inclusieve economie kunnen realiseren opdat ook de achtergebleven 25% in Duitsland kan meeprofiteren van economisch herstel en groei anders dan simpele welvaartsherverdeling?

    Zonder antwoorden op dit soort vragen krijgt de lezer een soort Miss Universe pageant gevoel: een of ander schone dame roept (lovenswaardig) met tranen in de ogen op tot wereldvrede maar niemand heeft de illusie dat er ook maar iets va die wens terecht komt.

Leave a Reply