Jonathan Holslag On world order and disorder

Leg ons lot niet in de handen van despoten

Van Gibraltar tot de Rode Zee en van de Rode Zee tot in Moermansk wordt Europa nu bijna volledig omgord door autoritaire regimes. Dit kunnen democratieën zijn met een oppermachtige president, zoals in Rusland of in Turkije, koninkrijken met invloedrijke vorsten zoals Jordanië en Marokko of dictaturen zoals Syrië. Bij sommige regimes hebben we nog het geluk dat er relatief verlichte geesten aan het roer staan en dat het met de onderdrukking van de oppositie nog meevalt. In andere staten nemen de brutaliteit en de repressie alleen maar toe. Dan rijst natuurlijk de vraag hoe we met die landen om zouden moeten gaan. We kunnen ons immers niet afsluiten van ons nabuurschap, zeker niet in tijden van vluchtelingenstromen, grensoverschrijdend geweld en milieuproblemen. De rel rond de Soedanese delegatie die in ons land asielzoekers moet komen identificeren drukte ons opnieuw met de neus op de feiten: we hebben eigenlijk geen idee hoe we moeten omgaan met autoritaire staten.

Tussen de val van de Sovjetunie en pakweg de crisis van de Eurozone, neigden Europese landen, het onze inclusief, om met het opgeheven vingertje democratie en mensenrechten te gaan verkondigen. Conditioneel engagement was het motto: we doen zaken met landen in ons nabuurschap als zij zich geleidelijk aan onze normen en waarden aanpassen. Met de zaken ging het goed, met die aanpassing wat minder. Kortstondig leek de democratie wat terrein te winnen, maar die vooruitgang was fragiel. Hardnekkige autoritaire leiders, die bleven we gewoon rijk maken, door gas en olie van ze te kopen, zoals het geval was met de Saoediërs, Abdelaziz Bouteflika in Algerije, enzovoort. En als andere leiders democratie gestaag inwisselden voor sterk leiderschap, dan gingen de zaken gewoon door. Dat was met name het geval met Rusland. Eigenlijk hebben we met dat soort pragmatisme autoritarisme en dictatuur tot een competitief voordeel laten maken: hoe meer politici hun greep op grondstoffen versterkten, hoe meer zij hun land middels een hardhandig veiligheidsbeleid omvormden tot een safe haven voor Europese investeerders en hoe meer zij vakbonden aan banden legden om lageloonwerkers voor ons te laten zwoegen, hoe meer wij die politici rijk en machtig maakten.

Intussen heeft Europa begrepen dat het vermanende vingertje op die manier niet veel indruk maakt. Konden we nog even de schijn hooghouden met enkele mensenrechtendialogen, dan worden wij nu openlijk de les gespeld: donder op met je waarden! Het gevolg daarvan is dat steeds meer Europese leiders nu stellen dat ze staan voor realpolitiek, politiek wars van waarden. De belangen, zo luidt het, dwingen ons wel om contacten te onderhouden: we hebben de Russen nodig voor hun gas, de Turken om Syrische vluchtelingen weg te houden en de Soedanezen om ze hier te komen identificeren.

Eigenlijk is dat nieuwe pragmatisme even naïef en kortzichtig als het halfslachtige idealisme dat eraan voorafging. Zakendoen met autoritaire leiders getuigt lang niet altijd van realpolitiek. Eerst en vooral heeft realpolitiek wel degelijk van doen met eer en eigenwaarde. In dat opzicht staat het dus diametraal op het platte opportunisme dat nu vaak heerst. Vervolgens is realpolitiek een kwestie van het maximaliseren van macht in functie van waarden en belangen. Ook dit staat averechts op de nieuwe kwalijke gewoonte om sterke leiders geld toe te stoppen om problemen aan te pakken waar we zelf onze handen liever niet meer aan vuil maken. Het staat ook haaks op de situatie waarbij we pijpleidingdespoten miljarden laten verdoen omdat we niet in staat zijn werk te maken van energieonafhankelijkheid. En realpolitiek valt al helemaal niet te rijmen met de decadentie die dictaturen rijk maakt door hun bevolking voor ons laten werken in kwalijke omstandigheden. Hoewel sommige politici en zakenmensen zich met dit soort beleid in de voetsporen zouden willen wanen van Niccolò Machiavelli of andere grote denkers over macht, zijn ze eigenlijk gewoon kortzichtige opportunisten die zich door te refereren aan realpolitiek vooral wat ernstiger willen voordoen dan ze werkelijk zijn.

Echte realpolitiek zou erin bestaan dat we onze eigen positie versterken, door de veiligheid rondom zelf in handen te nemen, niet door ze over te laten aan anderen. Het zou betekenen dat wij onze welvaart op krikken, niet onze rijkdom laten uitmelken door de nieuwe slavenmeesters. Het zou ook impliceren dat wij ons lot niet nog meer afhankelijk maken van regimes waarvan de intenties op lange termijn hoogst onzeker zijn, maar dat we zelf opnieuw onze invloed doen gelden. En bovenal zou realpolitik betekenen dat we ambitieus blijven, dat wij als samenleving en als overheid onze macht willen blijven maximaliseren zodat we het vertrouwen herwinnen, onze eigen toekomst kunnen vormgeven, en kunnen bouwen op onze historische realisaties. Het doel heiligt de middelen, zeer zeker, maar er moet wel eerst een doel zijn. (gepubliceerd in Knack)

Leave a Reply