Jonathan Holslag On world order and disorder

De weke onderbuik van Europa

7765675In 2017 en 2018 reisde ik langsheen de Europese buitenrand: van Groenland tot Sint-Petersburg, van Sint-Petersburg tot Caïro en van Caïro tot Gibraltar. Mijn objectief was te evalueren waar we staan vijftien jaar nadat de Europese Unie haar eerste veiligheidsstrategie publiceerde. “Een veilig Europa in een betere wereld,” was toen de belofte. Wat is ervan gekomen? Mijn bevindingen rapporteerde ik aan de Europese leiders, maar voor Knack en Trouw mocht ik om de twee weken ook een uitgebreide reportage schrijven. Dit was de veertiende aflevering.

THESSALONIKI – Ik ben in de Griekse havenstad Thessaloniki. Het is laat op de avond als ik me in mijn hotel meld. De drie grote vensters van mijn kamer geven uit op het verlaten Aristotelesplein, de kade, het glinstertapijt van de zee en de vage contouren van de Olympusberg aan de einder. Tijdens de voorbije etappes langs de rafelranden van Europa had de geschiedenis zich al vaak aan me opgedrongen, in de paleizen van Petersburg, bijvoorbeeld, de kloosters rond Kiev, of op de Ottomaanse brug van Višegrad, maar nergens werd de geschiedenis prompt zo overmeesterend als bij het opdoemen van de oevers van de Middellandse Zee.

De Middellandse Zee, zo schreef de historicus Fernand Braudel, is het vertrekpunt van Europa’s lange beschavingsmars: met het Oude Egypte dat dit gebied bevoorraadde met graan en een blijvende invloed uitoefende op onze kunst, met de Levant waaruit de Joods-christelijke traditie ontsprong, met de stadstaten rond de Egeïsche Zee waar de filosofie het levenslicht zag, met het Syrië van de Ommajaden dat ons wetenschappelijke inzichten doorgaf en met Rome dat aan deze tradities zijn machtssymbolen en gesofisticeerde rechtsleer toevoegde en de Mediterrane erfenis met verbluffend politiek organisatievermogen over de Alpen voerde. Daar, in onze contreien, zou zij talrijke leiders blijven inspireren: van Karel de Grote tot Adolf Hitler.

Vandaag lijkt die Middellandse Zee veeleer op de weke onderbuik van Europa, bedenk ik me als ik over de kaarten op tafel naar het verkommerde plein staar. Een oud vrouwtje voedert de duiven; daklozen slapen hun roes uit. Het is niet langer haar centrum, maar behoort tot de periferie, waar het thans vooral fungeert als een vakantiepark voor toeristen uit het rijke noorden, als transitzone tussen de grote West-Europese havens en China, of als buffer tegen vluchtelingen en terroristen. Hoe meer de regio verzwakt, hoe meer zij echter degenereert tot een poel van onstabiliteit. West-Europa kan zijn blik niet afwenden van de Middellandse Zee. Europa moet het Middellandse Zeegebied domineren of het Middellandse Zeegebied zal Europa verder destabiliseren.Screen Shot 2018-02-19 at 20.26.49

Egeïsche Zee

“De veiligheidsomgeving verandert erg snel,” vertelt een jonge officier van de Griekse militaire inlichtingendienst me al wandelend over de kade, “Je kunt niet stellen dat vandaag er uitzonderlijk veel geweld is rondom de Middellandse Zee. In een nabij verleden hadden we bijvoorbeeld de oorlog in Joegoslavië. Die oorlog joeg ook heel veel mensen op de vlucht. Het verschil is vooral dat Europa veel zwakker is geworden. Het vertrouwt zichzelf niet meer en verliest daardoor ook het vertrouwen van andere spelers. Dat is één factor en daarbovenop komt de tanende macht van de Verenigde Staten.”

De inlichtingenofficier maakt zich in dat opzicht vooral zorgen om de Egeïsche Zee. “Hou vooral de Turken in de gaten,” sluit hij zijn uiteenzetting af. Net op dat moment naderen we de Witte Toren van Thessaloniki, hier opgetrokken in de vijftiende eeuw door de Turkse sultans. De Ottomaanse Turken heersten hier bijna vijfhonderd jaar. Thessaloniki vormde de uitvalsbasis voor Turkse militaire campagnes en slavenraids in de Balkan. Aan het begin van de twintigste eeuw werd het de uitvalsbasis voor de Jonge Turken die het vermolmde Ottomaanse Sultanaat omverwierpen en vervingen door een seculiere Turkse staat.

Ik kan me goed inbeelden waar de Griekse bekommernis vandaan komt. Enkele maanden geleden begaf ik me hier met het marineschip HS Krataios op zee. Urenlang werden we geschaduwd door een Turks schip dat pal op de betwiste maritieme grens voer. Wat later scheerde er een Turks gevechtsvliegtuig voorbij. Kort nadien opende een Grieks marineschip het vuur omdat een Turks vrachtschip een inspectie weigerde. Sinds 2013 grijpen er jaarlijks meer dan 1500 van deze incidenten plaats. Traditioneel heeft de Griekse marine het overwicht in de Egeïsche Zee, maar daar komt snel verandering in. Door de economische crisis zijn de Griekse defensie-uitgaven teruggevallen en geeft Ankara thans 10 miljard dollar meer uit aan zijn krijgsmacht dan Athene.

De Turkse marine zal de komende jaren minstens twintig nieuwe marineschepen in de vaart nemen, waaronder een klein vliegdekschip en moderne fregatten. Wat de Grieken zorgen baart, is de aankoop van nieuwe landingsschepen: een mogelijke bedreiging voor de betwiste eilanden. Eerder had de Turkse president Recep Tayyip Erdoğan al verklaard dat het een historische vergissing was om in 1923, na de ineenstorting van het Ottomaanse Rijk, de controle over verschillende eilanden in de Egeïsche Zee aan de Grieken te laten. Turkse diplomaten lieten herhaaldelijk uitschijnen dat ze dat vernederende verdrag van Lausanne willen herzien. “Herinnert u zich dat de Russen hun invasie ook begonnen met het argument dat Nikita Chroetsjov de Krim onterecht had afgestaan,” merkte de inlichtingenofficier op, “We moeten op onze hoede blijven.”Screen Shot 2018-02-19 at 20.27.26

Tartus

Ik keer terug naar mijn hotel. Het dakterras torent luw uit boven het geraas van de stad. De ober zet fava, brood en retsina voor. De zee is diepblauw. Een wervelzwerm zeemeeuwen escorteert een kleine seiner de haven in. Het voelt oneigenlijk aan om op deze plek over harde geopolitiek te reflecteren, om een poging te doen structuur aan te brengen in wanorde in en rond de mooie Middellandse Zee. Voor me op tafel heb ik enkele oude kaarten liggen, een negentiende-eeuwse kaart van de Britse marine, een van de Belgische historicus Henri Pirenne, een van de strateeg Nicolas Spykman en een recente kaart van de Europese Unie met daarop voornamelijk de vluchtelingenstromen. Elk interpreteert de regio vanuit een totaal ander perspectief.

Mij komt het voor dat we in het Middellandse Zeegebied vijf grote geopolitieke krachtenvelden kunnen onderscheiden. Een eerste betreft de rol van de Egeïsche Zee in het controleren van de Turkse ambities. Hoewel Griekenland economisch verzwakt, vinden veel defensieplanners het cruciaal dat Griekenland de controle over de Egeïsche Zee behoudt om zo te verhinderen dat Turkije opnieuw uitgroeit tot een dominante maritieme speler. Thans maakt Turkije deel uit van de NAVO, maar niemand kan voorspellen hoe de bevolkingsgroei en het rusteloze nationalisme van het land het buitenlandbeleid in de toekomst zullen bepalen. Het behoud van de territoriale status-quo in de Egeïsche Zee is daarom cruciaal.

Een tweede geopolitieke uitdaging betreft de rol van Rusland. Voor Rusland is toegang tot de Middellandse Zee belangrijk om te verhinderen dat het door zijn rivaal de Verenigde Staten, wordt opgesloten op het continent. Vanuit die optiek is het in deze regio in eerste instantie een zaak voor Moskou om de controle over de Krim te behouden. De Krim reikt immers als een imposante zeeburcht in de Zwarte Zee. Vervolgens moet het de toegang door de Bosporus, de Dardanellen en de Egeïsche Zee vrijwaren. Die toegang wordt geregeld via oude verdragen, maar de Russen willen die ook militair kunnen afdwingen.

Tot slot wil Rusland permanente aanwezigheid in het oosten van de Middellandse Zee. In Syrië krijgt het tot 2066 volledige soevereiniteit over de marinehaven van Tartus en de luchtmachtbasis van Hmeinim. In 2013 bracht Moskou ook opnieuw het Vijfde Operationele Eskadron op de been dat permanent een elftal marineschepen in de Middellandse Zee moet gereedhouden. Ook met Egypte werden de banden aangehaald. Het Kremlin is er een van de belangrijkste wapenleveranciers geworden en tekende een verdrag dat de Russische marine toegang geeft tot Egyptische havens.

De Levant

Het derde geopolitieke spanningsveld betreft de Levant. Al van in de Oudheid vormt de Levant het strijdperk van de grote spelers in de regio, zoals Perzisch Iran, Turkije, Egypte en de maritieme mogendheden uit het Westen. De Perzische mogendheden hebben van oudsher de ambitie om de vruchtbare vlaktes van de Tigris en de Eufraat, in het huidige Irak, te controleren en vervolgens door te stoten tot de strategische havensteden van Syrië en Libanon. Geopolitiek is Iran even gretig om zijn invloed naar het Westen uit te breiden als het zich wil laten gelden in Centraal-Azië. Voor Iran is dat een kwestie van prestige, van religieuze banden met de Sjiieten in de regio, maar ook van veiligheid. De beste manier om regimeveiligheid te bewerkstelligen, is het behoud van de strook tussen de Levant en het Zagrosgebergte als invloedssfeer.

Die verzuchting botst frontaal op de belangen van Saoedi-Arabië, Israël en de Verenigde Staten. Wat vandaag opnieuw in de maak is, is niets minder dan een strategische as tussen die drie landen om de Iraanse invloed in te dammen. Het is intrigerend hoe Iran erin slaagt om die formatie te verschalken. Israël en Saoedi-Arabië geven zes keer meer uit aan defensie dan Iran, maar in Syrië, Libanon, Irak en zelfs in de Palestijnse gebieden staat Iran sterker dan ooit. Dat Iraanse offensief teert vooral op de haat in de regio tegenover de Verenigde Staten en Israël, de anarchie die volgde op de invasie in Irak en de blijvende perceptie, zoals de Iraanse minister van buitenlandse zaken Mohammad Zarif het uitdrukte, dat Washington zes miljoen Israëlische Joden laat primeren op driehonderd miljoen naburige moslims. Het wordt afwachten vooral hoe Turkije en Egypte zich in de toekomst zullen opstellen in dit mijnenveld. Het heeft er veel van weg dat de twee vooral afdrijven van het trio Washington-Riyad-Tel-Aviv.

Suez

Er treedt nog een speler in het voetlicht: China. In de hele Balkan werd de groeiende Chinese aanwezigheid zichtbaar. Hier in Thessaloniki proberen politici zich wanhopig in de gratie te werken en Chinese schepen te doen aanmeren hun haven. China heeft zich vooralsnog gedeisd gehouden. Zakenbelangen noopten China een neutrale positie in te nemen, maar het leidt geen twijfel dat diezelfde zakenbelangen China op langere termijn zullen aanzetten een actievere politiek te voeren in de Middellandse Zee. “Met de nieuwe zijderoute zal onze aanwezigheid in de Mediterrane regio toenemen,” schreef Zhang Xiaotong, een adviseur op het gebied van economische veiligheid, “We moeten er nu onze belangen en rechten krachtiger gaan afdwingen.”

China wil meer toegang tot het Europese achterland, via havens als Piraeus in Griekenland, Zadar in Kroatië en Trieste in Italië. In Djibouti bouwt het een gigantische militaire bases om de handelsroutes te beschermen, ook die doorheen de Middellandse Zee, zoals het Suezkanaal en de Straat van Gibraltar. De Chinese marine is reeds vaker aanwezig ten westen van het Suezkanaal, oefent er samen met Rusland en verkent hechtere relaties met Egypte: de poortwachter tussen de Rode en de Middellandse Zee.

De vierde bron van spanningen betreft dus de groeiende invloed van China. Washington ziet de bui al hangen. Aan de ene kant daagt China het Amerikaanse leiderschap uit rondom de Stille Oceaan, maar de kans bestaat dat het de Amerikaanse positie ook hier komt contesteren. Nu reeds houden de Amerikanen met moeite hun aanwezigheid op peil: hun vier destroyers die vanuit Spanje opereren, de twee squadrons gevechtsvliegtuigen in Sicilië en Onderzeebootgroep-Acht die vanuit Napels opereert. De NAVO zou dat gat moeten dichtrijden, maar de Europese bondgenoten kunnen nauwelijks voldoende schepen leveren om de Middellandse Zee te patrouilleren. Dat het Westen een machtsvacuüm in de Middellandse Zee aan het creëren is, dat staat vast. Wie het zal invullen, dat blijft onzeker. Intussen kruipt de zon weg achter de heuvels en kleuren de laatste stralen de gevels rondom het Aristotelesplein in warm amber.

Thessaloniki3

Economie

Het vijfde spanningsveld betreft de economie en ook daar wil ik bij tijdens mijn komende reizen in dit gebied aandacht aan schenken. De komende twintig jaar zal de bevolking in de Europese landen rondom de Middellandse Zee krimpen met vier miljoen. De bevolking in de andere landen zal groeien met 120 miljoen en er is daar een schromelijk gebrek aan werk. Er komen in de landen in de zuid- en oostrand van de Middellandse Zee jaarlijks vier tot vijf miljoen mensen tussen 15 en 64 jaar bij, maar er worden jaarlijks slechts 1 miljoen banen gecreëerd. Dan is er de klimaatopwarming die de landbouwproductie in landen als Irak en Egypte met dertig procent kan doen krimpen. De migratiedruk blijft dus enorm en ook deze verpauperde stad heeft ermee te kampen.

Maar wat wordt er dan van steden als Thessaloniki? In het rangeerstation zag ik hoe treinstellen staan weg te roesten. De afschilferende wagons doen vooral dienst als schuilplaats voor vluchtelingen. Een deel van de haven werd omgevormd tot een lounge voor toeristen, maar de rest van de dokken oogt verlaten en de roestige armen van de kranen hangen werkeloos naar beneden. Kan Europa zich weren in deze uitdagende omgeving het haar buitenrand zo laat afbrokkelen en wegroesten? Helpt prikkeldraad om vluchtelingen buiten te houden als de toestand binnenin een aantal lidstaten zo alarmerend is? Een zaak lijkt me zeker: de veiligheid in de Middellandse Zee wordt bepalend voor de veiligheid in West-Europa en eenieder die de realiteit hier wil vatten kan niet anders dan één oog op de geopolitiek te houden en het andere op de economische onzekerheid. (Naar volgende reportage: Turkije)

 (Gepubliceerd in Knack en Trouw)

Leave a Reply